Bestuurlijk falen

In het jongste jaarverslag van de 25-jarige Nationale Ombudsman staat niets waarover de burger zich hoeft te verbazen. En veel waarover hij zich grote zorgen dient te maken. De vertrouwenscrisis tussen burger en overheid is bekend. De gebrekkige uitvoering van beleid. De stroperigheid van bestuur en politiek: resistent tegen hervormingen, gevangen in bestaande structuren. De gevolgen van de grote hervormingen: vastlopende computers, onbeantwoorde klachten, foute beslissingen, verkeerde informatie. De falende communicatie, het onbehoorlijke optreden.

Wat was er in 2006 zoal in Nederland tussen burger en overheid mogelijk? Een verdachte van AOW-fraude wordt vijf uur onafgebroken verhoord. Het gaat om een vrouw van 81. De politie laat een geboeide arrestant op de grond bijten door een politiehond. Een voetbalsupporter. De Belastingdienst raakt een aanvraag voor 230 euro huurtoeslag kwijt en reageert maandenlang niet. Het treft een gehandicapte alleenstaande moeder met drie schoolgaande kinderen, die leeft van 800 euro.

Moet deze jaarlijkse litanie van frustratie en verdriet, keurig gebonden, stil naast de verslagen over de vorige 24 jaar worden gezet om daar te worden vergeten? Weggeboekt onder ‘bedrijfsongevallen – divers’? Dit is doorgaans wel het lot dat nationale ombudsmannen in politiek Den Haag is beschoren. Weliswaar ingesteld als ‘Hoog College van Staat’, maar in de Haagse pikorde en de media toch een weinig geciteerd en niet zo politiek invloedrijk orgaan gebleven. En dat is vreemd. Driekwart van de klachten wordt gegrond verklaard; vaak weet de ombudsman praktisch resultaat voor een burger te boeken.

Steeds meer burgers weten de ombudsman ook te vinden. Aanbevelingen om ambtelijke praktijken te wijzigen of regels aan te passen worden doorgaans opgevolgd. Het instituut heeft de normen voor behoorlijk handelen ontwikkeld die algemeen worden erkend. En toch is nog geen nationale ombudsman erin geslaagd opinieleider in het politieke of bestuurlijke debat te worden.

De huidige functionaris, staats- en bestuursrechtkenner Alex Brenninkmeijer, deed dinsdag een nieuwe gooi naar deze rol. Hij riep de derde dinsdag van maart uit tot ‘Dag van de burger’, gaf de vijf instellingen uit zijn klachten-topvijf een ludiek cadeau (een spiegel) en verschafte zich een persmoment met de premier. Die liet alles welgemoed over zich heen komen. Maakte een paar grappen, nam een spiegel aan en ging zijns weegs.

Intussen zou Brenninkmeijers analyse van het bestuurlijk falen een gat in elk Haags bureau moeten branden. De overheid slaagt er te vaak niet in om de burger fatsoenlijk te behandelen. De overheid is een complex systeem zonder handleiding, dat gefixeerd is op ‘regels’ en niet op mensen. De politiek legt een te hoog tempo op bij grote hervormingen, waarvoor de burger de prijs betaalt. Het systeem maakt van de burger een nummer en ontmenselijkt. Kafka leeft niet alleen, maar floreert in de Lage Landen. Een jaarlijkse ingebrekestelling van dit kaliber mag niet in een la verdwijnen.