Journalist geruild voor vijf Talibaan

Met opluchting is in Italië gereageerd op de vrijlating gisteren door de Talibaan van de Italiaanse journalist Daniele Mastrogiacomo. Hij is uitgeruild voor vijf gevangen Talibaanstrijders. De journalist van La Repubblica werd vijftien dagen geleden ontvoerd in het zuidelijke district Helmand waar hij twee Talibaanleiders wilde gaan interviewen. Hij heeft moeten aanzien hoe zijn chauffeur werd onthoofd.

In een audioboodschap presenteerde Mullah Dadullah, de Talibaanleider in het zuiden van Afghanistan, de operatie gisteren als „een overwinning” voor de Taliban. Hij wist in ruil voor één journalist „vijf politieke leiders” vrij te krijgen, onder wie zijn eigen broer. Volgens de Italiaanse premier Romano Prodi heeft de Afghaanse president Karzai een doorslaggevende rol gespeeld bij de bevrijding van Mastrogiacomo, omdat hij de vrijlating van de Talibaan heeft geregeld. Van Italiaanse zijde was het niet de geheime dienst of het leger, maar de Italiaanse hulporganisatie Emergency die de onderhandelingen met de Talibaan heeft gevoerd.

Mastrogiacomo doet vandaag op drie pagina’s in zijn krant La Repubblica zijn relaas. „Het was geen ontvoering, maar een marteling: psychologisch, fysiek, mentaal, religieus, politiek, existentieel.” Hij is elke dag naar een andere plek gebracht. Hij sliep op de grond, in kleine hutjes, was altijd geboeid, bloedde aan enkels en polsen, is geslagen.

Hij werd ter dood veroordeeld. „Hun commandant sprak zijn vonnis in naam van Allah uit. Ik vroeg de tolk wat hij zei: ‘Ze vermoorden ons.’ Ik sta op. Ik zie hoe vier strijders de chauffeur pakken, hem in het zand duwen en hem de keel doorsnijden en hem daarna heel zijn hoofd afsnijden. Het mes maken ze schoon aan zijn kleding. Zijn hoofd binden ze aan zijn lichaam, ze brengen hem naar de rivier en laten hem gaan. Mijn benen trillen... ik zie mezelf met doorgesneden keel en bloed dat uit alle aderen spuit en droogt in het hete zand.”

De strijders van Mullah Dadullah waren jong. Het waren er veel. „Ze vroegen me hoe we ons in het Westen gedragen. Hoe we de liefde bedrijven, hoe we straffen bij moord, diefstal of overspel. Dan zijn ze vriendelijk en dan ineens worden ze overmand door een onverklaarbare furie.” Eén vraagt hem na te denken over de islam. „Hij zegt heel blij te zijn als hij me zou kunnen bekeren.” Het was de intellectueel van de groep. Hij smeerde de polsen van Mastrogiacomo met tijgerbalsem in. Bij het afscheid groetten zijn ontvoerders hem: „Als God het wil, zien we elkaar in het paradijs.”