opinext@nrc.nl

Jongeren vormen niet één grote groep

‘Ons’ – het toverwoord in het omslagartikel van Rob Wijnberg (nrc.next, 20 maart) over zijn politieke pamflet ‘Boeiuh’. Wijnberg leeft nog in de schijn dat de jongeren als één grote groep kunnen worden gezien. We leven in een samenleving van uitersten. Zo ook de jongeren: extreme uitersten en alles wat daar tussen zit. De „jongste generatie” is geen homogene groep – evenmin als de rest van de samenleving overigens. De criteria voor één groep hoeven niet voor de ander te gelden.

En oké, jongeren kijken weinig nieuws, maar het Journaal is toch al lang niet meer de enige manier van nieuwsvergaring? Dat nieuws is in een fractie van een seconde bijvoorbeeld al te bereiken, via het internet.

Bovendien is de jeugd van nu nog steeds geëngageerd, en ze is dat met leeftijdsgenoten over de hele wereld, op hetzelfde internet. Maar ach, boeiuh.

Jorg van Velzen

Utrecht

‘Subjectivisme’ is geen ‘relativisme’

Relativeren leidt bij jongeren tot een gebrek aan identiteit, en vervolgens tot allerlei extremen, om in ieder geval iemand te lijken, stelt Rob Wijnberg. Dat dat helemaal niet zo hoeft te zijn, wordt duidelijk als we inzien dat ‘relativisme’ een andere betekenis heeft dan in het artikel wordt verondersteld. ‘Relativisme’ wordt in het artikel gebruikt voor ‘subjectivisme’. Wat is het verschil? Volgens relativisten is waarheid relatief ten opzichte van iets, bijvoorbeeld een bepaalde groep, tijd of plaats. Pas als een relativist stelt dat waarheid afhankelijk is van een enkel individu, noemen we hem een ‘subjectivist’.

Nu Rob Wijnberg onder ‘relativisme’ eigenlijk ‘subjectivisme’ verstaat, begrijpen we ook waarom hij stelt dat jongeren een gebrek aan identiteit hebben. Als dat wat anderen zeggen subjectief is, is het immers nogal moeilijk te bepalen wat de waarde daarvan voor mij is. Over inhoud praten heeft geen zin meer, en communiceren via opgestoken middelvingers voert dan al snel de boventoon. ‘Relativeren’ in de eigenlijke betekenis kan jongeren juist handvaten bieden om hun identiteit te vormen. Het betekent dat ze niet, zoals hun ouders, de voorgebaande paden hoeven te betreden. En toch zijn ze lid van allerlei groepen, zoals vrienden, familie, een sportclub, school, virtual communities en dergelijke. Relativisme stelt jongeren in staat om de claims vanuit deze groepen op hun eigen waarde te schatten. Wat daarvoor nodig is, is interesse. Bij jongeren is die volop aanwezig. Doordat mijn identiteit wordt gevormd door de rollen die ik in allerlei verbanden speel, word ik constant geprikkeld met vragen als ‘wie ben ik?’ en ‘waar hoor ik bij?’. Dat is precies wat jongeren doen: al zoekend hun identiteit vormen. Dat is niet makkelijk, integendeel. Maar het gaat te ver te stellen dat jongeren zo het spoor bijster zijn dat relativisme in complete onverschilligheid ontaardt.

Wouter Sanderse (25)

afgestudeerd in filosofie en bedrijfscommunicatie, Nijmegen.

Nieuwe media dan?

Wat ik gemist heb in het omslagartikel van Rob Wijnberg is de rol van nieuwe media; vooral een krant als nrc.next zou moeten beseffen dat alleen kijken naar in welke mate de papieren krant gelezen wordt, niet genoeg is om een conclusie te kunnen trekken over de maatschappelijke interesse van jongeren. Op internet is een aanzienlijk deel van de kwaliteitskranten gratis te lezen. Boven hebben websites als www.nu.nl een groot aandeel in het op de hoogte houden van jongeren.

Dat de rol van de traditionele media en de maatschappelijke betrokkenheid van jongeren kritisch bekeken worden, is begrijpelijk en terecht. Dat kennelijk naar een conclusie wordt toegeschreven zonder daarbij het ‘probleem’ in zijn volle omvang te onderzoeken, is een kwalijke zaak.

Luuk Hezen

op nextlog

Verstild kijk ik toe

Normaliter lees ik niet de krant, net zo min als dat ik naar het nieuws kijk. Maar donderdag stuitte ik op een verloren nrc.next. Ik kwam al snel terecht op pagina 6 bij het stuk van Rob Wijnberg. Voor een moment veranderde de realiteit in iets wat voor mezelf realistisch is. Ik ben een zwijgende piekeraar, bij tijd en wijle lichtelijk zwaarmoedig door het vele denken en vaak voel ik me beroofd van enige levensvreugde, wat te wijten valt aan alle nonsens en absurditeit die ik elke dag weer noodgedwongen moet aanschouwen en nog erger, waarvan ik geacht word om deze als normaal te beschouwen.

Vanuit mijn raam observeer ik openlijk een ruzie die gaande is op de parkeerplaats aan de overkant en ik vraag me af of ik levensmoe ben of kinderlijk naïef overtuigd ben van een zekere onaantastbaarheid. Vier opgefokte jongeheren van twijfelachtig kaliber zijn uitgebreid een ruzie aan het beslechten, wat gepaard gaat met enige bombarie door het haast dramatische vertoon van verbaal en fysiek geweld. Ik weet niet of ik me af moet wenden of op enigerlei wijze moet ingrijpen, in plaats daarvan blijf ik verstild staan en probeer ik te begrijpen wat daar gebeurt.

Ik spendeer mijn tijd aan de ogenschijnlijke nutteloze, maar vooral onzichtbare poging te doorgronden wat om me heen gebeurt. De aanwezigheid van een haast verlammend en verstarrend effect op optimisme en idealisme wordt aanvaard in ruil voor een spaarzaam maar subliem moment wanneer de afstandsbediening blijft hangen bij programma’s als So you wanne be a popstar? en de absurditeit zo schrijnend maar onmiskenbaar zichtbaar wordt dat ik niet meer kan ophouden met lachen uit leedvermaak.

Noortje Duyn

op Boeiuh.com

Een reactie van Rob Wijnberg op bovenstaande en andere brieven staat op de website boeiuh.com