Met slopen komt er echt geen Rotterdamse middenklasse

In plaats van het terughalen van de middenklasse naar de stad moet Rotterdam meer inzetten op de achtergebleven, vooral allochtone, bewoners, meent Wytze Patijn.

Een juichfolder. Zo zou je de nieuwe Stadsvisie Rotterdam 2030 het beste kunnen typeren. De fraaie brochure, waarin de gemeente Rotterdam haar plannen ontvouwt voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad tot het jaar 2030, staat bol van de ambities en goede voornemens.

Het verdient waardering als stadsbestuurders verder willen kijken dan de waan van de dag, maar kijken ze niet te veel in de lucht? De nota, die nog door de gemeenteraad moet worden goedgekeurd, heeft de ‘missie’ van Rotterdam een aantrekkelijke woonstad met een sterke economie te maken. Maar de gepresenteerde 10 kernbeslissingen met beleidsdoelstellingen en de 13 uitverkoren ‘Very Important Projects’ (‘VIP’s’ ) die voor het succes moeten zorgen, hangen als los zand aan elkaar. De 13 VIP’s zijn bovendien stuk voor stuk lopende projecten en vaak op particulier initiatief begonnen, zoals de grote verbouwing van het Erasmus Medisch Centrum, de voorgenomen sloop en vervanging van de Lijnbaanflats en het nieuwe sportcomplex op Zuid met de sluiting van ‘de Kuip’ als voetbaltempel.

De vraag rijst hoe de laatste twee projecten te rijmen zijn met de 10de kernbeslissing: Rotterdam zet cultureel erfgoed en architectuur in als ontwikkelingskracht.

Hiermee springt meteen het zwakke punt van de Stadsvisie in het oog: mooie woorden, maar daarmee strijdige daden. Hier steekt bovendien een oude Rotterdamse kwaal de kop op. Steeds nieuwe plannen bedenken, maar weinig afmaken. Hardnekkig wordt de illusie in stand gehouden dat de overheid almachtig is, dat alles kan worden gestuurd. Het is een gevaarlijke misvatting die het zicht vertroebelt op datgene waarop de gemeentelijke overheid wel invloed kan uitoefenen.

Maar wat het meest opvalt, is dat de nota geheel voorbijgaat aan de weerbarstige problematiek van de grote stad. Dat blijkt vooral uit de kernbeslissingen 5 en 6: Rotterdam realiseert woonmilieus die selectieve migratie tegengaan en Rotterdam transformeert zwakke woonmilieus, die alle kaarten lijken te zetten op een nieuwe middenklasse. Rotterdam staat daarin niet alleen.

Elke stad van enige importantie stelt zich tegenwoordig ten doel meer mensen uit de middenklasse te huisvesten. De laatste jaren hebben veel mensen met middeninkomens de stad verlaten en zich in suburbane gebieden gevestigd. Dit heeft geleid tot een concentratie van arbeiders en mensen met lage opleidingen en inkomens (hoe langer hoe meer samenvallend met bewoners van allochtone origine) in de oude wijken. Het is het gevolg van het eenzijdige aanbod van duurdere woningen in de voorsteden en landelijke gebieden, juist met de bedoeling om ‘doorstroming’, dat wil zeggen de uitstroom van mensen die het zich konden permitteren, op gang te brengen.

De achterblijvers blijken nu het kind van de rekening. De situatie van de zittende bevolking wordt niet als uitgangspunt voor het beleid genomen, maar wordt als probleem gezien. De oplossing wordt van import van middeninkomens verwacht.

Dat betekent dat tegen de heersende tendens in moet worden geroeid. Een woonwijk met overwegend mensen uit lagere inkomensgroepen heeft kennelijk geen bestaansrecht meer. Waar dit toe kan leiden wordt tastbaar in de sloop- en nieuwbouwplannen voor het Rotterdamse Crooswijk, zoals die onder en met steun van het vorige college zijn opgesteld. Sloop van goedkope huurwoningen en vervanging door duurdere koopwoningen leiden tot verdrijving van een groot deel van de zittende bevolking. Het is niet langer de armoede, maar het zijn de armen zelf die worden bestreden. Het nieuwe college lijkt met de Stadsvisie geen ander beleid te willen voeren. Men introduceert het begrip gentrification (in de betekenis van sociale opwaardering). De Stadsvisie stelt expliciet dat alle wijken rond het centrum (Cool, Oude Westen, Middelland, Delfshaven, Lloydkwartier, Oude Noorden en Afrikaanderwijk) voor gentrification in aanmerking komen. Ze zullen naar rustig-stedelijke woonmilieus transformeren. Het betreft hier haast allemaal wijken met overwegend migranten, bewoners met lagere inkomens. De nota lijkt deze werkelijkheid te ontkennen. Naar woorden als migrant, allochtoon en multicultureel is het vergeefs zoeken. Ze lijken angstvallig vermeden te worden.

De beoogde transformatie is volstrekt illusoir wanneer je je bedenkt dat dan een groot deel van de huidige bevolking – ik schat zo’n 20 tot 30 procent van de totale Rotterdamse bevolking – plaats zal moeten maken voor mensen uit de middenklasse. Waarschijnlijk zijn er met de meest optimistische welvaartsgroeiprognoses niet eens genoeg gegadigden om dit waar te maken. De gedachte dat je dit vooral met ‘kenniswerkers en creatieve beroepen’ kunt realiseren is in dit licht gezien ontroerend naïef.

In plaats van zich blind te staren op Amsterdam zou het beter zijn uit te gaan van de kracht en de mogelijkheden die de stad en haar bevolking zelf hebben te bieden. Juist de ontwikkelingen die nu al zichtbaar zijn, zouden gesteund en uitgebuit moeten worden. Er liggen immers grote kansen bij de emancipatie van de allochtone groepen.

De meer kapitaalkrachtige allochtone en autochtone bewoners en ondernemers uit de bestaande wijken moet je trachten te binden. Daartoe zal ook een veel grotere differentiatie en diversiteit in doelgroepen en woonvormen nagestreefd moeten worden dan nu het geval is.

In combinatie met de ambities op milieugebied (kernbeslissingen 8 en 9) en voor de inrichting van het openbaar gebied (kernbeslissing 7) is dit kansrijker dan de retoriek uit de Stadsvisie.

Wytze Patijn is architect en hoogleraar architectuur aan de TU Delft. Hij is tevens voormalig rijksbouwmeester.

Morgen wordt in Rotterdam onder leiding van Felix Rottenberg een debat gehouden over de nieuwe Stadsvisie. Plaats: Arminius, Museumpark 3. Aanvang: 20.00 uur.