Heerlijk knuffelen met de oerboom

boom1.jpgAchthonderd jaar oud is de boom die ik vandaag in het regenwoud Ireens heb geknuffeld. Niet te langdurig trouwens want de mieren en andere insecten die op de stam lopen, belemmerden het plezier enigszins. De Rode Engel boom noemen de Brazilianen het exemplaar. Hij staat in het Amazonegebied, zo’n honderd kilometer ten zuiden van de oerwoudstad Santarém in de staat Pará. Ik ben in het Amazonegebied van Brazilië om straks in de papieren krant antwoord te kunnen geven op de vraag of het tropische regenwoud nog te redden is. De natuur is er in een reusachtig gevecht met sojatelers, gouddelvers, houtkappers en andere gelukszoekers. Volgens de beheerder van het terrein waar de kolossale, oude boom staat, Antonio Abelardo Leite, kost het een geroutineerde houtkapper met een motorzaag hooguit twintig minuten om de boom om te leggen.

Hoe allemachtig groot de boom is, zie je als je er een Braziliaanse vrouw voor zet. Mijn boom2.jpgblauwgelaarsde Braziliaanse vriendin en natuurliefhebster Virginia Calabria poseerde. De Engel is veertig keer zo lang als zij!

 

 

Later kwamen we nog houtzagers tegen die een andere boom om het leven brachten. Het duurde een minuut of tien en toen kwam het gevaarte oorverdovend krakend en piepend aan zijn eind. Maar ja, die boom was ook maar tweehonderd jaar oud. Virginia moest er onbedaarlijk om huilen.

 

NRC HANDELSBLAD 30 januari 2007

‘De sojasnelweg brengt beschaving’

BR-163 legt de Amazone open, maar kan het woud ook beschermen

Intro: De Braziliaanse regering wil een snelweg aanleggen door het Amazonewoud. Op die manier hoopt ze dat de jungle beter kan worden beheerd. ‘Een betere weg betekent meer beschaving.’

Door onze correspondent

Marcel Haenen

SANTARéM, 30 MAART. Even zuidelijk van de Braziliaanse oerwoudstad Santarém staat het eerste en enige bord met de afstanden naar verderop. De dichtstbijzijnde stad - Cuiabá - ligt op 1.767 kilometer. São Paulo (3.922) en Porto Alegre (5.045 kilometer) zijn nog een stukje verder weg.

Rechts van de weg walmt het nog vrijwel ongeschonden, dichtbegroeide oerwoud dat behoort tot het Nationale Park Tapajós. Aan de linkerkant hebben de eeuwenoude tropische bomen voor een groot deel plaatsgemaakt voor spiegelgladde velden waar veeboeren en vooral sojatelers fortuin maken. Af en toe moet de auto de berm in. Dan passeren over de tweebaansweg honderden witte koeien die door hun begeleiders te paard onophoudelijk worden aangespoord.

De dertig jaar oude Braziliaanse weg BR-163 snijdt van noord naar zuid door het Amazonegebied, van Santarém naar Cuiabá. Alleen de eerste tachtig kilometer zijn geasfalteerd, daarna verandert de weg de helft van het jaar - het regenseizoen - in een nauwelijks begaanbare glijbaan vol donkerrode modder, kraters en grote plassen.

Maar lang moet dat niet meer duren. De Braziliaanse regering wil dat de volledige weg wordt geasfalteerd. Op de grens van beton en drek zijn Braziliaanse militairen met groot materieel doende afwateringsbuizen aan te leggen. Straks zoeft hier de ‘sojasnelweg’ door de jungle. Dan kunnen de sojaboeren vanuit het zuiden efficiënt hun handel via de havenstad Santarém aanvoeren naar Nederland.

boom3.jpgDoor een vrijwel volledige afwezigheid van de overheid in het Amazonegebied wordt jaarlijks in het oerwoud een terrein van gemiddeld vier miljoen voetbalvelden gekapt. Onder aanvoering van president Luiz Inácio Lula da Silva heeft Brazilië besloten tot een strategie waarbij een groot deel van het tropische bos wordt opengesteld voor duurzaam gebruik. Bedrijven kunnen onder voorwaarden een concessie krijgen om het oerwoud als een soort moestuin te gebruiken. De bossnelweg past in die visie.

„Je kunt het Amazonegebied beter verstandig exploiteren in plaats van lijdzaam toe te zien hoe arme, verpauperde boertjes steeds grotere stukken platbranden. Brazilianen leven hier nu van dag tot dag maar er is ook een mogelijkheid tot verstandig beheer van het bos gericht op de toekomst”, zegt Antonio Abelardo Leite. Leite is eigenaar van een houtbedrijf langs de BR-163 en probeert op een ecologisch verstandige manier te kappen.

De afgelopen vijf jaar heeft de Braziliaanse overheid honderden mijnwerkers en houtkappers die zich in het Nationale Park hadden gevestigd, verplaatst naar de overkant van de weg. Ze hebben een negentig hectare groot terrein gekregen in de nabijheid van het bedrijf van Leite. Met 1.400 families maakt het houtbedrijf nu afspraken over hoe ieders perceel kan worden ontgonnen zonder het kaal te kappen.

Op de tafel in zijn boerderijkantoor vouwt Leite een reusachtige kaart uit. Er staan 48 soorten hout op die in één perceel zijn gevonden. Elke boom heeft een stip. De rode stippen zijn bomen met zaden die niet mogen gekapt, de groene mogen om en de zwarte stippen geven bomen aan die over twintig jaar mogen worden geveld. ,,Door verstandig kappen en het verwijderen van lianen krijgen sommige bomen meer licht en ruimte en groeien ze weer sneller.”

Het modelproject van Leite wordt gesteund door het Wereld Natuur Fonds (WWF), de belangrijkste non-gouvernementele organisatie in het Amazonegebied. „Verantwoord bosbeheer is een goede manier om beschermde gebieden in stand te houden”, zegt Regina Cavini, directeur van WWF Brazilië.

De natuurorganisatie stimuleert via certificering van bedrijven ook de aankoop van verantwoord geproduceerd hout.

Bosbouwer Leite zegt te hopen dat de BR-163 snel geasfalteerd zal zijn. „Dankzij de oerwoudweg kunnen producten snel worden vervoerd. En het maakt een betere aanleg van schooltjes en ziekenhuizen mogelijk. Een betere weg betekent meer beschaving.”

Hierin past ook het gisteren beklonken overheidsplan om 150 inheemse jungledorpjes gratis draadloos internet aan te bieden. Volgens de regering kunnen de dorpelingen dan makkelijker klagen over illegale houtkap.

Tobi McGrath, directeur van Amazone-onderzoeksinstituut Ipam, noemt de weg „in principe een recept voor vernietiging van het bos op grote schaal”. Maar toch is hij voorstander van de asfaltering als de Braziliaanse overheid goed zorgt voor een striktere controle van milieuvoorschriften. „Met een betere infrastructuur is ook een beter beheer van het gebied mogelijk”, aldus McGrath. De komende tien jaren zijn volgens hem cruciaal om te zien of duurzaam gebruik van het Amazonegebied - waar zo’n dertig miljoen mensen wonen - te verwezenlijken is.

Aan de gewenste controle schort nog wel het een en ander. Op het kantoor van Ibama - de milieu-inspecteurs - in Santarém vertelt Rosario Sena dat haar inspecteurs bijvoorbeeld nauwelijks voertuigen en geen vliegtuigjes hebben om controles uit te voeren. De inspectie in haar regio van 735.000 vierkante kilometer wildernis (ruim 15 keer Nederland) is in handen van 26 controleurs. „En die moeten ook nog de administratie op kantoor doen.”

Eind vorige week boekte Ibama evenwel een succesje. Na jarenlange acties van milieugroepen zoals Greenpeace werd zaterdag de sojahaven van het Amerikaanse bedrijf Cargill gesloten. Het vier jaar oude overslagbedrijf werkte zonder de vereiste milieu-effectrapportage. De verwachting is evenwel dat Cargill juridische wegen zal weten te vinden om snel weer verder te werken.

Hoe snel en efficiënt de sloop van het regenwoud gaat, merk je pas goed als je er met een klein vliegtuigje vlak boven vliegt. Op de meeste plekken oogt het woud nog als een reusachtige zak vol knapperige boerenkool. Maar vooral rond de weg zie je steeds meer volledig kale stukken waar alle bomen en planten plaats hebben gemaakt voor net gezaaide soja.

Tarcísio Feitosa, die samen met indianen strijdt voor natuurbehoud, wijt alle problemen aan de afwezigheid van effectieve controle. „De staat moet zijn gezicht laten zien.”

Hij toont een offerte die het bedrijf Omnibiz in Brasilia verspreidt via internet. Voor negen miljoen dollar verkopen ze in Sao Félix do Xingu een boerderij met 83.000 hectare. „De boerderij ligt in beschermd indianenreservaat maar de verkoop kan gewoon doorgaan. Eventuele juridische procedures om de koop ongedaan maken zullen vele jaren in beslag nemen en de afloop blijft ongewis”, zegt Feitosa. „Straffeloosheid is de belangrijkste rechtsregel in Brazilië en de grootste bedreiging van het oerwoud.”