‘Die misplaatste angst, dat is helemaal de SP’

De Tweede Kamer spreekt vanavond met premier Balkenende over Europa. Is er sprake van een omslag in het beleid vlak voor de informele top in Berlijn?

„Ik feliciteer de SP van harte met deze brief”, zegt D66-fractieleider Alexander Pechtold over de jongste kabinetsbrief over het Europese onderhandelingsbeleid. Zijn partij geldt sinds jaar en dag als de meest pro-Europese partij in de Tweede Kamer; de SP staat juist bekend vanwege het omgekeerde. Vanavond spreekt het parlement naar verwachting over Europa met premier Balkenende (CDA), luttele uren voor het begin van de informele Europese top in Berlijn.

„Die misplaatste angst in de brief voor een Europees verdrag dat een ‘superstaat’ zou creëren – dat is helemaal SP”, constateert Pechtold.

Is deze brief een waterscheiding ten aanzien van het Nederlandse EU-beleid?

„Onder de premiers Den Uyl, Lubbers en Kok was Nederland zeker pro-Europeser dan nu. Ik vermoed dat Bot, de vorige CDA-minister van Buitenlandse zaken, een brief als deze wel had weten tegen te houden. Zijn vertrek heeft kennelijk de omslag in het beleid mogelijk gemaakt”.

De brief spreekt van democratisering van Europa, maar zwijgt dan over het Europese parlement en gaat uitvoerig in op de bevoegdheid van nationale parlementen om in het kader van ‘subsidiariteit’ Europese regelgeving tegen te houden.

„Subsidiariteit wordt verkeerd geïnterpreteerd: het is het streven om bevoegdheden logisch op Europees of ander niveau te leggen, maar voor dit kabinet gaat het om een lijst dingen waar Europa vanaf moet blijven.

„De logica is daarbij soms vér te zoeken. Onderwijs is een nationale zaak, maar als je ziet hoeveel moeite studenten soms hebben om een studie in het buitenland op de Nederlandse te laten aansluiten, dan moet je daar iets aan doen. Aan de andere kant is buitenlands beleid voor dit kabinet weer wél een Europese zaak. Maar als je hoorde hoe Balkenende gisteren in de Kamer de oproep afdeed van de Franse premier Villepin aan de VS om de oorlog in Irak te beëindigen, dan lijkt het daar niet op.

Moet het beperkte nieuwe Europees verdrag dat het kabinet voorstaat bij referendum aan de Nederlandse bevolking worden voorgelegd?

„Het kabinet doet een aandoenlijke poging dat te vermijden, door te eisen dat zo'n verdrag op geen enkele manier als ‘grondwet’ of ‘grondwettelijk’ kan worden aangemerkt. Waarom niet straks open communiceren met de bevolking over het resultaat?

Is de nadrukkelijk beleden afkeer van alles wat naar een een grondwet zweemt, niet een oorlogsverklaring aan de 18 ‘Vrienden van de Grondwet’ die het in 2005 verworpen verdrag willen laten herleven?

„Oorlogsverklaring is te sterk. Die indruk ontstaat omdat Nederland met deze standpuntbepaling achter andere landen aanhobbelt. Als je zelf niet het initiatief neemt, leggen anderen de lat – dat is in maart in Madrid door de ‘Vrienden’ gebeurd”.

Wat is precies de rol van het parlement aan de vooravond van onderhandelingen over een nieuw Europees verdrag?

„Premier Balkenende wilde vanavond eigenlijk helemaal niet naar de Kamer komen. Ook in deze brief staat dat de toekomst van Europa pas op de Europese top in juni speelt. Je maakt mij niet wijs dat er morgen in Berlijn, tussen de zalmsalades door, geen zaken worden gedaan. Waar is Balkenende zo bang voor? Is het zo erg om je kaarten op tafel te leggen en daarvoor duidelijke steun in het parlement te krijgen?”