Groenink houdt regie in eigen hand

Het hoge woord is eruit. ABN Amro praat met de Britse Barclays Bank over een fusie. Financiële handelaren en de aandeelhouders kunnen hun winst pakken.

Na zeven jaar ploeteren buigt ABN Amro voor de vliegende storm van de speculanten. De bank, die haar wortels heeft in de negentiende- eeuwse handels- en industriefinanciering en de relaties met ‘Ons Indië’, is uiteindelijk gewoon handelswaar.

De bank staat te koop. De eerste die mag komen onderhandelen is Barclays, een grote Britse bank, maar wel zo klein dat ABN Amro niet door haar nieuwe partner wordt overschaduwd. De bewegingsruimte van ABN Amro en bestuursvoorzitter Rijkman Groenink is de afgelopen maanden rigoureus ingeperkt. Vier weken geleden eiste The Children’s Investment Fund (TCI) in een brief, die eerst naar de media werd gelekt, drastische maatregelen tegen het achterblijvende rendement. Verkoop maar grote dochters en geef de aandeelhouders de opbrengst, was de boodschap. Of: zet de bank zelf te koop.

Nu staat de bank te koop, zij het dat Groenink zelf als veilingmeester optreedt. TCI bezit ‘maar’ 1 procent van de ABN Amro-aandelen, een bescheiden belegging. De macht van TCI zit ’m in zijn brutaliteit, doorzettingsvermogen en zijn sterrenstatus in de financiële kudde. In Londen zijn dagelijks duizenden handelaren en geldbeheerders op zoek naar de volgende lucratieve belegging. TCI heeft een bewezen reputatie om het grote geld te kunnen verdienen.

De TCI-brief ontketende stormachtige aankopen in aandelen ABN Amro. Groeninks belofte dat 2007 het oogstjaar wordt, maakte de speculanten nog gretiger. Gisteren piekte de koers na de Barclays-geruchtenmolen met een sprong van bijna tien procent. De controleurs die een ordelijke aandelenmarkt moeten handhaven keken toe. Vandaag steeg de koers verder.

De brief van TCI smeet de onvrede onder beleggers in de beursarena. Zeven jaar na zijn onverwachte benoeming had bestuursvoorzitter Groenink beleggers weinig te bieden. Hij had zijn functie gekregen vanwege het vertrouwen van de commissarissen dat hij in de verwachte slag op de Europese bankenmarkt dé deals kon doen. Maar nu dwong het aanvallend spel uit Londen ABN Amro terug op eigen helft.

[Vervolg bankfusie: pagina 15]

Elke bankbaas belde

De bank speelde niet langer een thuiswedstrijd, maar een uitwedstrijd. Elke bankbaas die nog niet had gebeld over samenwerking, belde na de TCI-brief. En, zoals het dan gaat, bedrijven zoeken goed gelijkende partners: niet veel groter dan zij zelf zijn, zodat nationale en persoonlijke trots niet worden gebruuskeerd. Juist dan heet het: een ‘fusie op basis van gelijkwaardigheid’. En een partner die een positief gevoel geeft, cultureel en in zakenmentaliteit. Britten scoren daarop van oudsher hoog in Nederland (uitgevers Elsevier en Reed, staalbedrijven Hoogovens en British Steel). En graag een partner die aanvult, met een eigen scala aan activiteiten en regio’s. Dat scheelt discussies met mededingingsautoriteiten en onrust onder klanten en personeel bij een ontslaggolf. Maar onderschat de Britten niet: zij reorganiseren driester dan Nederlanders gewend zijn.

In het aanvullende karakter van ABN Amro zit de willekeur van de financiële kudde: juist ABN Amro’s spreiding van activiteiten maakt haar tot lucratieve koopwaar, maar wel, zegt de stijgende koers, onder andere leiding.