Was ik maar een hedgefonds

Was ik maar een hedgefonds. Ik weet weliswaar niet precies wat het inhoudt – maar wist ik op m’n zesde, toen ik ervan droomde brandweerman te worden, wat een brandweerman precies was?

Mijn vader heeft het ook nooit geweten. Bijna zestig jaar onafgebroken in de effecten en de beleggingsfondsen gewerkt, zodat ik in mijn jeugd aan tafel vaker over Standard Brand, Anaconda Copper en Olie’s moest horen dan Maarten ’t Hart bij het bijbellezen ooit kan zijn lastig gevallen met Jehizkia, Abisai en Jonathan. Ik heb daar overigens nooit wrok over gekoesterd, laat staan romans over geschreven. Hoogstens heeft het me gespeten dat mijn vader z’n hele leven lang consequent onderaandelen Olie verkocht in de week dat ze net spectaculair begonnen te stijgen, en dat hij ze altijd weer zag kelderen vanaf de dag dat hij had besloten er weer in te stappen.

Tegen de tijd dat hij met hedgefondsen misschien alsnog miljonair had kunnen worden, was hij jammer genoeg dood. We zijn eeuwen en eeuwen te vroeg gestorven.

Zou hij meteen aandelen ABN Amro hebben gekocht zodra hij het gerucht had opgevangen dat de bank in handen van The Children’s Investment Fund of mogelijk van het Engelse hedgefund Tosca dreigde te vallen?

Vast niet.

Kind van m’n vader als ik nou eenmaal ben, voelde ik in die run op de beurs van meet af aan ook iets onpatriottisch: dat je als Nederlandse belegger een gat in de lucht springt omdat een oude, oervaderlandse geldinrichting misschien wel in één klap vijf of tien miljard meer waard is geworden, vanwege een paar uitgekookte graaiers uit een vreemd land die er alleen nog maar op azen!

Maar wat zou ik zelf doen als ik een uitgekookte graaier uit een vreemd land was?

Nou, reken maar.

Je bent hedgefonds, je scant de wereld af en ziet ergens ineens een onderneming waarvan de topbestuurder op Rijkman Groenink lijkt (nette man, maar je komt als aandeelhouder te weinig aan je trekken) – en je hoeft in het café maar tegen twee mensen iets te fluisteren, of morgen is het de opening van de Financial Times, en Rijkman smeekt Barclays om hulp.

Lekker gevoel, macht.

Wat zou ik allemaal opkopen als ik het was?

Ik zou niet weten waar ik moest beginnen. Meteen maar de pensioenfondsen? Die zou ik dan natuurlijk, omdat ik toch slecht was geworden, niet alleen in Noord-Koreaanse en Iraanse atoombommen laten beleggen, maar ook, om die ontzettend ethische dierenpartijaanhangers op stang te jagen, in volautomatische kuikenslachterijen, Veluwse varkensboeren (Wien van den Brink!) en nertsfokkers. Ik hoor er een aantal kamerleden graag schande van spreken – maar de waarde van de fondsen is intussen dusdanig gestegen dat we alle vergrijzingsproblemen die we tot het eind van de 22ste eeuw nog kunnen verwachten nú al onder controle hebben.

Zou je ook politieke partijen kunnen kopen? Op den duur waarschijnlijk wel. Als we – na Fokker, Stork en ABN Amro – ook het vierde grote Nederlandse merk, te weten de Hema, in de etalage kunnen zetten, moeten Agnes van Ardenne en ik op een dag toch zeker hedge-gewijs eigenaar van Henk Kamp en Mark Rutte, dus de VVD kunnen worden?

Wat denk je van Talpa?, vroeg mijn vrouw gisteravond nog, toen we eenmaal hebberig bleven doorfantaseren.

Maar dat weet ik eigenlijk niet. Jack Spijkerman, Beau van Erven Dorens, Jan Mulder, Umberto Tan en meer van dat soort volk in m’n pakket? Misschien zou ik ze meteen splitsen – maar dan zou ik net zo goed een bod kunnen doen op Maurice de Hond, en díé splitsen.

En toen ik zo ver had gedroomd, vond ik er ineens niks meer aan.

Jan Blokker