Vertrouweling Koštunica kende verdachten van moord op Djindjic

De vroegere chef van de Servische militaire inlichtingendienst – een vertrouweling van premier Vojislav Koštunica – heeft gisteren toegegeven bij herhaling de veronderstelde moordenaars van toenmalig premier Zoran Djindjic te hebben ontmoet voordat Djindjic in maart 2003 werd doodgeschoten.

De gepensioneerde generaal Aco Tomic zei gisteren tijdens het proces tegen de verdachten van de moord dat hij in 2002 meer dan eens heeft gesproken met Milorad Lukovic en Dušan Spasojevic. De eerste is het vermeende brein achter de moord op Djindjic en hoofdverdachte in het proces. De tweede is een maffiabaas die werd gedood toen hij zich na de moord op Djindjic tegen zijn arrestatie verzette.

Tomic is als getuige opgeroepen door de familie van Djindjic, die wil aantonen dat de huidige premier Koštunica – indertijd president van Servië – en diens medewerkers door hun voortdurende aanvallen op de pro-westerse politiek van Djindjic de moordenaars hebben geïnspireerd. Tomic zei dat Lukovic – leider van de Rode Baretten, een elite-eenheid van de Servische geheime dienst die zich tot een maffiabende had ontwikkeld – tijdens hun gesprek vooral belangstelling had voor de vraag of hij op een lijst van gezochte oorlogsmisdadigers van het Joegoslavië-tribunaal stond. De ex-generaal gaf toe te hebben geweten dat Lukovic en Spasojevic maffiosi waren. Hij gaf ook toe van hen een mobiele telefoon cadeau te hebben gekregen. Zijn ontmoeting met de twee zou niet in verband staan met de latere moord op Djindjic.

Een van de advocaten van de familie Djindjic, Srdja Popovic, zei gisteren dat Koštunica „nauwe banden” onderhield met Lukovic en andere beklaagden. „Ik zeg niet dat Koštunica medeplichtig is [aan de moord], maar hij moet zijn gedrag komen uitleggen”, aldus Popovic. Een verzoek om Koštunica als getuige op te roepen werd door de rechtbank afgewezen.

Djindjic en Koštunica leidden de oppositie ten tijde van het bewind van president Miloševic. Na diens val in 2000 viel hun bondgenootschap uiteen. (AFP, AP)