Bankenfusie van twee ongelijken

ABN Amro streeft met Barclays naar een Britse rechtspersoon met een Britse topman een een hoofdkantoor in Nederland. Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen de banken?

De mix is er al een beetje. ABN Amro heeft een Brit in de raad van bestuur, Barclays heeft een Nederlander in de raad van bestuur. En straks moet dat een geheel vernieuwde internationale board worden. Met Britten, Nederlanders en natuurlijk ook Amerikanen. Die zijn nu ook al bij beide banken in de top te vinden.

Maar wat vooral in het oog springt bij vergelijking van de banken Barclays en ABN Amro is dat zij zo van elkaar verschillen. Dat geldt voor het soort activiteiten, maar ook voor de plaats van de activiteiten. Ofwel, weinig saneringsvoordelen vanuit het perspectief van beleggers. Maar ook minder bedreiging voor de werknemers dan bij banken die elkaar overlappen zodat er makkelijker gesneden kan worden.

Barclays is een reus. De bank telt bijna tweemaal zoveel werknemers als Deutsche Bank, om maar eens een andere mastodont uit de Europese sector te noemen. Met consumentenbankieren, de kredietverstrekking en andere diensten voor particulieren en het midden- en kleinbedrijf, is de bank een van de grootste van het Verenigd Koninkrijk. ABN Amro is daar op deze manier nauwelijks actief.

In tegenstelling tot het management van ABN Amro heeft Barclays in het Verenigd Koninkrijk een sterke naam opgebouwd in het efficiënter maken van het binnenlandse bankbedrijf. De kostenbeheersing is bij ABN Amro al langer een punt van kritiek, maar Barclays heeft de verhouding van kosten en baten de afgelopen jaren sterk verbeterd. De bank verdiende vorig jaar met haar Britse binnenlandse kantorenbedrijf 3,8 miljard euro tegen 1,6 miljard euro van ABN Amro in Nederland.

Qua buitenland is Barclays sterk in Zuid-Afrika, waar de bank een paar jaar geleden de grootste bank van het land onder controle kreeg. Maar dat is meteen het grootste buitenland voor Barclays. Zuid-Afrika is goed voor de helft van de winst van Barclays buitenlandse bankbedrijf.

ABN Amro is met bankieren voor particulieren een stuk internationaler georiënteerd. De bank is al tientallen jaren gevestigd in de regio rond Chicago. Daar heeft de bank een stevige positie opgebouwd. In Brazilië, en sinds kort Italië, is ABN Amro ook sterk vertegenwoordigd – daar waar Barclays nauwelijks te vinden is.

ABN Amro heeft de afgelopen jaren de aandacht verlegd van zakenbankieren (beursgangen, advies bij fusies en overnames, effectenhandel) naar consumentenbankieren. Qua zakenbank is ABN Amro op het internationale podium afgezakt. Maar Barclays is op dit vlak juist uitgegroeid tot een speler van formaat.

De Britse bank had tien jaar geleden te maken met een afglijdende zakenbankdivisie. Onder leiding van de Amerikaan Bob Diamond – een bankier met sterrenstatus in de City – werd het zakenbankieren nieuw leven in geblazen. Terwijl de Amerikaanse zakenbanken zich concentreren op de grote fusies en overnames en beursgangen, verlegde Barclays de aandacht vanaf 1997 naar de schuldenmarkt. Van handel in obligaties en afgeleide renteproducten tot begeleiding van uitgiftes van verhandelbare leningen en de bundeling en verpakking van verhandelbare schuld in nieuwe effecten, de zogenaamde securitisatie. Dat bleek een goede zet. Vorig jaar verdiende de bank 3,3 miljard euro door handel voor eigen rekening. In die zin verschilt de afdeling weinig van een speculatief beleggingsfonds.

De afdeling vermogensbeheer van Barclays is eveneens goed thuis in de wereld van de grote getallen. Barclays Global Investors bevond zich begin jaren zeventig in de voorhoede van beleggers die er voor kozen blind het marktgemiddelde te volgen tegen zo laag mogelijke kosten, het zogenaamde indexbeleggen. Met het schaduwen van zo’n index heeft de vermogensbeheerder veel kapitaal aangetrokken, met name van pensioenfondsen. BGI beheert omgerekend ruim 1.360 miljard euro. Dat is ruim zeven maal zoveel als ABN Amro met 193 miljard euro, en 2,5 maal het bruto binnenlands product van Nederland. De winstmarges zijn hier dun, maar de risico’s klein. Barclays verdiende er vorig jaar 1 miljard euro mee.

Terwijl ABN Amro de afgelopen jaren door haar draai naar particulieren en het midden- en kleinbedrijf veel minder gevoelig is geworden voor de economische cyclus, is bij Barclays precies het omgekeerde gebeurd. Bij de laatste jaarcijfers bleek 44 procent van Barclays’ winst afkomstig van het grotejongensbankieren. Volgens analisten van Fox-Pitt Kelton is ruim 40 procent van Barclays’ winst afhankelijk van de stemming op de kapitaalmarkten. Met Barclays wordt het conjunctuurgevoelige bankieren weer bij ABN geïntroduceerd.