Nare herinnering in zicht

Donderdag houdt prof.dr. Guillén Fernández zijn inaugurele rede als hoogleraar cognitieve neurologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Ons geheugen zit vreemd in elkaar. Nare dingen onthouden we veel beter dan leuke dingen. Dat heeft zijn nut. Wie gevaarlijke situaties goed onthoudt, zal ze de volgende keer vermijden, maar bij sommige mensen gaan die nare herinneringen een eigen leven leiden. Misschien wel een derde van alle soldaten komt terug uit een oorlog (Irak, Afghanistan) met psychische klachten, zoals post-traumatische stressstoornis (PTSS). Datzelfde gebeurt bij sommige slachtoffers van ongelukken of misdaad. Neuroloog Guillén Fernández van het F.C Dondersinstituut in Nijmegen onderzoekt het ontstaan en verwerken van traumatische herinneringen.

Hoe pakt u dat aan?

„Om te beginnen bestuderen we hier hoe het brein die nare herinneringen opslaat en bewaart. Goed opslaan van nare herinneringen is een nuttige evolutionaire aanpassing, maar sommige mensen slaan die herinneringen té goed op. Hun gruwelijke herinneringen dringen zich steeds weer op en verstoren het normale leven. Wij laten gezonde proefpersonen nare plaatjes of filmfragmenten zien en vervolgens meten we met een MRI-scan hun hersenactiviteit.”

Waarom krijgt de een er wel last van en de ander niet?

„Dat is de cruciale vraag. Dat weten we niet. Vermoedelijk speelt genetische aanleg mee. We bestuderen bepaalde genvarianten (genpolymorfismen) die zorgen voor stressreacties. We vergelijken proefpersonen met een verschillende genetische make-up om te zien in hoeverre hun brein die herinneringen anders opslaat.”

Kunt u in het brein een herinnering echt zien opslaan?

„Ja hoor. Je laat de proefpersoon bijvoorbeeld een serie nare plaatjes zien, met ondermeer gewonde mensen en je meet de hersenactiviteit terwijl de proefpersoon elk plaatje bekijkt. We noemen dat de ‘studiefase’, waarin herinneringen worden gevormd. Later doe je een geheugentest. Sommige items blijken vergeten, andere niet. Als je eenmaal weet welke plaatjes iemand heeft onthouden, kun je in je databestanden gaan terugzoeken hoe de hersenactiviteit in de studiefase is geweest. En dan blijkt dat die hersenactiviteit in bepaalde hersengebieden al bij het opslaan van de herinneringen anders was dan bij plaatjes die later vergeten zijn. We gaan nu proefpersonen met een hoog en een laag genetisch risico vergelijken. Ook onderzoeken we de invloed van stresshormonen cortisol, adrenaline en noradrenaline, die vrijkomen bij stress en angst op je geheugen.”

Wat hoopt u te bereiken? Je kunt kwetsbare types toch moeilijk van de straat houden?

„We willen tot een betere risico-inschatting komen. Voor gevaarlijke beroepen zou je een test kunnen invoeren om mensen met een verhoogde aangeboren aanleg voor een posttraumatische stresstoornis op te sporen. Je kunt structurele hersenschade nooit echt genezen. Daarom is preventie zo belangrijk. Bovendien willen we ook bij psychiatrische ziekten meer maatwerk bieden en elke patiënt zijn eigen specifieke therapie geven. Het brein is tenslotte ons meest individuele orgaan.”

Donderdag om 15.45 houdt Guillén Fernández zijn rede aan de Radboud Universiteit, Academiezaal Aula, Comeniuslaan 2, Nijmegen.