‘Commercie verdringt mijn verzameling’

Kunstverzamelaar Piet Sanders (94) heeft de gemeente Rotterdam verzocht zijn schenking aan het Wereldmuseum over te brengen naar Berg en Dal. „Ze helpen het museum naar de bliksem.”

Naar schatting vierhonderd moderne kunstwerken heeft hij nog in eigen beheer, de overige zeshonderd hebben zijn echtgenote en hij in de loop der jaren geschonken aan diverse Nederlandse musea. Professor Piet Sanders, 94 jaar, herhaalt het levensmotto van het kunstminnende echtpaar nog maar eens, op weg naar zijn werkkamer op de eerste verdieping. „Kunst moet gezien worden.”

En niet weggemoffeld worden in een depot. Of, erger nog, plaatsmaken voor commerciële activiteiten, zoals momenteel tot afgrijzen van Sanders gebeurt bij het Rotterdamse Wereldmuseum. „Dat kunst moet wijken voor commercie, ja, daar heb ik moeite mee.” De jurist en emeritus-hoogleraar aan de Erasmus Universiteit kiest zijn woorden met zorg, maar halverwege het gesprek valt hij uit zijn rol. „Ze helpen het museum naar de bliksem”, klinkt het plotseling ongemeen fel.

Alleen de gedachte al dat aan de oevers van de Nieuwe Maas schoonheid als dienstmaagd fungeert van de commercie, doet de kunstliefhebber in Sanders huiveren. „Misschien ben ik wel van de oude stempel, maar volgens mij zegt het woord museum voldoende; dat moet een museale functie hebben, waarbij de kunst te allen tijde op de eerste plaats komt.”

Ruim elf jaar geleden schonken Sanders en zijn vrouw een deel van hun in ruim zestig jaar opgebouwde verzameling, bestaande uit vijftig Afrikaanse kunstwerken (beelden en maskers), aan het Wereldmuseum, dat toen nog het Museum voor Volkenkunde heette. Reden voor de gift was onder meer de toezegging, aldus Sanders, „van een uitbreiding van de museale ruimten, zodat die prachtige beelden op die prachtige locatie daar aan de Maas ten volle tot hun recht zouden komen”.

De keuze voor Rotterdam was ook een gevoelsmatige, erkent Sanders. „Vrienden vroegen zich af waarom ik voor Rotterdam had gekozen. In het Afrika Museum in Berg en Dal zou de collectie beter tot zijn recht komen, meenden zij. Voor die redenering viel wat te zeggen. Maar hoewel ik verbonden ben met Schiedam, ligt mijn hart óók bij Rotterdam.” Sanders maakte deel uit van de aankoopcommissies van het Stedelijk Museum in Amsterdam, het Kröller-Müller op de Veluwe en Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.

Sanders is ook boos over het ontslag van de curator Afrika, die het veld moest ruimen in het kader van een bezuinigingsoperatie. Het aanstellen van zo’n curator was indertijd een voorwaarde die het echtpaar stelde bij de schenking. Sanders: „Van de vier curatoren zijn er drie ontslagen. Ik vraag me dan ook af hoe het museum kan functioneren, terwijl de mensen die voor wisselende tentoonstellingen en schenkingen moeten zorgen buiten de deur zijn gezet.”

De transformatie van het Wereldmuseum is grotendeels het werk van directeur Stanley Bremer, die het ‘culturele ondernemerschap’ in Rotterdam als missie heeft. Hij slaakt aan de andere kant van de lijn een diepe zucht als de naam Sanders valt. „Moeten we het daar nu wéér over hebben?” Al maanden nu wordt hij „achtervolgd door verhalen alsof wij de zaak hier om zeep willen helpen”. Dat laatste is „pertinent niet waar’’.

Mede dankzij een gift van de BankGiro Loterij (500.000 euro) kan Bremer in september beginnen met de bouw van het restaurant. „Sponsoring en samenwerking met private partijen, dat is de toekomst, ook al denken de meeste dogmatische denkers in de kunstwereld daar anders over. Maar ik ben aangesteld om de toekomst van dit museum te waarborgen.”

Sanders kent die argumenten. „In het restaurant zouden in vitrines nog wat Afrikaanse kunstwerken geëxposeerd worden. Maar dat is louter versiering. Het gaat in een restaurant om eten, nietwaar?’’

Boos op Bremer zegt Sanders niet te zijn, hij is „hooguit teleurgesteld”. Afgelopen najaar vonden zijn klachten naar zijn zeggen een gewillig oor bij de Rotterdamse wethouder van cultuur, Orhan Kaya. Met hem sloot Sanders een concept-overeenkomst: voor de duur van vijf jaar gaan de sculpturen naar het Afrika Museum in Berg en Dal, net zolang totdat het Wereldmuseum „weer orde op zaken heeft gesteld”, stelt Sanders.

Bremer kan zich wel vinden in het voorstel van Sanders. „Van de vijftig stukken staan er slechts tien in de expositieruimtes.” Wethouder Kaya liet vanmorgen weten dat van een overeenkomst geen sprake is, omdat Sanders formeel geen partij meer is. Diens suggestie van een overheveling wil hij „uit respect” wel overnemen.

Sanders’ hoop blijft gevestigd op herstel van het museum in zijn oorspronkelijke staat. „Een museum waar men met diverse culturen kan kennismaken is een must in het multiculturele Rotterdam.”