‘Ik blijf Mercedes rijden’

Vanaf de jaren zeventig sputteren sceptici al over details van het broeikaseffect. En nu is er een wijsneuzige Amerikaan met een propagandafilm over ijsschotsen die doet alsof het broeikaseffect een compleet nieuw idee is.

Ik doe niet mee aan maatregelen tegen het broeikaseffect. Niet vrijwillig. Toch gelóóf ik in de door mensen veroorzaakte broeikas en heb ik een diepe hekel aan de sceptici, met hun wetenschappelijke pretenties en hun onwrikbare twijfel. Nu geloof ik dat ik wat uit te leggen heb.

Ziet u, het broeikaseffect is heel makkelijk te begrijpen. Het gas CO2, kooldioxide, laat zonlicht ongehinderd de atmosfeer in. Het licht verwarmt het aardoppervlak en het CO2 laat die warmte niet meer ontsnappen. Warmte kan wel erin, en niet meer eruit. Menselijke activiteiten veroorzaken heel wat CO2, maar ook gassen als methaan, cfk’s en zelfs waterdamp, die een nog sterker broeikaseffect sorteren. Als er meer van die gassen komen, is het vrij aannemelijk dat het warmer wordt.

Vanaf de jaren ’70, toen deze kennis in de wetenschapsbijlagen stond, hebben sceptici gesputterd over details. Meer warmte zou meer wolken veroorzaken en dat zou weer afkoeling geven. De menselijke invloed zou verwaarloosbaar zijn vergeleken met bijvoorbeeld die van vulkanen. Natuurlijke klimaatschommelingen zouden sterker zijn. Het broeikaseffect was deels natuurlijk, dus je moest eigenlijk spreken van het ‘versterkte broeikaseffect’ – wat de Volkskrant jarenlang politiek correct heeft gedaan. In de jaren ’90 trokken ze zich terug: er was wel opwarming maar die was misschien niet door mensen veroorzaakt. De klimaatmodellen moesten beter, het was niet duidelijk hoe groot de menselijke bijdrage zou zijn. Er was in de historie wel eens extra veel CO2 geweest zonder opwarming (of andersom); hoe konden de broeikasgelovigen dat verklaren?

Zo gaven de sceptici aan industriëlen en rechtse politici een excuus om niets te doen. Al die tijd – ik vat nu een periode van circa dertig jaar samen – leek het mij duidelijk dat zo weinig mogelijk CO2 uitstoten in iedere geval geen kwaad kon. Dus reed ik zo weinig mogelijk auto en zoveel mogelijk op de fiets – voor afstanden tot 30 kilometer was de auto niet nodig, vond ik – en hield ik een kamertemperatuur aan van nog geen 18 graden. Een extra trui heeft nooit iemand kwaad gedaan.

De rest van de wereld deed niets met die eenvoudige kennis of met dat eenvoudige voorzorgprincipe. Toen de schrik van de oliecrisis van 1973 voorbij was, nam in Nederland niemand meer de moeite de verwarming een graadje lager te zetten, gordijnen dicht te doen of wat minder auto te rijden. Liever hoger stoken en lekker in een T-shirt zitten. ’s Zomers een colbertje aan en de airco opdraaien. Ik moest praten als Brugman om gezinsleden te bewegen de deur van de huiskamer achter zich dicht te doen (het héle huis warm stoken is gebruikelijker). Op een hoger niveau hebben regeringen overal ter wereld hun deftige achterste afgeveegd aan de overeenkomsten van Kyoto. Ook de Nederlandse regeringen, terwijl ze best iets aan bewustwording hadden kunnen doen.

En nou maakt een wijsneuzige Al Gore – eerder claimde hij uitvinder van internet te zijn – een propagandafilm over ijsschotsen en doet de wereld, gestudeerd of niet, intellectueel of niet, belezen of niet, premier van Nederland of niet, of dat broeikaseffect een compleet nieuw idee is. Actie is nodig, nu! Weet je wat, laten we de gloeilamp verbieden…

Ik doe niet meer mee. Hoe meer de één vrijwillig doet, hoe straffelozer anderen de verwarming en de airco kunnen opdraaien. Ik heb het opgegeven; ik rijd nu in een Mercedes en blijf dat doen tot het autorijden op de bon gaat. Dán ga ik weer vrolijk fietsen terwijl de rest van Nederland zit te mokken.

Eén ding nog. In die geitenwollensokkentijd van de jaren ’70 werd het schlemielige idee geopperd dat je een schone wereld moest achterlaten voor je kinderen. Mijn kinderen hebben nu de leeftijd waarop ik destijds het broeikaseffect begreep. Maar ze lijken mij meer kwalijk nemen dat ik die stomme kamerdeur dicht wil hebben dan dat ik in een Mercedes rijd. Ze hebben duidelijk nog wat meer Verelendung nodig voor het tot ze doordringt. Prima, mijn tijd zal het wel duren.