Sport, maar ook eten, wijn en film

Professionele lobbyisten proberen elke dag nieuwe sportevenementen naar Melbourne te halen.

Dat loont, want bezoekers spenderen er kwistig op los.

De lichtmasten raken bijna in elkaar verstrikt op Melbourne Park, waar vanaf zondag de langebaanwedstrijden van het WK zwemmen worden gehouden. De Rod Laver Arena, de Melbourne Cricket Ground, de Vodafone Arena, Olympic Park, Melbourne Sports Centre, de Old Scotch Oval. En dat is nog maar een greep uit het aanbod van stadions in Melbourne, dat drie maanden geleden door een Brits onderzoeksbureau werd uitgeroepen tot sporthoofdstad van de wereld, vóór Parijs, Sydney, Berlijn en Londen.

Dat Australiërs van sport houden is geen geheim. Alleen al de training voor de Grand Prix F1 trok zaterdag 76.000 toeschouwers. Die konden na afloop verderop in de stad terecht op de antieke Flemington Race Course, de kolossale Telstra Dome of het hypermoderne Sports & Aquatic Centre, waar de Nederlandse waterpolovrouwen hun wedstrijden spelen.

De hoge stadiondichtheid van Melbourne (3,7 miljoen inwoners) is geen toeval. Erachter gaat een zorgvuldig geplande overheidscampagne schuil. Inzet: het ‘merk Melbourne’. Professionele lobbyisten van de Victoria Major Events Company doen de hele dag niets anders dan bidbooks schrijven en de wereld afstropen om zoveel mogelijk grote evenementen naar Melbourne te halen, zegt de Nederlander Hans Westerbeek, hoogleraar sportmanagement aan La Trobe University in Melbourne en adviseur van de overheid en verscheidene Australische sportbonden. „Het gaat veel verder dan sport, Melbourne wil alles hebben: cultuur, mode, filmfestivals, muziek, het Food & Wine Festival, een Rembrandt-tentoonstelling of een bloemenshow.”

De filosofie is simpel: haal zoveel mogelijk mensen naar Melbourne om geld te spenderen. Volgens Westerbeek, die sinds 1994 in Melbourne woont, is berekend dat bezoekers van de Australian Open tennis dagelijks gemiddeld 600 tot 1.200 dollar (360 tot 720 euro) per persoon uitgeven in de stad. „En nergens worden zoveel zakenmensen uitgenodigd als voor de GP in Melbourne.”

Het is niet voor niets dat op duizenden reclameborden bij de Australian Open, de Boxing Day crickettest en de GP F1 in Albert Park geen sponsornamen meer staan, maar de naam van de stad. Destination Melbourne, is de boodschap. Geen enkel middel wordt geschuwd; zelfs de oude naam Flinders Park, bekend van de Australian Open, werd geschrapt. Tegenwoordig heet het Melbourne Park.

Ook overweegt Melbourne serieus de Grand Prix F1 volgend jaar ’s avonds te houden, zodat meer Europeanen de race kunnen volgen.

En de stad aan de Yarra River heeft succes met zijn lobby, getuige de bomvolle evenementenladder. Naast de grote jaarlijkse evenementen als de Boxing Day testmatch, de Grand Prix, de Australian Open en de Melbourne Cup (paardensport) organiseerde de stad vorig jaar de Gemenebestspelen en een tussenstop in de Volvo Ocean Race. Dit jaar dus de WK zwemmen. „Eén miljard mensen zullen kijken naar dit evenement”, aldus de premier van Victoria, Steve Bracks.

Melbourne werd begin jaren negentig een merk dankzij de toenmalige deelstaatpremier Jeff Kennett, die de economische basis van de stad wilde versterken na een diepe crisis. Vergeleken met Sydney, de historische rivaal aan de oostkust, trok Melbourne nauwelijks toeristen. „Sydney heeft zijn Opera House en de Harbour Bridge. Daar komen altijd mensen naartoe”, zegt Westerbeek. „In Sydney zijn ze daarom ook lakser. Melbourne ligt geïsoleerd en heeft niks, behalve grote evenementen.” Volgens Westerbeek heeft Sydney rond 2000 slechts een paar jaar geprofiteerd van de olympische aandacht. „Sydney wilde de wereld laten weten dat het de nummer 1-positie als sporthoofdstad had overgenomen van Melbourne, maar uit cijfers blijkt dat Melbourne al in 2002 weer meer evenementen en bezoekers trok. Sydney profileert zich nu meer als de stad van de schone kunsten.”

Die strategie leverde Melbourne een eindeloze waaier op aan multifunctionele sportstadions, met plaats voor ruim een half miljoen toeschouwers. Oude en kleine stadions worden zonder vorm van proces gesloopt. Ook dat is staand beleid: in twee van de grootste stadions van de stad, de Melbourne Cricket Ground en de Telstra Dome, hebben maar liefst acht clubs uit de Australian Football League (AFL) hun thuisbasis. „De AFL wilde af van al die kleine stadionnetjes in de suburbs, die niet te onderhouden zijn”, zegt Westerbeek.

Het is niet alleen financieel aantrekkelijker om een paar grote, moderne stadions intensief te gebruiken. Een wedstrijd met 90.000 toeschouwers levert niet alleen meer geld op dan een wedstrijd voor 9.000 mensen, het oogt ook aantrekkelijker. „Door die vele wedstrijden, twee of drie per weekend, komen de stadions uit de kosten. Ze zijn rendabeler dan in Nederland”, stelt Westerbeek.

Er was wel een trendbreuk voor nodig; het Australische voetbal begon ooit als strijd tussen de wijken van Melbourne, zoals Collingwood, Fitzroy, Hawthorn en St. Kilda. Maar het footie vaart er wel bij. Er zijn nu ook clubs in Sydney, Brisbane, Adelaide en Perth.

In een stad met zulke topfaciliteiten is het des te opvallender dat juist voor de WK zwemmen een apart zwembad moest werd aangelegd. Vlak na de Australian Open, in januari, begon een Spaans bedrijf met de bouw van een tijdelijk zwembad in de Rod Laver Arena, omdat die nu eenmaal meer zitplaatsen heeft dan het echte zwemstadion, het Aquatic Centre.

Het was niet voor het eerst. Vorig jaar werd voor de Gemenebestspelen een tijdelijke atletiekbaan aangelegd op de Melbourne Cricket Ground. In 1956 was de ‘MCG’ al eens omgetoverd tot olympisch stadion. Ook toen wist het gemeentebestuur al dat de naam van de stad op het spel stond.

Bekijk alle stadions op www.thatsmelbourne.com.au