Thielemann regeert Wiener

Concert: Wiener Philharmonisches Orchester o.l.v. Christian Thielemann. Bruckner, Achtste symfonie. Gehoord: 18/3 Concertgebouw, Amsterdam.

De Wiener Philharmoniker, van oudsher een onwrikbaar mannenbastion, tellen inmiddels vier vrouwen, zo bleek dit weekend in het Amsterdamse Concertgebouw: een harpiste, twee violistes en een celliste. Maar verder boden de Wiener de traditie waar hun naam voor staat, en die het concert in de serie Wereldberoemde symfonieorkesten zondagavond ook tot een van de duurste in het seizoen maakte (125 euro per plaats, ongeacht de ‘rang’).

Dirigent Christian Thielemann, chef-dirigent van de Münchner Philarmoniker, behoort zonder meer tot de interessantste Bruckner-dirigenten van het moment. Hij paart visie aan eisende, stramme gebaren waarvan de zeggingskracht groot blijkt.

Bruckners Achtste klonk onder zijn leiding anders dan anders, en niet alleen omdat hij gebruik maakte van een iets minder bekende versie. De klankkathedralen die de Wiener als van nature leken te willen bouwen, werden door Thielemann streng gecontroleerd. Alleen daar waar híj een climax toestond, ontspande zijn rug en kwam de klank tot volle wasdom.

Dat waren de momenten dat je begrijpt waarom de Wiener de Wiener zijn; een strijkersklank gonzender en warmer dan de Weense is onvoorstelbaar. Maar zeker in het lange Adagio – zo ingetogen gespeeld dat het soms een requiem leek – leidde zijn al te beteugelende aanpak soms ook tot wegvallen van de spanning. Jammer, want niet alleen in de Finale bewees Thielemann dat zijn Bruckner er ook een van ongehoorde verrassingen en breekbaarheid kan zijn. En weinig dirigenten doen hem het regenteske hoofdknikje na waarmee orkestrale luchten letterlijk in een wenk verkleurden van, bijvoorbeeld, onontkoombare oerkracht naar kamermuzikale fijnmazigheid.