Dichter bij de realiteit

Zelden sla ik de rubriek van Frits Abrahams over, die vijf keer in de week op de Achterpagina verschijnt. Hij doet me een beetje denken aan de column ‘Achteraf’ die Karel van het Reve de laatste jaren van zijn leven voor Het Parool schreef. Met Abrahams’ smaak en oordeel ben ik het ook bijna altijd eens. Soms hebben die invloed op mijn keuze.

Zo schreef hij op 13 maart dat hij een voorvertoning had gezien van De Wouter Tapes, een televisiedocumentaire waarin Wouter Bos wordt gevolgd vanaf november 2005, toen hij zich voor de PvdA kandidaat stelde voor het premierschap, tot het ogenblik dat hij op de trappen van het Huis ten Bosch stond – maar niet als premier.

Daarover schreef Abrahams onder meer dat in die documentaire, die in twee afleveringen wordt vertoond, Bos en zijn medewerkers „zich eindeloos het hoofd breken over hun missie en vooral over de vorm waarin die vervat moest worden. Te vaak gaan de discussies over beeldvorming, te weinig over de essentie van de boodschap.”

Nu, toen ik dat gelezen had, besloot ik mijn tijd niet te gaan verspillen aan het kijken naar die documentaire. Overigens: als je onzeker bent over je eigen boodschap, dan moet je wel vluchten in het beeld, want als politicus kun je natuurlijk niet zeggen dat het je alleen maar om de macht te doen is – al is dat een heel natuurlijk streven.

Overigens waren de adviezen die Bos van zijn medewerkers kreeg, ook niet altijd even concreet. Abrahams citeert de raad die het toenmalige Tweede Kamerlid Frans Timmermans Bos gaf: „Solidariteit, daar gaat het ons toch om? Daar zijn we toch voor opgericht? What makes him tick? Wat is jouw ultieme drijfveer? Dat is die solidariteit!”

Solidariteit? Prachtig! Maar dan moet er wel bij gezegd worden met wie of met wat we solidair zijn. Je kunt met zoveel zaken en mensen solidair zijn. Zo zal de VVD eerder solidair zijn met de belastingbetaler, die altijd vindt dat hij te veel moet dokken. Maar daar zal de solidariteit van de PvdA wel niet in de eerste plaats naar uit gaan. Naar wie of wat dan wel? Zeg het alsjeblieft!

Met andere woorden: solidariteit sec is een hol begrip, inhoudsloos, zinledig. Wel wekt het mooie gevoelens, maar dat maakt het nog niet substantieel. Ook Pavlovs hond kreeg mooie gevoelens wanneer hij de bel hoorde luiden, maar voedsel gaf die bel hem niet. Tot mijn verrassing vond Abrahams Timmermans’ advies echter „nuchter”. Dat had ik niet van hem verwacht.

Het is niet de eerste keer dat ik in mijn rubriek het gebruik van het woord solidariteit zonder object hekel (‘visie’ is ook zo’n mooi woord, maar hol zonder bepaling van de inhoud). Dat die woorden toch telkens weer terugkomen, duidt de mate van mijn invloed aan. Ook een lesje in bescheidenheid dus.

Die Timmermans is overigens in het nieuwe kabinet staatssecretaris voor Europese Zaken geworden. Blijkens de reacties had deze benoeming ieders instemming. Terecht waarschijnlijk, want als oud-diplomaat betreedt hij geen maagdelijk terrein. Bovendien schijnt hij een aardige man te zijn (maar ja, dat werd ook altijd gezegd van de brekebeen Van der Klaauw, die van 1977 tot 1981 minister van Buitenlandse Zaken was).

Die laatste eigenschap toonde Timmermans ook toen hij op 11 maart optrad in het programma Buitenhof. Bovendien zei hij toen heel verstandige dingen. Alleen op één punt begon ik even te twijfelen. Dat was toen hij vertelde over zijn eerste dienstreis, die hij pas gemaakt had. Eerste bestemming was Luxemburg geweest, welks premier, Jean-Claude Juncker, meer gezag in Europa geniet dan waarop de premier van menig groter land kan bogen.

Nu had premier Juncker zich na het Nederlandse neen over de Europese ‘grondwet’ meermalen niet zo aardig over Nederland uitgelaten. Dat Nederlandse neen was er mede schuld aan dat Europa in een „diepe crisis” was geraakt. Timmermans en zijn medewerkers hadden dus een koele ontvangst in Luxemburg verwacht.

Maar nee, hoor. Juncker was, zo vertelde Timmermans, allerhartelijkst geweest, en van verwijten was niets gebleken. De Nederlandse gasten waren dus optimistisch van hun reis teruggekeerd. Te vrezen valt dat Timmermans hier schijn en werkelijkheid enigszins vermengde (tenzij hij er belang in zag voor de televisie een eerder rooskleurig betoog te houden).

Natuurlijk had Juncker er geen belang bij om Nederland, met een boze preek, nog meer van Europa te vervreemden dan het zichzelf al door zijn neen had gedaan. Vriendelijkheid is een beter smeermiddel. Zo zullen de bewindslieden van de andere landen die ja tegen de ‘grondwet’ hebben gezegd er ook wel over denken. Maar intussen mag in Nederland niet de indruk ontstaan dat het neen vergeten is en dat het er niet te eniger tijd een prijs voor zal moeten betalen.

Wat dat betreft, was het bezoek dat leden van de commissie voor Europese Zaken uit de Tweede Kamer deze week aan Brussel brachten leerzaam. Vooral de ontmoeting met de grondwetspecialisten uit het Europese Parlement bleek, zo was in de krant te lezen, een „ontnuchterende ervaring”: er moest zo min mogelijk aan het door Nederland verworpen verdrag gewijzigd worden.

Misschien maakt het kabinet zich hierover nog illusies. De brief aan de Tweede Kamer die minister Verhagen en staatssecretaris Timmermans maandag aan de Tweede Kamer deden uitgaan, worden flinke uitspraken gedaan, maar dat kan nooit kwaad als beginpunt bij onderhandelingen. Over ’t algemeen toont de brief echter aan dat Nederland een heel stuk dichter bij de realiteit van Europa is gekomen – zeker vergeleken bij de voorstellen die het op ‘zwarte maandag’ 1991 bij zijn partners indiende en die toen een vernietigend onthaal vonden.

Die ontwikkeling heeft zich overigens minder uit eigen vrije wil voltrokken dan dat zij door die realiteit en door de gevoelens in eigen land (die ook tot die realiteit behoren) afgedwongen is geweest.