In Iran plooit de islam zich vandaag naar de lente

Langs de kant van de weg leurt een jongen met een grote vis. Het is de avond voor Noruz, het Iraanse nieuwjaar dat samenvalt met het begin van de lente . Voordat de Iraniërs (en Koerden, Tadzjieken en Afghanen) het jaar 1386 verwelkomen, moeten ze eerst vis eten, wil het gebruik.

De oorsprong van Noruz, ‘nieuwe dag’, gaat drieduizend jaar terug. De leer van Zarathoestra, die de wereld in licht en donker verdeelt, heeft als motto: ‘goede gedachten, goede woorden, goede daden’. Na de komst van de islam in Iran in de 7de eeuw na Christus vermengden onderdelen van de twee religies zich. Veel shi’itische geestelijken vinden Noruz heidens. Maar de staat heeft het nieuwjaarsfeest omarmd, vooral omdat het in vrijwel alle lagen van de bevolking wordt gevierd.

Duizenden Teherani’s doen hun laatste inkopen van het oude jaar op het Tajrish-plein in het noorden van de stad. Onder een strakblauwe hemel struinen vrouwen in zwarte ‘chadors’ en hun dochters in strakke mantels en met minuscule hoofddoekjes op langs een zee van kraampjes.

Iedereen heeft voorjaarsschoonmaak gehouden en nu dient de nette woning te worden opgevrolijkt met kleurige lentebloemen, verse pistachenootjes en, het allerbelangrijkste, de Noruztafel. Iedereen is driftig in de weer met het verzamelen van zeven artikelen die in het Farsi met een ‘S’ beginnen, want die vormen het hart van de tafel. Ze hebben allemaal een symboolfunctie. Een plukje tarwe voor vruchtbaarheid. Geperste tarwekiemen voor overvloed. Gedroogde vruchten van de oleasterboom voor de liefde. Knoflook als medicijn. Een appel voor schoonheid en gezondheid. Bessen van de ‘Somagh’ plant, die de kleur van de opkomende zon moeten voorstellen. En, als laatste, azijn: symbool voor geduld en ouder worden.

Een leger van verkopers van huisnijverheid is op het plein neergestreken. Eens per jaar geeft de gemeente toestemming voor een vrijmarkt, dus sjokken mannen, vrouwen en kinderen in lange rijen langs de kraampjes. Links en rechts spartelen duizenden goudvissen in grote kommen. Op de meeste Noruztafels staat ook zo’n kom, symbool van ‘leven’. Geschilderde eieren (vruchtbaarheid), soms aangekleed als de Iraanse zwarte piet ‘Hadji Noruz’, vinden gretig aftrek. Deze nieuwjaarsboodschapper, in rood pak en met rode puntmuts, wandelt ook tussen het winkelende publiek terwijl hij op een trommeltje slaat. Soms krijgt hij wat geld.

In de satellietstad Karaj eet een doorsnee familie ‘Sabzi-e pollo ba maahi’, rijst met gekookte groene kruiden. De twintig familieleden vieren samen het begin van het nieuwe jaar. „We eten vis omdat dat vroeger duur was en dus speciaal”, legt een jonge vader uit. De kinderen spelen een kaartspelletje in de hoek. Iedereen wacht tot het 03:37 uur is, het moment waarop de zon loodrecht op de evenaar staat, de equinox van de lente.

Islam en zoroastrisme vermengingen zich ook in de jaartelling. Het feest van het nieuwe jaar wordt volgens de oud-Iraanse tradities gevierd, maar het jaar 1386 vindt zijn oorsprong in het jaar van de vlucht van de profeet Mohammed van Mekka naar Medina, in 622 na Christus.

De staatstelevisie laat beelden zien van het schrijn van Reza, de achtste shi’itische imam. Maar op de illegale satellietzenders worden Iraanse zangers geïnterviewd. In het hele land luiden kanonschoten het nieuwe jaar in. „Zeg nu zelf: wat is logischer? Een nieuw begin op 1 januari als het koud en nat is? Of een nieuwjaar dat gelijk met de lente begint?”, zegt een jongen.