Onderzoek verklaring Deventer moordzaak

Twee politieagenten die een rol hebben gespeeld in de Deventer moordzaak, moeten opnieuw worden ondervraagd. Dat heeft advocaat-generaal A.J. Machielse vanochtend geadviseerd aan de Hoge Raad. De ondervraging van de agenten, over een getuigeverklaring die zij in 1999 opnamen, moet gebeuren door een daartoe aan te wijzen raadsheer-commissaris.

De advocaat-generaal verwierp twee andere argumenten om de zaak te heropenen, omdat het geen nieuwe feiten betrof, ze geen nieuw licht op de zaak wierpen, of zelfs belastend waren voor de veroordeelde in de zaak. Daarbij ging het om DNA-materiaal op de blouse van het slachtoffer en mobiele telefonieverkeer van de dader.

De opgenomen verklaring van de twee agenten waar opnieuw naar moet worden gekeken, komt van een getuige die zegt dat de politie een deel van zijn verklaring destijds niet heeft opgeschreven. Dat zou de veroordeelde wellicht hebben kunnen vrijpleiten.

De ‘Deventer moordzaak’ gaat over de gewelddadige dood van de zestigjarige weduwe Wittenberg in 1999. Zij werd vermoord in haar huis aangetroffen. Als schuldige werd haar financieel adviseur Ernest Louwes door de politie aangemerkt en ook veroordeeld. Hij zou haar met een mes hebben vermoord. Rond de zaak bleven echter vraagtekens bestaan, die betrekking hadden op bewijs tegen de dader. Zowel het sporenonderzoek als het politieonderzoek tegen de veroordeelde zouden tekortkomingen vertonen. Opiniepeiler Maurice de Hond is met een groep medestanders vervolgens actie gaan voeren voor heropening van het proces. Zij menen dat Louwes door een gerechtelijke dwaling onschuldig is veroordeeld. Doorslaggevend voor zijn veroordeling was een DNA-spoor op de blouse van het slachtoffer. De verdedigers van Louwes menen dat dit spoor bij een eerder bezoek aan de weduwe kan zijn achtergelaten, bijvoorbeeld door een niesbui. Ook zou de blouse door de onderzoekers op een onzorgvuldige manier zijn behandeld. De advocaat-generaal noemt echter de aanwijzingen van de verdediging ‘boterzacht’. Voor vervuiling van het bewijs zijn evenmin aanwijzingen.

Als dader noemde De Hond met naam en toenaam een bekende van de weduwe die als klusjesman aan huis kwam. Louwes moet een straf van 12 jaar uitzitten. Een eerdere herziening van de zaak bij het Hof Den Bosch resulteerde in het opnieuw veroordelen van Louwes. Tegen dit vonnis werd het herzieningsverzoek bij de Hoge Raad ingediend.