Met ‘barracuda spin’ naar Peking

De tweelingzussen Bianca en Sonja van der Velden presteren uitstekend bij de WK synchroonzwemmen in Melbourne. De Olympische Spelen in Peking lonken. ‘Oh my gosh, cool!’

Schijnbaar moeiteloos, met een lach in het gezicht gekerfd, werken Bianca en Sonja van der Velden zich door hun oefening heen. In perfecte harmonie blijven hun armen, handen, benen en voeten als de tweelingzusjes de verplichte zwaardvis-overslag en de de barracuda spin up 360° aan de jury laten zien in de Rod Laver Arena in Melbourne. „Het kon niet beter”, zegt Bianca met een accent dat een lang verblijf in Amerika verraadt.

Het kroontje op het achterhoofd hebben ze zelf ontworpen, net als de glinsterende badpakken. Hun coach gebruikte de avonduren om er honderden fonkelende pailletten op te naaien. Details tellen in een jurysport. De waterproof make-up begint na de kür een beetje uit te lopen, maar het haar zit nog strak onder een dikke, glimmende laag gelatine; onmisbaar voor als je een halve minuut omgekeerd onder water hangt en razendsnel een waslijst van ingewikkelde oefeningen moet afwerken. „Je wast het er zo weer uit, hoor.”

Synchroonzwemmen beheerst het leven van de zusjes Van der Velden (30). En zij beheersen het bijna tot in de perfectie, getuige hun negende plaats op de technische routine voor duetten, gisteren bij de WK in Melbourne. Vanochtend zwommen ze zich ook op de vrije routine naar de finale dankzij een tiende plaats. Een kwestie van trainen, dertig uur per week, zegt Sonja. Loodzwaar moet het zijn, topsport bedrijven zonder te mogen ademen. „We kunnen bijna honderd meter onder water zwemmen. Maar het is zwaarder als je een halve minuut op je kop onder water allerlei gekke bewegingen moet maken.”

Dat een tweeling in het voordeel zou zijn in deze tak van sport is een misverstand. „Wij zijn eerder een soort spiegelbeeld van elkaar, dus is synchroonzwemmen voor ons moeilijker.”

Zoals alle synchroonzwemsters hebben ze hun eigen communicatiemiddel ontwikkeld. „Onder water tellen we”, zegt Bianca. En ze kijken naar elkaar, rechtstreeks of via het grote videoscherm boven het bad. Sonja: „Dolfijnen maken hele hoge geluidjes om te communiceren met elkaar. Dat doen wij ook.” Bianca: „Het is supercool als je gaat inzwemmen met vijfentwintig landen. Dan hoor je al die geluiden onder water, ze dragen door het hele bad. Maar je kent precies het geluidje van je partner.”

Waterdichte garanties geeft dat niet, want Sonja brak in januari haar voet toen ze haar zus onder water onbedoeld een trap gaf. „Ik zwem hier voor het eerst weer zonder tape om mijn voet.” Bianca: „Als je niet alles gelijk doet, knal je tegen elkaar aan. Daarom trainen we ook zes uur per dag.”

Dan zien ze op het scorebord dat ze een plaatsje gestegen zijn. Een gilletje. „Oh my gosh, cool!”

Vier jaar oud waren ze toen ze voor hun diploma B zwommen. Op hun Nijmeegse zwemclub kwamen ze jong in aanraking met kunstzwemmen, zoals dat toen nog heette, maar jarenlang combineerden ze beide sporten. Beiden behoorden op hun veertiende tot de nationale top in het wedstrijdzwemmen. Het duo moest een van de twee sporten laten vallen op het moment dat ze in hun natte badpak van het ene naar het andere zwembad moesten worden gebracht.

In 2001 zochten ze hun heil in Californië om te kunnen trainen met Nathalie Bartleson, de olympisch kampioene van 1996. Ze haalden Athene (2004), maar misten daar net de finale. Elk jaar komen ze naar Nederland om hun nationale titel op te halen – in januari hun zevende, waarmee ze zich plaatsten voor Melbourne.

Op zichzelf was dat een prestatie, want hun carrière werd vorig jaar ruw onderbroken. Het duo moest noodgedwongen uit elkaar omdat Bianca’s Amerikaanse verblijfsvergunning afliep. Zij trok naar Zwitserland waar ze de nationale ploeg ging trainen – dezelfde meisjes die ze gisteren in Melbourne wist te verslaan.

Sonja mocht wel in Santa Clara achterblijven omdat ze nog met een studie bezig was. Ook zij coachte in de tussentijd talentvolle synchroonzwemmers op de club van het duo, de Santa Clara Aquamaids.

Na driekwart jaar werden ze in augustus herenigd, nadat ze het felbegeerde verblijfsdocument binnen hadden. Ze pakten snel de draad weer op met hun nieuwe coach, Jenny Ekhelivesky. „Het voelt alsof we nooit gestopt zijn”, zegt Sonja. Bianca: „Het gaat nu zelfs beter. We hebben een hele andere instelling. We hebben veel meer lol nu, minder stress.”

Maar een rentree in een veld dat uitpuilt van de meisjes onder de achttien? Sonja: „We krijgen juist te horen dat we er beter uitzien dan een jaar geleden. Dus blijkbaar kan het nog op onze leeftijd.”

Door de negende plek in Melbourne ligt het duo aardig op koers voor ‘Peking’ (2008). Maar de zusjes willen daar niets van horen. Ze kijken ook niet naar de cijfers van de jury. Bianca: „Ik weet alleen dat we onwijs goed hebben gezwommen. Maar het is een jurysport, dus er zitten soms rare scores bij. Wij kregen achten en zevens, maar als we voor Amerika hadden gezwommen hadden we dikke negens gekregen. Zo werkt dat. Daarom kijken we niet naar de resultaten.”

Zwemmen voor een eerste plaats kan volgens die filosofie nooit het doel zijn. „We willen een goed gevoel hebben. Wij hebben goed gezwommen, daar gaat het om. Waar je dan eindigt, maakt niet uit. Vroeger waren we daar veel meer mee bezig. Dit geeft veel meer rust. We hebben gewoon de knop omgedraaid.”