Bombast à la The Boss

Het is dat de frase al eens eerder is gebruikt, anders had ’t best weer gekund: ik heb de toekomst van de rock ‘n’ roll gezien en zijn naam is Bruce Springsteen. Pal nadat journalist Jon Landau die uitspraak deed werd hij manager van The Boss. Ik heb geen behoefte om van betrekking te veranderen, maar wel valt waar te nemen dat de tijd weer rijp is voor bombast volgens het Boss-model. Menige band met een mooie toekomst voor zich graait in zijn erfgoed.

Het was schrikken bij de nieuwe plaat van het Canadese Arcade Fire, op hun debuutalbum Funeral nog slimme indie-kids met hoogstens een neurotisch getinte Talking Heads-obsessie. My Car Is Running en (Antichrist Television Blues) zijn oprecht gezwollen nummers, waarin zanger Win Butler zijn stembanden kneedde naar de Springsteen-mal. The Killers, uit Las Vegas, knipoogden op hun tweede cd Sam’s Town ook al ongegeneerd naar Springsteen. Jammer dat houthakkershemden nogal vloeken met de eyeliner van hun vorige imago.

In het blogcircuit zingen nog meer namen rond van jonge bands die goed hebben opgelet bij het beluisteren van Bruce Springsteen: The Hold Steady, Lucero, Moneybrother. Badly Drawn Boy noemde zijn laatste album Born In The UK, (naar Springsteens beroemde plaat Born In The USA) en zelfs freefolk-heldin Joanna Newsom knipoogt naar de held met: Joanna Newsom and the Ys Street Band (naar de E-Street Band, de begeleiders van Bruce).

Ik heb het nooit zo kunnen vinden met Bruce Springsteen. Alles wat over hem gezegd werd – eerlijke werkmans- en blauweboordenrock, boren in de Amerikaanse psyche en muziekgeschiedenis, hoeder van de epische rock – leek zo veelbelovend, tot er platen van hem opgezet moesten worden. Dan stond die opgezwollen machoaanpak vol glimmende grandeur me steevast tegen. Het lag vast niet aan Bruce, die me alsnog bij de lurven had met We Shall Overcome, The Seeger Sessions van vorig jaar. Niet de eerste keer dat hij de folkmuzikant uit zijn inborst losliet, maar wel de gezelligste, de minst pretentieuze.

Maar dat is dus niet de Springsteen die nu aan een revival vanuit indierockkringen toe is. Dat is de man van de epiek, de bombast, de galm, de diep vanuit de kleine teen gezongen zieleroerselen. Zulks mag weer. Dus is het geen wonder dat nu de neuzen gaan staan in de richting van de man die ’t allemaal lijkt te hebben uitgevonden. Ach, er zijn beroerdere rolmodellen denkbaar. Als al die Springsteens in spe het maar uit hun hoofd laten om hun concerten ook tot marathonlengte op te rekken, want wat dat betreft hebben we aan één Boss wel genoeg.