Manager wil ‘kick fun’

In sport wordt gestreden om te winnen: op het veld, op de mat of in de ring.

Het bedrijfsleven luistert graag naar de tactieken van topsporters.

„Waarom ben je de beste spits van de wereld geworden? vroeg ik aan Marco van Basten. Geen idee, zei hij. Daarna stelde ik mijn vraag anders”, vertelt ex-topkeeper Hans van Breukelen in een tot conferentieoord omgebouwde boerderij even buiten Utrecht. Daar zit een zaal vol eierhandelaren, voerfabrikanten, diergeneeskundigen en andere vertegenwoordigers van organisaties in de pluimveehouderij vol belangstelling naar hem te luisteren.

Van Breukelen: „Jij was een van de drie goede spitsen in het Utrechts jeugdvoetbal. Waarom ben jij beter geworden dan de anderen?” Marco vertelde dat hij een van die andere spitsen was tegengekomen. Die was ‘professioneel bierdrinker’ geworden, had hij gezegd. Van Breukelen: „Ze hadden evenveel aanleg, maar hebben andere keuzes gemaakt.” Geluk dwing je niet af, wil hij maar zeggen, succes wel.

Dertien jaar geleden stopte Hans van Breukelen, wereldberoemd geworden als penaltystopper, met zijn voetbalcarrière. Nu geeft hij presentaties aan het bedrijfsleven over onder andere teambuilding, samenwerking en motivatie. Gepassioneerd pratend loopt hij door de zaal. Hij betrekt voortdurend zijn publiek bij zijn verhaal.

Steeds vaker worden (ex-)topsporters gevraagd hun ervaringen te delen met het bedrijfsleven. Volgens Ralph van Baasbank van Sportsspeakers.nl, een bureau dat bemiddelt in optredens van topsporters, speelt tv hierin een grote rol. „In ieder sportprogramma worden wedstrijden geanalyseerd en geven sporters commentaar. Daardoor zijn ook zijzelf veel belangrijker geworden. Bedrijven willen zo iemand ook wel eens binnenhalen.” Bovendien: sport is emotie en dat spreekt aan. En, zegt Hans van Breukelen: „Mensen kijken op tegen topsport. Ze willen het geheim van succes weten.”

Ook Marc Lammers is een veelgevraagde spreker. De bondscoach van het Nederlands dameshockeyteam leidt zijn team van het ene succes naar het andere. „Durf te dromen”, houdt hij de zaal met managers uit de beveiligingsbranche voor. Want daar begint innovatie – onmisbaar voor wie zich wil ontwikkelen. „De eerste reactie op gedurfde ideeën is weerstand, de tweede is dat ze het gaan nadoen – complimenten voor innovatie krijg je pas later.”

Zo heeft hij zijn team met ‘oortjes’ in laten spelen, waardoor hij ze instructies kon influisteren, liet hij TNO een videobril maken om goed zicht te hebben bij corners en bedacht hij de zogenaamde ‘sinterklaasstick’ waarop de bal blijft liggen. Slimmigheidjes die wereldwijd zijn gekopieerd.

Coachen door open vragen te stellen motiveert volgens Lammers meer dan voorkauwen. Zo ging aanvoerder Minke Booij op eigen initiatief fanatiek aan de slag met nauwgezette analyses van corners, waardoor het team net een tikkeltje beter werd. Want al heb je de top bereikt, blijf kijken waar je iets kan verbeteren, benadrukt Lammers.

Het grote publiek is de successen van Kenneth Leeuwin vergeten. Alleen liefhebbers weten dat hij bijna twintig jaar geleden meervoudig wereldkampioen karate was. „Ze horen meestal later pas dat ik ooit bekend was.” Hij heeft een eigen sportschool en wordt daarnaast vaak ingehuurd om workouts te geven aan managers van bedrijven als Shell, KPMG en Unilever. „Die vinden het heerlijk om lekker te rammen.”

Bij Leeuwin is het niet stilzitten en luisteren. In één of twee uur probeert hij de managers de essentie bij te brengen van loslaten, ontladen, samenwerken en communicatie. Hij doet dit door hen eenvoudige dansbewegingen te laten maken op Afrikaanse ritmes of door ze met Afrikaanse trommels te laten oefenen in het luisteren naar en overbrengen van berichten.

Favoriet bij de mannen is ‘kick fun’: stoten en trappen tegen een bokszak die door iemand wordt vastgehouden. Leeuwin: „Als twee managers samen op zo’n bokszak werken en de één geeft de ander geen ruimte, kun je dat in negen van de tien gevallen doortrekken naar het dagelijkse leven. Als je iemand daar een paar keer op hebt aangesproken, zie je dat ze inbinden en rekening met de ander gaan houden.”

Valt er iets te leren van topsporters of brengen ze vooral vermaak? Lammers en Van Breukelen worden nadrukkelijk gevraagd parallellen tussen bedrijfsleven en topsport te trekken en het geheim van succesvolle teams uit de doeken te doen. Ruim een uur vertellen levert uiteraard geen revolutie op. Wel kunnen de sprekers inspireren. Lammers: „Je moet simpele tools geven waarmee de toehoorders iets kunnen. Met af en toe een geintje. Vaak zeggen ze achteraf: het was niet helemaal nieuw voor me, maar ik was het vergeten.”

„Natuurlijk wil je een boodschap uitdragen”, zegt Van Breukelen. Zelf hoopt hij dat zijn publiek er „twee, drie dingen uit oppikt die de kwaliteit van hun leven kunnen verbeteren”. Ook de opdrachtgever wil iets bereiken met het vragen van een sporter als spreker. Zo heeft Starq, een productie- en distributiebedrijf in de pluimveesector, Hans van Breukelen ingehuurd om te vertellen hoe je als individualist, wat een keeper tenslotte is, een bijdrage kunt leveren aan een team.

Maar Starq wil ook dat er over de bijeenkomst wordt nagepraat. Dat krijgt een bekende sporter met een aansprekend verhaal beter voor elkaar dan de zoveelste peptalk van een topmanager uit het bedrijf. Niet ieder bedrijf heeft er overigens een doel mee, zegt Van Baasbank van Sportsspeakers.nl. „Ze vinden kleedkamerverhalen ook leuk.”

De sporters houden er in ieder geval een goed belegde boterham aan over. Afhankelijk van ervaring en bekendheid verdienen ze volgens Sportsspeakers.nl tussen de 2.000 en 5.000 euro per dagdeel voor hun presentatie. Hans van Breukelen houdt tijdens zo’n optreden een voor- en nabespreking en past zijn presentatie aan op zijn opdrachtgever. Kenneth Leeuwin krijgt 1.200 euro per uur. Daarvoor moet hij nog wel wat kosten maken, zoals een vrachtwagen laten rijden. Hij vindt het tarief terecht. „Dat soort bedrijven kunnen het makkelijk betalen. Er staan daar wel dertig, veertig man die twee ton per jaar verdienen.”

Succesvolle sporters die geen goede sprekers zijn, kunnen altijd nog sportclinics geven of lintjes doorknippen. Daar is volgens Van Baasbank ook veel vraag naar.