Zwemmen is alles vergeten

De 19-jarige Alex Schelvis is pas sinds 2000 serieus bezig met zwemmen.

Afgelopen weekeinde werd hij prachtig vijfde op de WK in open water.

Als jongetje van vijf kreeg Alex Schelvis tijdens het leszwemmen in Hellevoetsluis te horen dat hij nooit zou leren zwemmen. Het duurde tweeënhalf jaar voordat hij zijn diploma A haalde.

Zondag zwom Alex Schelvis, inmiddels negentien jaar oud en 1,98 meter lang, zich bij de WK zwemmen in Melbourne naar de wereldtop. Hij eindigde als vijfde op de vijf kilometer open water, op twaalf seconden van de Duitse winnaar Thomas Lurz.

„Totaal onverwacht”, zegt Schelvis in de badplaats St. Kilda, even buiten Melbourne. De jonge zwemmer verbaasde zelfs bondscoach Edith van Dijk, die hem kortgeleden uit het zwembad plukte voor een carrière in open water.

Veel weet Schelvis niet meer van zijn race. „Als ik goed zwem herinner ik me bijna niets meer. Bij de finish wist ik niet als hoeveelste ik was geëindigd. Ik ging zwemmers tellen, en zag er maar vier van de vijfendertig.”

Op het behalen van zijn eerste diploma na gaat zijn zwemcarrière pijlsnel. Pas sinds 2000 zwemt Schelvis serieus. „Ik lag vier weken in het ziekenhuis met een blindedarmontsteking die gesprongen was. Toen ik de Olympische Spelen van Sydney op televisie zag, dacht ik: dat wil ik ook.”

De student bouwkunde werd vorig jaar als ‘zwembadzwemmer’ plotseling gebeld door de bondscoach met het aanbod een vijf kilometer te zwemmen. „Dat was na een heel slecht kwalificatietoernooi voor de EK in Eindhoven. Ik wilde eigenlijk helemaal niet.” Maar de oud-topzwemster haalde hem over. „Ik had geen idee hoe ze mij kende, ik kende haar niet”, zegt Schelvis.

Maar Van Dijk had het goed gezien. Met zijn derde race won Schelvis zilver op de EK voor junioren. Nu is hij vijfde van de wereld.

En voor wie goed presteert tijdens de WK in Melbourne doemt Peking op aan de horizon, al is in de Port Phillip Bay bij St. Kilda nog geen kwalificatie te verdienen. Op de Spelen van 2008 wordt voor het eerst de tien kilometer open water gezwommen, een afstand waar ook badzwemmers naartoe worden gelokt, zoals mogelijk de Australische gigant Grant Hackett.

Schelvis maakt het niets uit hoe hij in Peking komt. „Desnoods de 1.500 meter of de 400 meter, die zwom ik vroeger ook. Ik beslis na de WK wat ik ga doen.”

Plannen voor een verhuizing naar het Nationaal Zweminstituut Eindhoven (NZE), een route die veel topzwemmers in de loop der jaren aflegden, heeft Schelvis niet. „Ik heb wel met Jacco Verhaeren (technisch directeur van de zwembond en het NZE, red.) gesproken, maar niet daarover. Ik heb een heel goede trainer, mijn vader.” Ook Wim Schelvis ziet zijn zoon, die nog thuis woont in Spijkenisse, niet snel naar Eindhoven verhuizen. „Ze kunnen daar niets wat wij niet ook kunnen”, zegt Schelvis senior. „Wij beschikken ook over een videocamera onder water. Ik zie daar geen toegevoegde waarde voor hem.”

De WK zwemmen kunnen voor Schelvis niet meer stuk, ook al is het water voor de Australische kust wat fris. Zondag werden sommige zwemmers te koud; vier atleten uit Ghana en Antigua werden uit het water gehaald met onderkoelingsverschijnselen, maar een temperatuur van 19 graden is voor Schelvis goed te doen.

De Nederlandse langeafstandszwemmers bereidden zich op de wereldkampioenschappen voor in Geelong, aan de andere kant van de baai. Daar trainden zij aanvankelijk in een 180 meter lange zeekooi, om ontmoetingen met de Great White Shark of ander angstaanjagend oceaanleven uit te sluiten. „Nadat we wat hadden rondgevraagd onder de lokale bevolking bleek dat ze hier al dertig jaar geen haai hebben gezien, dus zijn we gewoon in open zee gaan zwemmen”, zegt Schelvis. „Net als in de wedstrijd. Je komt wel eens hele grote kwallen tegen, veertig centimeter. Als er een tentakel tegen je aankomt krijg je uitslag.”

Schelvis kan niet wachten op zijn volgende race, de tien kilometer van morgen. Op die olympische afstand zwemt hij aan de zijde van topzwemmer Maarten van der Weijden. „De tien kilometer is misschien iets te ver voor mij”, zegt Schelvis. „Een nieuwe verrassing? Het zou zo maar kunnen. Ik ben in vorm en goed uitgerust. De eerste acht moet kunnen, heel misschien kan ik winnen.”

Schelvis wil de komende tijd vooral veel zwemmen, bijvoorbeeld om zijn keerpunten rond de boeien te verbeteren. „Ik moet ervoor zorgen dat ik niet klem gezwommen word. Je wordt soms onder water geduwd, je krijgt wel eens een klap of een schop. Soms opzettelijk. Maar dan hoek je die zwemmer gewoon een keer terug en is het daarna even goede vrienden.”

Het zijn allemaal ervaringen die meetellen. Want zwemmen op zee, al is het maar 160 meter van St. Kilda Beach, is totaal anders dan met acht zwemmers tussen de lijnen in een overdekt zwembad. „Je ligt met dertig man naast elkaar in het water. Je moet altijd opletten of er niet iemand weggaat, je moet kijken hoe goed die is. Je moet beslissen of je meegaat, of wachten op iemand die beter is. Het kan wel eens zijn dat je met de verkeerde ontsnapping meezit, of de beslissende ontsnapping mist.”

Volg de WK zwemmen opwww.melbourne2007.com.au