‘Ik wil mezelf toch geen politiek filmmaker noemen’

Jafar Panahi laat in zijn films zien welke obstakels de Iraanse maatschappij opwerpt voor vrouwen. Maar in ‘Offside’ laten zij zich niet buitenspel zetten door een stadionverbod.

Een wet die geen wet is maar waarvan iedereen denkt dat het een wet is. Zo ongeveer omschrijft de Iraanse filmmaker Jafar Panahi (1960) de ongeschreven regel dat vrouwen in zijn land geen voetbalwedstrijden mogen bijwonen. „Voor de Iraanse revolutie in 1979 was het voor vrouwen geen enkel probleem om een voetbalstadion te bezoeken. Na de val van de sjah werd voetbal een mannenzaak, totdat men vanzelf aannam dat het voor vrouwen verboden was.”

Jafar Panahi is aan het woord op het Filmfestival Berlijn. Let wel: dan hebben we het over de Berlinale van 2006, want zijn film Offside, over Iraanse meisjes die verkleed als jongen tóch stiekem het stadion ingaan, was keurig op tijd klaar voor het WK van vorig jaar. Zijn grootste wens was dan ook dat de film nog voor juni van dat jaar in zijn eigen land te zien zou zijn. Vergeefse hoop. Althans via de officiële kanalen, want illegale kopieën waren er inmiddels al volop in omloop.

Maar ook de rest van de wereld liet op zich wachten. Terwijl het hoofdthema in Panahi’s werk, de onderdrukking van vrouwen, toch bepaald niet tot Iran beperkt is. En voetbal is ook buiten Iran grotendeels een mannenzaak. Panahi: „Dit is een onderwerp dat in alle culturen en tijden een pendant kent. Tijdens mijn research kwam ik erachter dat zelfs bij de oude Grieken vrouwen zich als man moesten verkleden om sportevenementen bij te wonen.”

De hoofddoek af, het haar in een knot en een petje erop: dat is dan ook precies wat de meisjes in Offside doen om zich niet buitenspel te laten zetten. Ze verkleden zich als jongen, en breken daarmee een handvol verboden tegelijk.

„Al mijn films gaan over de beperkingen die de samenleving ons oplegt. Ik wil onder de aandacht brengen hoe mensen niet in staat zijn om hun fundamentele rechten uit te oefenen.”

Een filmmaker die zich op deze manier uitlaat krijgt in Iran onherroepelijk met de censor te maken. Al kan Panahi wel een potje breken omdat zijn films in het buitenland veel succes hebben. The Circle won bijvoorbeeld in Venetië in 2000 de Gouden Leeuw en gaf Iran dus ook weer een zeker cultureel cachet.

Een ‘paradoxale situatie’, vindt de regisseur. „Er is altijd censuur geweest in Iran. En we zoeken allemaal naar manieren om te blijven werken. Het script dat ik aan de filmcommissie heb gegeven, is niet het script dat ik heb verfilmd. Toch wil ik mezelf geen politieke filmmaker noemen. Ik ben een sociale filmmaker, want ik volg niet de voorschriften van een of andere politieke partij.”

Panahi hanteert een documentaire stijl voor zijn films. Het voordeel van die werkwijze was dat toen hij eenmaal toestemming had om bij de wedstrijd Iran-Bahrein „een aantal jongens te gaan filmen”, hij snel en met weinig takes toe kon.

„De meisjes die in de film meespelen zijn allemaal enorme voetbalfanaten. De vermommingen die ze hebben, en de trucjes om naar binnen te komen, zijn allemaal ontleend aan hun eigen verhaal. Een aantal soldaten was ook op de hoogte. Daardoor bleef het risico voor de acteurs beperkt.”