Nederland in verzet tegen ‘superstaat’

Den Haag eist duidelijke afbakening van typisch nationale terreinen.

En wenst nieuw verdrag, geen grondwet, voor aanpak grensoverschrijdende issues.

DEN HAAG. - De Nederlandse regering is voor een Europa waarin het ‘politieke primaat’ duidelijk bij de lidstaten van de Europese Unie ligt, en de EU mag geen autonome organisatie (een ‘superstaat’) meer worden. Dat staat in de brief over het Europa-beleid, die het kabinet gisteren heeft gestuurd aan de Tweede Kamer.

Het parlement had gevraagd om zo’n standpunt omdat het in een vroeg stadium wil meedenken over een nieuw verdrag na de verwerping van de Europese Grondwet in 2005 bij referenda in Frankrijk en Nederland. Ook wil het kabinet voorkomen dat Europese regelgeving belemmeringen opwerpt voor „onze nationale sociale arrangementen of voor de kwaliteit van publieke voorzieningen”. Ook op andere terreinen die volgens het kabinet bij uitstek tot het nationale domein horen, zoals pensioenen, fiscaliteit, sociale zekerheid, onderwijs, cultuur en gezondheidszorg moet een scherpere afbakening komen tussen het nationale beleid en dat wat de EU aanvullend kan ondernemen.

Wel is meer Europese samenwerking nodig op grensoverschrijdende terreinen zoals energiebeleid, asiel- en migratiebeleid, concurrentiekracht van de Europese economieën en bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit. Op deze terreinen acht het kabinet het van belang de besluitvaardigheid te verbeteren ten opzichte van de bestaande verdragen.

Het kabinet laat weten niet enthousiast te zijn om in een vroeg stadium al het achterste van de tong te laten zien ten aanzien van het Europastandpunt. „Omzichtigheid is geboden bij het formuleren van de onderhandelingsinzet en het publiekelijk uitdragen daarvan”, staat in de brief. Zondag 25 maart zullen de staats- en regeringsleiders bij de herdenking van vijftig jaar Europese Unie in Berlijn kort spreken over de nog te volgen procedure. Maar Duitsland zal als EU-voorzitter na uitvoerige consultaties met alle lidstaten pas in juni komen met een inventarisatie van de standpunten van alle lidstaten over verdragswijzigingen in Europa. In de tweede helft van 2008, onder Frans voorzitterschap, kan de discussie over een nieuw verdrag worden afgerond.

Maar ondanks deze aarzeling geeft de kabinetsbrief een aantal standpunten die het vermoedelijk tot het meest eurosceptische beleidsstuk maken dat ooit door een Nederlands kabinet is afgescheiden. Het vorige kabinet-Balkenende had zich na het ‘nee’ in 2005 voornamelijk beperkt tot ‘inventarisaties’ van de veronderstelde bezwaren in de bevolking over de ontwikkeling van Europa. Er moet in geen geval meer zoiets als een Europese Grondwet komen, stelt het kabinet vast. Het huidige kabinet zal, net als het vorige, het verworpen Grondwettelijk Verdrag in geen geval meer bij de Kamer indienen. Het sociale Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie hoeft derhalve niet integraal opgenomen te worden. Wél meent het kabinet dat aan de ‘substantie’ recht moet worden gedaan, maar dat kan ook op andere manieren.

„Het kabinet heeft goed geluisterd”, zegt Harry van Bommel, Tweede Kamerlid voor de SP, die de brief met „rode oortjes” heeft gelezen. „Er zit heel veel goeds in de brief, bijvoorbeeld dat het kabinet benoemt wat tot het nationaal domein behoort, zoals pensioenen en gezondheidszorg, en wat Europees geregeld kan worden.” Zelfs de ‘superstaat’ die Europa niet moet worden, is zo uit ons partijprogramma overgenomen, aldus Van Bommel. Maar het venijn zit volgens hem in de staart, waar gesproken wordt over verbetering van besluitvaardigheid. „Wat bedoelt het kabinet hier? Dit riekt naar het opheffen van het veto door meerderheidsbesluitvorming. Daarover willen we absoluut opheldering in een debat, liefst deze week nog.” VVD-Kamerlid Han Ten Broeke vindt het in elk geval „winst” dat de brief er is. Daarmee wordt de stilte in Nederland over Europa doorbroken vóór de informele top in Berlijn komend weekeinde.