King (2)

Terwijl ik gegevens opzocht over de redenaar Martin Luther King, kwam ik bij de mens Martin Luther King terecht. Wat was hij voor iemand? Was hij zo nobel als zijn toespraken? Dat leek onwaarschijnlijk, want niemand is zo nobel als zijn toespraken.

Toen kwamen de raadsels op mij af. Links en rechts doken ze op, alsof ze al die jaren op me hadden liggen wachten. Hier werd hij een heilige genoemd, een nooit overtroffen strijder voor de Amerikaanse zwarten, daar heette hij een cryptocommunist en een fraudeur. Zelfs president Johnson van de Verenigde Staten noemde hem een ‘hypocriete dominee’.

Het Amerikaanse establishment vertrouwde King niet. Men zag in hem een revolutionair in schaapskleren, een man die geweldloosheid predikte, maar achter de schermen met linkse oproerkraaiers in zee ging. King heeft dat altijd tegengesproken. Hij had Marx gelezen, zei hij, maar van het communisme moest hij niets hebben, het was hem te atheïstisch en te totalitair. „Er zijn evenveel communisten in deze vrijheidsbeweging als eskimo’s in Florida”, zei hij. J. Edgar Hoover, directeur van de FBI, noemde hem daarop „de beruchtste leugenaar van het land”.

De FBI achtervolgde King genadeloos, Hoover leek een persoonlijke haat tegen hem te hebben opgevat. Jarenlang werden Kings gangen nagegaan en zijn telefoongesprekken afgeluisterd – met toestemming van Bobby Kennedy, minister van Justitie. Het resulteerde in giftige roddel, die door de FBI naar de media gelekt werd.

King zou met het geld van de kerken blanke prostituees hebben gehuurd en een van hen geslagen hebben. „I’m fucking for God!” en „I’m not a negro tonight!’’ zou hij op een van de FBI-tapes uitgeroepen hebben. „Een dégénéré”, noemde een rechterhand van Hoover hem, een van de zeven ergste die hij had meegemaakt (wie de andere zes waren, zei hij er niet bij).

De haatcampagne tegen King werd geïntensiveerd toen hij in 1964 de Nobelprijs kreeg. Kort voor de uitreiking bereikte hem een anonieme brief met informatie over zijn privéleven. De briefschrijver noemde hem ‘an evil beast’ en voegde hem toe: „You are done, King, there is only one thing left for you to do.” King had al veel anonieme brieven gekregen, maar nog geen aansporing tot zelfmoord.

Wat was er waar van dergelijke beschuldigingen? Ralph Abernathy, assistent van King, heeft later geschreven dat King buitenechtelijke relaties had, maar hij sprak de verhalen over prostituees tegen. Tot grote frustratie van de FBI reageerde het publiek lauw op al deze ‘onthullingen’, King bleef een volksheld.

Andere beschuldigingen betroffen het plagiaat dat hij voor zijn dissertatie en redevoeringen gepleegd zou hebben. Daar lijkt meer grond voor te zijn. Ik heb althans enkele voorbeelden gezien die inderdaad te denken geven. Aan de andere kant, het was niet ongebruikelijk dat dominees gebruik maakten van oudere toespraken van collega’s.

Je zoekt de mens King en je vindt een mysterie.

Het staat zelfs niet vast wie hem vermoord heeft. James Earl Ray is misschien niet meer geweest dan een marionet (van de FBI?). Het jaar 2027 wordt belangrijk in de factfinding over King. Dan komen de FBI-dossiers vrij.

Ik kom er dus nog op terug.