Van der Weijden mist medaille in open water

Zwemmer Maarten van der Weijden is vanochtend bij de WK in Melbourne als zevende geëindigd op de tien kilometer open water. Hij had een achterstand van ruim negentien seconden op de winnaar, Vladimir Diatsjin.

De Rus versloeg de Duitse titelverdediger Thomas Lurz met minimaal verschil in de eindsprint: na 1 uur en 55 minuten en 32,4 seconden zwemmen moest de winnaar van deze nieuwe olympische discipline na een fotofinish worden aangewezen.

De jonge debutant Alex Schelvis eindigde voor de kust bij St. Kilda Beach op de veertiende plaats in een veld van vijftig zwemmers.

Van der Weijden liet na afloop van de race weten dat het einde van zijn carrière in zicht komt. De afgestudeerd wiskundige wil zich kort na de Olympische Spelen van Peking (2008) op zijn maatschappelijke loopbaan richten. „Als ik nog tien jaar doorga, hoef ik straks in het normale leven niet meer met mijn bachelor aan te komen. Ik zie de Spelen als hoogtepunt en plak er misschien nog een jaar aan vast. Daarna houd ik het echt voor gezien. Ik ben tevreden maar had toch op een medaille gehoopt.”

Van der Weijden (25) werd zes jaar geleden getroffen door leukemie, maar genas en keerde op wonderbaarlijke wijze terug als topsporter. Vorig jaar won hij zilver bij de EK in Boedapest.

De 2,02 meter lange zwemmer eindigt de laatste jaren constant rond de zesde plaats op WK’s. In Napels werd hij vorig jaar zesde, in 2005 eindigde hij in Montreal vijfde, vanochtend dus zevende, hoewel hij aanvankelijk in de officiële uitslag op de zesde plaats stond. Na een Duits protest schoof Van der Weijden alsnog een plaats op.

Toch zei hij vanochtend op het strand van St. Kilda dat hij zijn resultaat van vandaag hoger inschat. „Ik zwem veel beter dan op de vorige WK’s. De concurrentie is nu groter en er doen meer zwemmers mee, dus het is moeilijker om een medaille te halen.”

Dat heeft te maken met de introductie van het nummer op de Olympische Spelen. In de aanloop naar Peking blijkt dat steeds meer zwemmers uit het bad en specialisten op de 5 en 25 kilometer zich op de tien kilometer storten.

Van der Weijden mist op dit moment een goede eindsprint om in de finale toe te slaan. „Ik heb wel een stap gezet, maar blijf toch steeds rond de zesde plaats hangen. Ik moet net als een sprinter in een wielerkoers in het laatste stuk niet alleen kunnen bijblijven, maar ook kunnen versnellen.” Hij gaat zich de komende maanden daarom met specifieke trainingen nog meer toeleggen op de sprint.

Bondscoach Edith van Dijk voerde een verzachtende omstandigheid aan. Van der Weijden had hoger kunnen eindigen als hij niet vlak voor het vertrek naar Australië, in februari, een week koorts had gehad. „Dat hakt er behoorlijk in”, zei Van Dijk. „Anders was hij waarschijnlijk dichter bij een medaille gekomen.”