Door Brussel geen Jan Smit meer?

Europese Commissie wil meer concurrentie tussen auteursrechtorganisaties.

Nederlandse Buma/Stemra: „Muzieklandjes als Nederland worden daar de dupe van.”

Nooit meer Jan Smit en alleen nog Justin Timberlake. Daar draait het volgens auteursrechtorganisatie voor muzikanten Buma/Stemra op uit als de Europese Commissie haar zin krijgt.

De Commissie wil dat, wat het aanbieden van online muziekdiensten betreft, alle auteursrechtorganisaties binnen de Europese Unie onverkort met elkaar concurreren. Volgens Buma/Stemra leidt dat op den duur tot een verschraling van het lokale muziekaanbod en een overheersing van het Anglo-Amerikaanse repertoire.

Het Europees Parlement deelt de zorg van Buma/Stemra en nam vorige week dinsdag een resolutie aan tegen de mededingingsmaatregelen van de Commissie.

Nu kunnen de nationale organisaties, die de aan hen toevertrouwde auteursrechten beheren, in eigen land nog op een monopolie rekenen. Ook beschikken zij op grond van onderlinge afspraken over elkaars repertoire, het zogenoemde lucratieve ‘wereldrepertoire’. Daardoor kan Buma/Stemra in Nederland aan gebruikers van muziek, zoals Apple’s iTunes en de omroepen, naast Nederlandse ook buitenlandse muziek aanbieden.

Deze situatie staat in Europees verband al jaren onder druk. „Mededinging op onze markt is onvermijdelijk”, zegt Cees van Rij, directeur juridische zaken van Buma/Stemra. „Maar we moeten niet het kind met het badwater weggooien.”

Van Rij vreest dat het voornemen van de Commissie ten koste zal gaan van „het eigen geluid” van de lidstaten. „De diversiteit maakt Europa nu juist zo leuk.” Daarom lobbyt Buma/Stemra in ‘Brussel’ nu voor een „gematigde vorm van mededing”. Eentje die moet voorkomen dat de vijf grote muziekuitgeverijen (Universal Music, Sony, BMG, EMI en Warner Music) de dienst uitmaken en dat kleine componisten en tekstschrijvers het onderspit delven. Want volgens Van Rij zijn de grote muziekuitgeverijen al bezig hun repertoire exclusief bij één organisatie in Duitsland of Frankrijk onder te brengen. „Landen als Litouwen en Estland, maar ook Nederland, blijven dan zitten met hun eigen, commercieel onaantrekkelijke muziekaanbod”, vreest Van Rij. „De administratiekosten voor onze leden zullen hierdoor per saldo stijgen, terwijl de inkomsten dalen. De lokale muziekmakers – en daarmee Europa’s culturele diversiteit – zijn hiervan de dupe.”

Hoogleraar informatierecht Bernt Hugenholtz aan de Universiteit van Amsterdam acht de angst van Buma/Stemra reëel. „Voor de muziekuitgeverijen brengt het grote schaalvoordelen met zich mee als zij hun repertoire bij de nationale sociétés wegtrekken en nog maar met één megabureau zaken hoeven te doen. En zonder het repertoire van de Grote Vijf maakt Buma/Stemra geen schijn van kans.” Volgens Hugenholtz kan de muziekindustrie van een succesvolle lobby bij de Europese Commissie spreken.

Maar ook Buma/Stemra en haar zusterorganisaties weten de weg naar Brussel te vinden, getuige de resolutie van het Europese Parlement van vorige week tegen de aanbeveling van de Europese Commissie. Het parlement is vooral gepikeerd omdat de Commissie voor ‘zachte wetgeving’ koos om eerlijke mededinging op de online muziekmarkt te bereiken, en niet voor een ‘harde’ kaderrichtlijn. Bij een kaderrichtlijn moet het parlement officieel worden betrokken, terwijl de Commissie zonder tussenkomst van het europarlement aanbevelingen kan doen aan lidstaten. En dat terwijl het parlement er alles aan is gelegen om ‘de culturele verscheidenheid in Europa te waarborgen’

De Commissie is evenwel met opzet deze weg in geslagen. „Het zou tegen iedere regel van common sense ingaan als we nu met een kaderrichtlijn zouden komen”, zegt de woordvoerder van de verantwoordelijke Eurocommissaris McCreevy (Interne Markt), „De ontwikkelingen in deze markt gaan zo snel, dat een richtlijn morgen al achterhaald kan zijn.”

Toch wil Buma/Stemra best de concurrentie aangaan om aan de wens van de gebruiker – één licentie voor heel Europa, verkrijgbaar bij één loket – tegemoet te komen. Van Rij: „Maar dan wel met alle Europese auteursrechtorganisaties en met de beschikking over hetzelfde repertoire.”

Ook hoogleraar Hugenholtz voelt wel wat voor concurrentie op basis van efficiency en trekt een vergelijking met de reissector. „Alle reisbureaus bieden dezelfde tiendaagse reis aan in hetzelfde resort op Ibiza. Maar het reisbureau dat zijn zaakjes het beste op orde heeft, kan de goedkoopste prijs aanbieden.”

Vooralsnog behelst de aanbeveling van de Commissie alleen muziek op het internet. Liefhebbers van het Nederlandstalige lied kunnen met de radio en televisie nog wel even vooruit, zonder zich druk te maken over de afdracht van royalties.