Voordeel van Kenianen: ze zijn erg snel

De marathon in Rotterdam wordt gedomineerd door Kenianen. Is dat niet te eenzijdig? „Onvermijdelijk als van de 400 snelste lopers op de halve marathon er 350 uit Kenia komen.”

Rotterdam, 21 maart. - Wie kent ze niet, William Kipsang, Wilson Onsara, Charles Kibiwott, Rodgers Rop, Patrick Mukutu Ivuti of Jimmy Muindi? Ja, de kenners weten genoeg: het zijn Keniaanse marathonlopers die ooit sneller dan 2.08,00 hebben gelopen. Stuk voor stuk fantastische atleten, die op 15 april meedoen aan de marathon van Rotterdam. Maar geen namen die tot de verbeelding spreken.

‘Rotterdam’ heeft bij de samenstelling van zijn deelnemersveld evenwel weinig keus. De marathon wordt steeds nadrukkelijker het domein van Kenianen. Toplopers met een andere nationaliteit worden schaarser door de steeds grotere toestroom van Kenianen en zijn bovendien in april financieel onhaalbaar.

Zij kiezen voor de marathon van Londen, die een week later wordt gehouden en waar de organisatie kapitaalkrachtiger is. Dat blijkt uit het deelnemersveld in de Britse hoofdstad, waar 22 april strijd wordt geleverd tussen loopgrootheid Haile Gebrselassie, wereldkampioen Jaouad Gharib, Europees en olympisch kampioen Stefano Baldini, wereldrecordhouder Paul Tergat en Felix Limo, de winnaar van vorig jaar en oud-winnaar en houder van het parkoersrecord (2.06,14) in Rotterdam.

‘Londen’ lokt de gevestigde namen met aantrekkelijke startgelden en lucratieve contracten. Baldini is bijvoorbeeld voor drie jaar vastgelegd. Bovendien maakt de marathon in Londen deel uit van de ‘Big Five’, de organisatie van vijf gereputeerde stadsmarathons (Londen, Berlijn, Chicago, Boston en New York) die gezamenlijk een klassement met aantrekkelijke geldprijzen hebben ingesteld.

De marathon in Rotterdam is aangewezen op het tweede garnituur, hoewel die kwalificatie relatief is gelet op de tijden die jaarlijks in de havenstad worden gelopen. Doorgaans loopt de winnaar in Rotterdam sneller dan de winnaar van een Big Five-marathon.

Rotterdam mag qua bezetting van een lager niveau zijn dan Londen, het is bij uitstek de wedstrijd waarin marathonlopers de kans krijgen hun naam te vestigen. Directeur Mario Kadiks van Rotterdam Marathon koestert die functie als kweekvijver en maalt er ook niet om dat de startlijst dit jaar vijftien Kenianen telt, zo lang zij maar supertijden blijven lopen. „Als we tweemaal achter elkaar een winnaar hebben met een eindtijd rond de 2.10,00 is het snel gedaan met onze status van snelle marathon.”

Kadiks en zijn racemanager Eric Brommert moeten inventief zijn in hun zoektocht naar ontluikende talenten. En de praktijk leert dat zij dan onvermijdelijk uitkomen bij Kenianen. Brommert: „Om een indicatie te geven: van de 400 snelste lopers op de halve marathon die ik in mijn databestand heb staan, komen er rond de 350 uit Kenia. Dat zegt genoeg. En ik houd echt niet alleen de winnende tijden bij. Ik weet gedetailleerd waar iemand goed en slecht heeft gelopen, of hij uitgestapt is en of hij ergens haas is geweest.”

Kadiks en Brommert scouten intensief. Zo ontdekten zij in Japan Samuel Wanjiru, de jonge Keniaan die afgelopen weekeinde bij de City-Pier-City Loop het wereldrecord halve marathon verbeterde. Wanjiru loopt volgend jaar de marathon in Rotterdam en de verwachtingen zijn hooggespannen.

Het typeert de werkwijze van Kadiks en Brommert, die voor een belangrijk deel gebaseerd is op warme contacten met de managers en goede faciliteiten voor de lopers. Daarbij zien zij het als een voordeel ook de organisatie van de halve marathon in Rotterdam en de City-Pier-City Loop in handen te hebben. Kadiks: „Dan heb je goede lopers drie keer per jaar wat te bieden. Dat versterkt de relatie met een atleet.”