‘Aap’ [m/v], zie: ‘mens’ (en omgekeerd)

Het is moeilijk om volledig en van harte te aanvaarden dat de mens een dier is. Maar ‘het’ dier bestaat niet. Elk verschil tussen mens en konijn geldt net zo goed voor chimpansee en konijn.

Professor in de Psychologie en directeur van het Living Links Center aan Emory University, Atlanta, Georgia, USA.Auteur van onder meer ‘De aap in ons’ en ‘Chimpanzee Politics’.

Het nestkastje in onze tuin is goedgekeurd door de North American Bluebird Society (ja, een hele vereniging voor één klein vogeltje). Zo’n goedkeuring is natuurlijk geweldig, maar elke lente is het weer de vraag wat de vogels er zélf van denken. Onze buurt heeft tientallen kastjes, maar ik schat dat slechts een kwart bezet wordt, terwijl we toch geen gebrek aan bluebirds hebben. Deze felblauwe vogeltjes komen vrijwel altijd als paartje. De een zit op de kast terwijl de partner binnen rondgluurt – daarna draaien ze de rollen om. Elk paartje inspecteert alle kastjes in de buurt vele malen. Dat neemt dus weken.

Honderden bezoeken later zien we ineens een mannetje met een takje in z’n bek op onze kast landen. Een goed teken. Meestal duurt het dan niet lang voordat de kast bezet is. Niemand mag meer in de buurt komen, niet alleen andere bluebirds, maar ook alle andere kleine vogels worden verjaagd. Het gesleep met takjes begint.

Vraag me niet waarom dit kastje is uitverkoren, waar het om gaat is dat deze vogeltjes eerst zorgvuldig gegevens inzamelen en alle voor- en nadelen afwegen voordat ze hun keuze bepalen. Misschien vinden ze het uitzicht belangrijk, of hoe gehorig de buren (wij dus) zijn. Het proces is echt niet zo anders als dat van mensen die met de makelaar op stap gaan om een huis te kopen. Nou weet ik wel dat mensen een vrije wil hebben en verstandig redeneren – dit is waarom wij onszelf ‘het redelijke beest’ noemen – maar indien de rede bestaat uit het nemen van beslissingen op grond van informatie, zie ik niet hoe mens en dier precies verschillen.

De mens is z’n emoties de baas, de mens weet wat hij doet, het dier volgt alleen maar instincten en kent geen enkele remming. Dit is het bekende refrein van het westerse denken, maar het boet al jaren aan kracht in. Het ligt lang niet zo zwart-wit. Onlangs is bijvoorbeeld een eenvoudig proefje gedaan met ‘uitgestelde beloning’ waarvan werd aangenomen dat alleen mensen ertoe in staat waren. Chimpansees werd een stukje chocolade aangeboden dat ze meteen mochten opeten. Indien ze dat deden, bleef het bij dat ene stukje. Als ze het stukje daarentegen lieten liggen, konden ze later meer krijgen. De apen onderdrukten de neiging om meteen te smullen en wachtten geduldig op de grotere beloning.

Het idee dat de mens een cultureel wezen is en het dier slaaf van z’n biologie werd voor het eerst ter discussie gesteld door Kinji Imanishi, de grote Japanse antropoloog en primatoloog, die in 1952 beweerde dat als we cultuur definiëren als de overdracht van kennis en gewoontes, er geen goede reden is om dieren cultuurloos te noemen.

Ik zie soms komische scènes die hiermee verband houden, want we doen al jaren onderzoek naar apencultuur. Dus ik arriveer op ons veldstation en zie Kristin, een studente van me, bedekt met modder (of mogelijk erger!). Ze is bezig een paar chimpansees te leren wat ze moeten doen met stukjes plastic pijp die ze heeft rondgestrooid. Ze moeten eerst zo’n stukje ophalen en dan in één van de twee bakken gooien, een blauwe of een witte. Als ze het in de witte bak deponeren krijgen ze een beloning, maar niet als ze het in de blauwe bak deponeren. Als de chimps een stukje pijp in de blauwe bak gooien en dus géén banaan krijgen hebben ze daar een oplossing voor. In plaats van te denken ‘mijn fout’, zijn ze net als mensen geneigd de fout elders te zoeken. Het is de schuld van de onderzoekster! Daarom wordt er gespuugd en met modder gegooid.

Maar wij hebben geduld. Na enige tijd weten de apen wat er van hen verwacht wordt. Ze rennen volgeladen met stukjes pijp (in beide handen, mond, voeten) naar de juiste bak. Pas nu kunnen we beginnen aan de ‘culturele’ fase van het experiment. Eerst laten we alle andere apen los. Zij waren niet bij de training en weten dus nergens van. Ze bekijken de pijpjes en de bakken, maar verliezen al snel belangstelling. Als we dan wederom die paar chimps die het trucje kennen gaan belonen, kijken alle anderen toe. Snappen ze hoe ze aan voer kunnen komen?

In een tweede groep doen we precies het omgekeerde: we belonen de blauwe bak en niet de witte. Binnen korte tijd leren alle apen in de eerste groep om stukjes pijp te verzamelen en naar de witte bak te brengen en alle apen in de tweede groep om ze naar de blauwe bak te brengen. Ze hebben dus uit pure waarneming afgeleid dat stukjes pijp als geldmiddel dienen en ergens heen moeten worden gebracht om iets lekkers te bemachtigen. We hebben twee verschillende culturen geschapen.

Sommige mensen eten met mes en vork, anderen met stokjes. We noemen dit een cultureel verschil, omdat niemand met zulk gedrag geboren wordt. We leren eetgewoontes van ouders en omgeving. Het is vergelijkbaar met hoe chimpansees elkaar na-apen. In het wild zijn er groepen chimpansees die keiharde noten tussen grote stenen kraken – een moeilijke techniek, waar de apen in feite beter in zijn dan mensen. Er zijn andere groepen chimpansees die volop noten en stenen in het bos hebben, maar er niks mee doen. Een archeologische studie heeft onlangs aangetoond dat chimpansees op sommige plekken al meer dan vierduizend jaar noten kraken, mogelijk langer. Een lithische cultuur dus.

Er is hier een interessante les voor de filosofie, want het is geen toeval dat het idee dat dieren cultuur hebben uit het Oosten is overgewaaid. Voor lange tijd was het Westen hier niet aan toe. Het is pas nu – een halve eeuw na Imanishi – dat we dierencultuur serieus nemen. Dit heeft te maken met de menselijke uitzonderingspositie, die teruggaat op onze religies. In het Westen heeft alleen de mens een ziel en het dier niet. In het Oosten, daarentegen, reizen zielen rond. Mijn ziel kan ik gekregen hebben van een kat en na mijn dood kan ze verhuizen naar een zwaan, of misschien wel een kikker! Geen ziel is soortgebonden.

Dit verschil in benadering is ecologisch verklaarbaar. Het Oosten heeft volop apen – gibbons in China, makaken in Japan – terwijl het Westen zich duizenden jaren lang ontwikkeld heeft zonder enig contact met de klasse van dieren waar we toe behoren. Onze fabels en folklore zijn bevolkt met raven, vossen, wolven, konijnen, maar geen enkele primaat. Ook de bijbel kent ezels, kamelen, koeien, geiten, maar geen primaten. Het heeft ons dus volledig ontbroken aan dieren die ons met de neus op de continuïteit konden drukken. Daarom waren we totaal van de kaart toen de eerste apen in Europa verschenen. De dierentuin van Londen had in 1835 de primeur van levende mensapen, welke koningin Victoria na haar bezoek gelijk als „pijnlijk en onaangenaam menselijk” omschreef.

Het pijnlijke en onaangename zat ’m in het feit dat het Westen tot dan toe in een illusie had geleefd. Men wist niet beter dan dat we volslagen uniek waren. Hoezeer de mens van ‘het’ dier verschilde kon duidelijk gemaakt worden door ons bijvoorbeeld met een konijn te vergelijken. Logisch dat men dan nogal wat verschillen vindt. Maar ‘het’ dier bestaat helemaal niet en vrijwel elk verschil tussen mens en konijn geldt net zo goed voor chimpansee en konijn.

Niet dat er geen verschil is tussen mens en mensaap, maar het is lang niet de kloof waar onze cultuur zo graag op hamert. Als we ons even concentreren op de prehistorische mens – en niet op de moderne tijd van vliegtuigen en internet – zijn vrijwel alle verschillen terug te voeren op het feit dat de mens taal en symbolen heeft en andere primaten niet. Dat is het grote onderscheid, en het heeft verstrekkende gevolgen gehad. Psychologisch zijn we er echter nauwelijks door veranderd. We lopen nog steeds rond met de mentaliteit van een aap. Ga maar naar een voetbalwedstrijd of een tienerfeestje: alles wat ik daar zie is de aap in ons.

Dat de mens een dier is weten we zo langzamerhand wel, maar om dit volledig en van harte te aanvaarden is een andere zaak. Het wordt meestal met tegenzin toegegeven. Het thema ‘het redelijke beest’ zal daarom veel losmaken. Misschien roept het wel zoveel emoties op, dat de rede in de knel raakt. Dat zou mooi zijn, want dan bijt het thema zichzelf dus in de staart, om het maar even dierlijk uit te drukken.