Ieren kunnen nu zonder steun

De EU bracht Ierland economische voorspoed. Het land loopt voorop met het aantrekken van buitenlandse investeringen. „Onze jongeren weten niet eens wat een vakbond is.”

De buurt The Liberties in Dublin staat vol oude pakhuizen. Ze liggen in de schaduw van de Guinness-brouwerij, de vorige eigenaar van het gebied. De wijk stond tot voor kort bekend als probleembuurt. Maar nu schijnt achter de traditionele rode bakstenen roze tl-licht. Binnen staan witleren banken en hangen platte tv-schermen. Dit is de Digital Hub, in 2001 opgezet door de Ierse overheid voor jonge bedrijven in digitale media. Ze delen er flexibele kantoren, videoconferentieapparatuur en vergaderruimten. „Hier werken de jonge mensen die een idee hadden op hun slaapkamer en daarmee groot willen worden”, zegt woordvoerder Dermot Ryan van Digital Hub. Van de 80 bedrijven in de Digital Hub bestaat 75 procent uit startende zelfstandigen, de rest uit dochters van gevestigde bedrijven als Amazon en Cisco Systems. Ryan: „Wij zijn het nieuwe Ierland.”

Het nieuwe Ierland, dat is het Ierland van de economische boom. Het bruto binnenlands product is er, op Luxemburg na, het hoogste van Europa, met 38.000 euro per hoofd van de bevolking. Het land heeft sinds zijn toetreding tot de Europese Gemeenschap in 1973 het meest geprofiteerd van het lidmaatschap. Ierland loopt voorop met het aantrekken van buitenlandse investeringen. Vele technologische en farmaceutische bedrijven zijn er de laatste twee decennia neergestreken. Pfizer en Johnson & Johnson hebben hoofdvestigingen in Ierland. Ook Microsoft, Intel, Google en eBay zitten er.

De bedrijven kwamen in de jaren tachtig en negentig naar het eiland wegens het goede belastingklimaat, met een vennootschapsbelasting van 12,5 procent. En voor de hooggeschoolde maar werkloze Ierse jongeren, die bereid waren voor weinig geld te werken. Inmiddels heeft Ierland al jarenlang een werkloosheid van circa 4 procent en moet arbeid geïmporteerd worden uit de nieuwe Europese lidstaten. Het land trok de laatste jaren honderdduizenden immigranten aan.

„Er is hier veel veranderd”, zegt Brendan Halpin van IDA, het Industrial Development Agency dat probeert internationale bedrijven naar Ierland te krijgen. „In de jaren negentig waren we in trek wegens de goedkope arbeid en de lage belastingtarieven. Nu omdat we een hoogontwikkelde economie zijn.” Volgens Halpin is de Ierse economie zo succesvol omdat het land goed gebruik heeft gemaakt van de open Europese markt. Zo profiteerde Ierland van de oprichting van luchtvaartmaatschappij Ryanair, een prijsvechter die zonder liberalisering van de Europese luchttransportmarkt niet zo sterk had kunnen groeien. Dankzij Ryanair kunnen werknemers uit Oost-Europa, die met name in de bouw en horeca werken, makkelijk op en neer reizen.

„Toen ik opgroeide, voelde ik me Iers”, zegt Andrew Kavanagh (28), eigenaar van animatiebedrijf Kavaleer, dat in de Digital Hub speelfilms en animatieseries produceert. „Sinds ik een eigen bedrijf heb, ben ik Europeaan.” Net als de andere bedrijven in de Digital Hub probeert Kavaleer (20 werknemers) niet alleen de Ierse, maar ook de Europese markt te bereiken. Het bedrijf bedacht de animatieserie Dad the Impaler, over een vampierfamilie, inclusief oma, kinderen en een huisdraak. Ze moeten de nieuwe Simpsons worden en de hele wereld overgaan. Daartoe werkt Kavanagh samen met andere Europese mediabedrijven. In zijn jeugd had Ierland nog een eilandmentaliteit, vertelt Kavanagh. „Nu omarmen we Europa en krijgen we er economische voorspoed voor terug.”

Sinds Ierland in 1973 lid werd van de Europese Gemeenschap, ontving het land 56 miljard euro uit Brussel, voornamelijk voor de ontwikkeling van de landbouw en infrastructuur. Volgens het Ierse Centraal Bureau voor de Statistiek (CSO) bedroegen de Europese subsidies in 2005 nog altijd 2,2 miljard. Maar voor de komende jaren staan geen structurele giften meer gepland, aldus Ide Kearney, onderzoekster bij het Economic and Social Research Institute (ESRI). „Het is niet zo dat we meer kregen dan Griekenland of Portugal, we hebben het geld alleen beter besteed door het in onderwijs en infrastructuur te stoppen.”

De Ierse economie is in de laatste twee decennia volwassen geworden. Ging in de jaren tachtig nog 75 procent van de Ierse export naar Groot-Brittannië, nu gaan de Ierse producten, of het nu pc’s, medicijnen of pubs zijn, de hele wereld over. Kearney: „We redden het nu ook zonder steun. We hebben het geld niet meer nodig.”

Brendan Halpin van de IDA noemt als grootste voordeel dat Ierland de „industriële revolutie heeft overgeslagen. We zijn in één sprong van een agrarische naar een technologische kenniseconomie gegaan. Daardoor missen we de zwarte erfenissen van de industriële tijd.” In Ierland geen stakende arbeiders. „Onze jongeren weten niet eens wat een vakbond is. Daar houden Amerikaanse investeerders van.”

De jonge ondernemers die in de Digital Hub werken, voelen zich niet alleen verbonden met Europa, maar ook met de VS. „We zitten precies in het midden”, zegt twintiger Peter Lynch, die een bedrijfje in spelletjes voor mobiele telefoons runt. De flexibele arbeidscontracten en de afkeer van bureaucratie die de Ierse markt kenmerken, vindt Lynch eerder Amerikaans dan Europees. „Dat zal ook de reden zijn waarom ons land het nog steeds goed doet, terwijl je voor goedkope arbeid nu beter naar Oost-Europa kunt gaan.”

De keerzijde van het succes begint langzaam merkbaar te worden in Ierland. Het leven in Dublin is peperduur en de huizenprijzen zijn, aldus Kavanagh „net een slechte Britse grap”. De huizen in de wijk Liberties, waar de Digital Hub ligt, stralen met hun donkere bakstenen nog altijd armoede uit. Maar van binnen zijn het moderne gebouwen, met prijzen die zich kunnen meten met die in de grote metropolen, al is het leven er nog altijd een stuk goedkoper dan in New York of Londen.

Ook beginnen enkele IT-bedrijven hun productie naar goedkopere landen te verplaatsen. Maar de ondernemers in de Digital Hub maken zich nog geen zorgen over die concurrentie. Het is vooral de simpele productie die vertrekt, terwijl Ierland zich wil onderscheiden met hoogwaardige diensten, zoals onderzoek en ontwikkeling. Kavanagh: „De multinationals blijven voor ons kiezen. Wij zijn de beste techneuten.”