Goed: boe is een koe

Op het consultatiebureau worden peuters gescreend op taalontwikkeling.

Dat moet verplicht worden, vindt het ministerie. Geen goed idee, vinden experts.

Ismail, anderhalf jaar oud, komt binnengehobbeld met een speentje in zijn mond. Astrid de Vries, de arts van het consultatiebureau, kijkt bedenkelijk. „Heeft hij die speen altijd binnen handbereik”, vraagt ze aan de moeder. Ja, zo blijkt. „Wij adviseren de speen alleen te gebruiken als hij gaat slapen”, zegt De Vries. „Van een speen krijgt hij namelijk vooruitstaande tanden en een slap mondje. Kinderen die de hele dag een speentje gebruiken, leren veel minder goed praten.”

Dit is consultatiebureau De Lichtkring in Utrecht, zomaar een van de honderden consultatiebureaus in Nederland. Astrid de Vries en verpleegkundige Isabelle Langereis krijgen hier vanochtend 24 peuters en hun ouders op bezoek. Ze weten alles van de kinderen. Dat de vader van Ismail drugsproblemen heeft. En dat in de familie van de vader erfelijke ziektes voorkomen en mishandeling. Het bureau weet ook hoe de groei van het kind zich ontwikkelt, hoe hij eet en slaapt, en of zijn ogen en oren goed zijn. Met blokken en boekjes wordt bovendien nog ‘getoetst’ hoe de motorische en de taalontwikkeling van het kind vordert. In de eerste vier jaar van zijn leven komt Ismail hier dertien keer op consult. Als het ergens misgaat, kan het bureau ingrijpen en hulp zoeken en geven.

Het is op de consultatiebureaus dat staatssecretaris Sharon Dijksma (Onderwijs, PvdA) wil beginnen met het aanpakken van taalachterstanden bij jonge kinderen. Momenteel bepalen ouders zelf of ze naar het consultatiebureau gaan, maar Dijksma wil dat dat verplicht wordt. Kinderen bij wie een taalachterstand wordt geconstateerd, moeten vervolgens verplicht naar een crèche, peuterzaal of andere vorm van ‘voorschool’ waar de taalachterstand wordt weggewerkt om te voorkomen dat kinderen met een achterstand aan de basisschool beginnen. Uiterlijk per 1 januari 2009 moet begonnen zijn met de verplichte screening en moeten er voldoende taalprogramma’s beschikbaar zijn.

Op de Lichtkring worden aan de ouders en de kinderen vragen gesteld om de ontwikkeling van de kinderen te bepalen. Als een kind op twee items van de vastgestelde lijst onvoldoende scoort, kan het bureau vragen een keer extra te komen.

„Zegt hij al ‘vroem vroem’ voor een auto of ‘boem’ als er iets op de grond valt”, vraagt Astrid de Vries bijvoorbeeld aan de moeder van Ismail. „En herkent hij dierengeluidjes als ‘boe’ zegt de koe.” „Nee, nog geen dierengeluiden”, zegt Ismails moeder.

Astrid de Vries vindt het geen goed idee dat het bezoek aan het consultatiebureau verplicht wordt. „Dan leg je te veel druk op de ouders. Dan krijgen ze het idee dat ze moeten laten zien of ze het goed doen, het wordt een examen. Terwijl je juist wilt dat ouders ontspannen zijn en eerlijk vertellen hoe het gaat.” Bovendien is verplicht stellen ook helemaal niet nodig. „We bereiken al 98 procent van de ouders.”

Een ander punt waar De Vries bang voor is, is dat Dijksma de screening verzwaart. Het bureau heeft nu al moeite alles in de beschikbare 15 minuten per consult te krijgen. Ook deze ochtend lopen de afspraken weer enorm uit. „Tot nu toe wordt de thuiszorg, waar de consultatiebureaus onder vallen, steeds gekort”, zegt De Vries.

Een ander bezwaar is, dat de plannen focussen op het toetsen op taal. Terwijl het niet alleen gaat om hoeveel woordjes een kind kent, zo zegt Ineke Wulp van thuiszorgorganisatie Aveant, waar het consultatiebureau onder valt. „Soms praat een kind niet goed omdat er thuis problemen zijn. Of omdat de ouders niet voldoende met het kind praten, spelen of lezen. Taalontwikkeling heeft ook te maken met het opleidingsniveau van de ouders, zegt Wulp. En dan zijn er nog de medische problemen. Een kind kan voortdurend verkouden zijn, of het kan niet goed horen. Er kan ook autisme in het spel zijn of psychische klachten. „Dat moet een logopedist oplossen, een kno-arts, of het Riagg, niet de voorschool.” En dan komt het geregeld voor dat een kind gewoon even geen zin heeft om mee te werken. Of verlegen is. „Een maand later kan hij het dan weer prima doen.”

In Utrecht dreigt bovendien een probleem met de voorschool te ontstaan, zegt Wulp. Er zijn genoeg plaatsen in Utrecht. Maar omdat er vooral kinderen heengaan die thuis geen Nederlands spreken, is de voorschool synoniem geworden met achterstand: 90 procent van de kinderen is allochtoon. Daarom willen autochtone ouders hun kinderen er niet naartoe laten gaan, zegt Wulp, en wordt de segregatie in de steden al voor de basisschool ingezet. „Dé uitdaging voor de komende jaren is ook autochtone kinderen te motiveren naar de voorschool te gaan, als zij problemen hebben met taal”, zegt Wulp.

Het advies voor Dijksma is: haal het screenen uit de sfeer van ‘toetsen, problematisch en verplicht’. En geef consultatiebureaus meer tijd voor het adviseren van ouders over taal en voorschool. Dat ze samen met hun kinderen kunnen lezen, liedjes zingen, praten en naar de bibliotheek gaan. En dat ze kinderen niet te veel voor de tv moeten zetten, zegt Isabelle Langereis. „Na een kwartier neemt een driejarige al vaak niets meer op, en wordt televisiekijken alleen maar iets waar je dik van wordt.”

Om redenen van privacy is de naam van Ismail gefingeerd.