Morgen mag je vechten. Yesss!

DVD

The 300 Spartans Regie: Rudolph Mate. Met: Richard Egan, Diane Baker, David Farrar. 20th Century Fox. **--- Film Geen extra’s

Deze week komt 300 in de bioscoop, de film van Zack Snyder over de slag bij Thermopylae, waarbij in 480 voor Christus driehonderd Spartaanse strijders onder koning Leonidas de invasie van honderdduizenden Perzen in Griekenland probeerden te verhinderen. Alleen door verraad konden de Spartaanse vechterbazen worden verslagen.

‘Oosterse orks vallen het Westen aan’, stond zaterdag boven een voorbeschouwing in NRC Handelsblad. Er stond ook een verwijzing in naar een oudere verfilming van de slag. Die was volgens de beroemde Amerikaanse filmencyclopedie van Leonard Maltin ‘strictly cardboard’ – helemaal van bordkarton.

Is dat zo? Welnee. In de nieuwe 300 doet een handjevol echte acteurs zijn dansjes voor een blauw scherm, de rest van de soldaten, de omgeving en het rondspattende bloed worden er daarna bijgeschilderd uit de pixel-doos van de computer. De oude, The 300 Spartans van Rudolph Mate, is helemaal gefilmd in de buitenlucht – op de aftiteling wordt het Grieks koningspaar nog hartelijk bedankt – en met echte mensen en echte ketchup. De pijlen die, naar het woord van Griekse geschiedschrijver Herodotus, door hun aantal de zon zouden verduisteren, zijn hier gewoon een heleboel pijlen tegelijk. In 300 is het hele beeld inderdaad digitaal volgekrast met zonsverduisterende pijlen.

Alleen het acteren in de oude versie gaat op zijn bordkartons. Hoewel, zelfs dat niet altijd. Bij een schermutseling tussen Perzen en Grieken gooit een Spartaan een spies die per ongeluk echt tegen de hand van een Pers komt. Je ziet de figurant zijn hand wapperen en zijn vingers in zijn mond steken. Très vlees en bloed.

Maar wat er wordt gefilmd is niet zo heel boeiend, daar heeft Maltin gelijk in. Het grootste deel van de tijd lachen de Spartaanse helden hun oergezonde tanden bloot als ze het over de strijd hebben. Morgen mag je vechten. Yesss! En geven ze elkaar een omhelzing. Ik ken weinig films waarin zoveel wordt omhelsd. Bij de Grieken dan. Aan wapengekletter zien we hooguit twintig minuten.

In de subtekst van de films zit hun historische betekenis. Vorige week beklaagden verschillende Iraanse regeringswoordvoerders en media zich over de belediging die 300 de oude Perzen, en dus het Iran van nu, zou aandoen. Bush zou de ‘psychologische oorlogsvoering’ tegen atoomnatie Iran opvoeren. Vandaar de nadruk in die film op de oriëntaalse afkomst van de vijand.

The 300 Spartans dateert uit 1961 het tijdperk dat de Perzen nog onze vrienden waren en dat we wel ergere vijanden kenden dan de moslims. Daarom zegt een Spartaan met nadruk: „Driehonderd man staan op tegen heel Azië.” Daar vechten Leonidas en zijn mannen ineens de Koude Oorlog van het jaar dat de Berlijnse Muur werd gebouwd. Weliswaar is er even een vrouw die zegt dat we toch ook in vrede kunnen leven, maar haar getuigenis steekt bleek af bij de hoofdboodschap: oorlog is goed! En de film eindigt met zo’n authentieke Hollywoodstem van God in blik: „Dat kleine groepje mannen dat niet wilde buigen voor terreur zond een boodschap die al de vrije mensen in de wereld prikkelde.” En die oorlog hebben we gewonnen.