Vrouwen aan de macht. Zou het schelen?

Zijn vrouwelijke politieke leiders beter dan mannen? Of maakt het geen verschil? Wel worden zij meer op hun uiterlijk beoordeeld. En zelf brengen zij vaak hun moederschap in stelling, constateert Christine Ockrent.

Zou het schelen, zou het beter zijn als een vrouw het voor het zeggen had? De Amerikanen zullen zich die vraag binnenkort misschien gaan stellen. De Fransen doen dit al sinds Ségolène Royal haar mannelijke rivalen wist te verslaan als presidentskandidate van de Socialistische Partij.

In Frankrijk denken we altijd voorop te lopen (al zitten we in de Europese achterhoede wat betreft het aantal vrouwen in het parlement), dus beseffen we enigszins beschaamd dat Groot-Brittannië al in 1979 een vrouw koos als premier – en wat voor een vrouw: Margaret Thatcher! – en dat Duitsland en Chili al meer dan een jaar door een vrouw geleid worden.

Nu bevindt zich in de wereld ruim een tiental vrouwen op hoge politieke posten – de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice en haar Israëlische ambtgenote Tzipi Livni zijn in de media zeker zo prominent aanwezig als hun mannelijke voorgangers. Maar als leiders van twee democratieën zijn Angela Merkel (Duitsland) en Michelle Bachelet (Chili) voor ons het meest van belang, omdat zij de hoogste macht uitoefenen.

Afgezien van de verschillen in politieke cultuur en persoonlijkheid – Bachelet is even uitbundig als Merkel beheerst is – zijn de gelijkenissen opvallend. Beide vrouwen stuitten op kwaadaardige kritiek zodra ze in de schijnwerpers kwamen – niet vanwege hun ideeën, maar vanwege hun uiterlijk. ‘Wat ziet ze eruit, wat is ze dik, wat kleedt ze zich slecht en moet je dat haar zien!’ – waarbij andere vrouwen net zo vals waren als hun mannelijke concurrenten.

Daarna wordt over hun weerstand begonnen. Hoewel Merkel zich al van een paar rivalen had ontdaan en haar eigen mentor, oud-kanselier Helmut Kohl, in de rug had gestoken, werd ze tot en met het kanselierschap door medepolitici onderschat. Bachelet, een kinderarts, werd als te aardig beschouwd om politieke ontbering te doorstaan. Maar haar tegenstanders hadden geen idee hoe vastberaden de dochter van een generaal die door zijn medeofficieren was vermoord en die zelf aan marteling was onderworpen, wel niet was geworden. Dan volgt de argwaan over hun onafhankelijkheid. Omdat een vrouw onmogelijk zelf kan nadenken, is er in de schaduw onherroepelijk een man, of meer dan één, die haar ten eigen bate manipuleert. Die theorie hadden Merkel en Bachelet algauw ontzenuwd.

Ten slotte komt het kernthema – bekwaamheid. Welk niveau ze ook bereiken in willekeurig welke hiërarchie, alle vrouwen weten dat ze hun waarde moeten blijven bewijzen. Bij een vrouw die het hoogste politieke ambt nastreeft, is dit nog erger. Als ze alle andere hindernissen weet te overwinnen, wordt ze een kandidaat of leider als elke andere en verdient ze beoordeeld te worden op haar charisma, haar argumenten en haar politieke vernuft.

Tot dusver weet Merkel tegen alle verwachtingen in een coalitieregering te leiden met mannelijke zwaargewichten uit de twee grootste politieke partijen in Duitsland. Haar hardheid – maar ook haar pragmatisme en gevoel voor compromissen – heeft haar een onvoorzien gezag bezorgd.

Bachelet heeft nieuwe methoden van ‘participerende democratie’ geïntroduceerd, waardoor de Chilenen zich dichter bij hun politici kunnen voelen. De baronnen van haar eigen coalitie mopperen dat ze gepasseerd worden.

Doen vrouwen dit werk beter dan mannen? Deze generatie vrouwelijke leiders toont over het algemeen meer aandacht voor sociale problemen. Maar door het karakter van de macht en de beperkingen van de realiteit kunnen we onmogelijk voor eens en altijd vaststellen dat ze geschikter zijn.

Nu Ségolène Royal en Hillary Clinton een gooi naar de macht doen, tekent zich een nieuwe, boeiende paradox af. Net als Merkel en Bachelet behoren zij tot een generatie die heeft bijgedragen tot en baat gehad heeft bij de vrouwenbeweging. Ze hebben zware concurrentie overwonnen en uiteindelijk de ultieme feministische gelijkheid verwezenlijkt: een vrouw kan laten zien dat ze net is als een man, mits ze maar wil slagen.

Nu ze naar het presidentschap streven, nemen ze allebei hun toevlucht tot een argument dat ze nog niet zo lang geleden zouden hebben weggewuifd: ze zijn anders dan hun mannelijke tegenstanders omdat ze moeder zijn. Ze hebben al laten zien dat ze even goed zijn als mannen en nu beroepen ze zich op een nieuw concurrentievoordeel. Hun geslacht wordt een pre. Dankzij het moederschap, luidt de veronderstelling, zijn ze beter toegerust om de huidige zorgen in onze samenlevingen tegemoet te treden.

„Omdat ik een vrouw ben, zal dat schelen”, beweert Royal terwijl ze haar haperende campagne nieuw leven probeert in te blazen. „Dat ik vrouw en moeder ben is onderdeel van mijn persoon”, verkondigt Clinton. Dat is de nieuwe genderpolitiek en het zal interessant zijn om te zien of die de kiezers aanspreekt – vrouwen én mannen.

Christine Ockrent is Belgisch journaliste. Ze heeft gewerkt in de VS en maakt faam als tv-presentatrice in Frankrijk. © NYT.