Europese mandarijn vol list en bedrog

Hoge ambtenaren bij de Europese Commissie eigenen zich heel wat macht toe.

Een oud-medewerker beschrijft de cultuur in een boek dat vandaag verschijnt.

De kabinetschef stond erop. Het maakte niet uit hoe, maar de Europees Commissaris, zijn politieke baas, had een volle agenda nodig. „Een commissaris die niets te doen heeft, gaat zelf dingen bedenken. Daar komen brokken van. Als er gaten in de agenda vallen, moeten ze worden gevuld”, verordonneerde hij.

Hoe overleeft een hoge EU-ambtenaar in Brussel? „Door zich een veelheid aan intriges, doortraptheid en listen eigen te maken. En door het besef dat hypocrisie de vader is van alle successen en naïviteit de moeder van alle nederlagen”. Aldus een van de laatste zinnen in het voorwoord van het boek Europese mandarijnen van Nederlander Derk-Jan Eppink dat vandaag in Brussel wordt gepresenteerd. Het is een persoonlijk verslag van zeven jaren die Eppink in de Commissie doorbracht als kabinetslid, de ambtelijk-politieke staf waarover een commissaris beschikt. Oud-journalist Eppink diende onder Frits Bolkestein en later onder de Est Kallas.

Rode draad in het boek is de ongebreidelde macht waarover ambtenaren in de Commissie beschikken of menen te beschikken. Zoals de kabinetschef die via de agenda ‘zijn’ commissaris in het gareel wilde te houden. Hij had alleen geen greep op het weekeinde en dus ging het mis. Want een commissaris wil ook op die dagen wel eens wat in het openbaar zeggen. Zeker als deze commissaris Frits Bolkestein heet die zijn hart kon luchten bij het televisieprogramma Buitenhof. Zodoende kwam de kabinetschef op een maandagmorgen verslagen de vergaderruimte van zijn staf binnen. „Dit weekeinde heeft de commissaris kritiek geleverd op de Nederlandse premier, de Franse president en de Commissievoorzitter. Kabinet versus de rest van de wereld: 0-3.”

De hoge EU-ambtenaren zijn in het boek van Eppink de mandarijnen (hoge staatsambtenaren in het oude China) aan het hof van de „Prinses”, oftewel de Commissie. Over die Prinses schrijft hij: „Zij is doelgericht, maar vaak wispelturig. Zij houdt gloedvolle betogen maar staat ver van het volk.” Hoe de ‘mandarijnen’ daar vervolgens mee omgaan, staat in vele anekdotische voorvallen beschreven. Bijvoorbeeld toen Bolkestein, die de portefeuille interne markt beheerde, bezwaar maakte bij Commissievoorzitter Prodi tegen plannen om het betalingsverkeer in Europa gratis te maken. Tijdens het onderhoud viel Prodi in slaap en werd pas wakker toen de president van Peru zich aandiende. Bolkestein werd naar buiten geloodst maar vroeg zich op de gang wel af wat er nu besloten was. „De wil van de voorzitter”, zei zijn kabinetschef, waarmee het gratis betalingsverkeer een feit was.

Ook werd eens geheel buiten medeweten van de eurocommissarissen om een immigratieplan vastgesteld. Bolkestein kwam er, pas laat, achter en sprak zijn kabinetschef erop aan. Deze was zich van geen kwaad bewust. Op zijn beurt heeft Bolkestein toen via informele gesprekken met ministers, waarvan zijn kabinetschef niets wist, enkele lidstaten gealarmeerd. Dat bleek overbodig, want door de aanslagen van 11 september in New York kwam het immigratieplan in een diepe bureaula terecht.

Eppink stopte vorige maand met zijn werk bij de Commissie. Hij vertrok naar New York waar zijn vrouw een baan als tolk kreeg. In het slothoofdstuk blikt hij naar de toekomst. Daarin toont hij zich weinig optimistisch over de EU zoals deze zich ontwikkelt. Hij ziet parallellen met de Sovjet-Unie. Daar zou de EU van moeten leren, meent hij. Net als de Sovjet-Unie streeft ‘Europa’ volgens Eppink naar maakbare samenlevingen via ambtelijke processen. Dat loopt een keer fout, vreest Eppink, want op een gegeven moment kan er niet meer geleverd worden wat beloofd is.

‘Europese mandarijnen. Achter de schermen van de Europese Commissie’, door Derk-Jan Eppink. 256 pagina’s, € 19,95