CPB: Nederland stevent af op hoogconjunctuur

Nederland stevent af op een fase van hoogconjunctuur, zo blijkt uit het Centraal Economisch Plan. Het nieuwe kabinet heeft hiermee een totaal andere start dan zijn voorgangers.

Den Haag, 21 maart. - De ingrediënten voor de economie zijn arbeid, kapitaal en productiemiddelen. In de juiste formule gemengd leveren ze een bepaalde hoeveelheid goederen en diensten op. Maar een economie kan harder groeien, of juist trager, dan het gemiddelde. Dan is er sprake van een tekort of juist een overvloed aan ingrediënten voor de groei.

Dit is, in een notendop, de zogenoemde output gap.. Het is een graadmeter voor de stand van de conjunctuur. Is er sprake van een recessie, dan is de output gap negatief: onderbenutting van arbeid, kapitaal en productiemiddelen. Als de economie oververhit raakt, dan is de output gap positief.

Dit laatste was het geval rond de eeuwwisseling toen de output gap naar het hoogste niveau van de afgelopen dertig jaar steeg. Daarna volgde een scherpe daling tot een dieptepunt in 2003. Sindsdien is de output gap gestaag opgelopen.

Alle signalen wijzen erop dat de Nederlands economie opnieuw afstevent op een toenemende output gap, zo blijkt uit het Centraal Economisch Plan (CEP) dat het Centraal Planbureau (CPB) gisteren heeft gepubliceerd. Voor volgend jaar verwacht het CPB een positieve output gap van 1,5 procent. Met andere woorden: na de periode van stagnatie (2001-2005) maakt Nederland zich op voor een nieuwe fase van hoogconjunctuur.

Het kabinet-Balkenende IV maakt hiermee in economische zin een totaal andere start dan Balkenende I en II. Het probleem is nu niet: hoe krijgen we de economie weer aan de praat, maar: hoe voorkomen we oververhitting?

Krapte belooft hét knelpunt te worden voor het nieuwe kabinet. Het CPB waarschuwt dat de werkloosheid volgend jaar 1,5 procentpunt onder de geschatte evenwichtswerkloosheid zal liggen, terwijl het aantal vacatures nu al een recordomvang heeft bereikt. De bezettingsgraad van het bedrijfsleven loopt bovendien op, hetgeen betekent dat er ook krapte ontstaat op de goederenmarkten. Er zijn, met andere woorden, te weinig mensen en te weinig machines of computers beschikbaar om te voldoen aan de stijgende vraag naar goederen en diensten.

Wat de arbeidsmarkt betreft kan de krapte worden opgelost door het arbeidsaanbod te vergroten. In het coalitieakkoord van het CDA, de PvdA en de ChristenUnie staan maatregelen die weliswaar sociaal zijn, maar geen prikkels bevatten om mensen naar de arbeidsmarkt te bewegen. Sterker: het kabinet is van plan om vijf verschillende vormen van gesubsidieerde arbeid in het leven te roepen. Dat is opmerkelijk. Temeer omdat, zoals het CPB opmerkt, door de vergrijzing het arbeidsaanbod ook al langs natuurlijke weg terugloopt en de werkgelegenheid in de zorg de komende jaren extra zal toenemen.