NS bepaalt, rijk betaalt

Zeven miljard euro heeft de overheid tot nu toe betaald aan de aanleg van een hogesnelheidslijn van Amsterdam naar Parijs en de kosten stijgen. Latere oplevering en hogere kosten zijn gewoon geworden bij dit soort projecten. Zoals het er nu uitziet, zullen eind dit jaar de eerste hogesnelheidstreinen gaan rijden. Eindelijk. Maar voor een aantal treinpassagiers betekent dat een achteruitgang. Onder andere inwoners van Den Haag zullen de efficiënte rechtstreekse uurdienst naar Antwerpen, Mechelen en Brussel moeten missen. De bedoeling is dat deze verbinding naar de hogesnelheidslijn wordt overgebracht en die slaat Den Haag doorgaans over. Daar komt een aantal bruikbare alternatieven voor in de plaats, maar er is geen toezicht op de prijzen en die worden ongetwijfeld hoger dan de kosten van de huidige rechtstreekse verbinding over het gewone spoor. De overheid, die tot nu toe de rekening heeft betaald, laat de regie geheel over aan de NS, die als voornaamste exploitant van de hogesnelheidslijn zo min mogelijk concurrentie met zichzelf wil aangaan. Alle passagiers naar Brussel worden dan gedwongen tot eersteklas snelvervoer.

De NS heeft reden om veel geld te vragen voor het hogesnelheidsvervoer omdat het jaarlijks aan het rijk voor een deels geheime concessie 148 miljoen moet betalen. Dat is aanzienlijk meer dan de 113 miljoen voor het vervoer over het gewone spoor. Om die reden heeft de NS grote vrijheid gekregen in de tarieven op de hogesnelheidslijn, zodat een retourtje Brussel volgens de vereniging Reizigers Openbaar Vervoer wel duurder moet uitvallen. Deze vereniging heeft een goede aanleiding tot een klacht bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit en die heeft zij ook heeft ingediend.

Toch is de Nederlandse Mededingingsautoriteit de verkeerde instantie om deze ingewikkelde vervoerskwestie in de Benelux en de Randstad te laten behandelen. Er is geen sprake van een markt die slechts hoeft te worden vrijgemaakt, maar van een door overheidsmiljarden betaald monopolie. De overheid heeft deze investering gedaan om snel massavervoer tot stand te brengen, verkeerscongestie te bestrijden en om schone alternatieven voor de vervuilende luchtvaart te kunnen bieden. Het is daarom inconsequent dat de overheid na zulke hoge uitgaven de handen van het hogesnelheidsvervoer aftrekt. Het risico bestaat dat de beleidsdoelen niet worden gehaald. De meeste belastingbetalers hebben dan luxevervoer voor welgestelden gesubsidieerd op een traject waarvoor zij zelf alleen de auto kunnen gebruiken.

Wie betaalt, bepaalt. De NS is in handen van de overheid, die haar invloed dient te kunnen aanwenden om maatschappelijk wenselijke doelen te bereiken: zo efficiënt mogelijk openbaar massavervoer om congestie te voorkomen. Voor de overvolle Benelux is dat belangrijk. Nu de miljarden al zijn uitgegeven, kan het beleid niet worden overgelaten aan een derde partij, de NMa, die zich met juridisch technische concurrentiezaken bezighoudt.