Geneesheer

Legt u de oortjes maar tegen de transistorradio, beste luisteraar, vanavond is te gast in Meniscus & Co niemand minder dan de spil uit de nu al legendarische Operación Puerto, de Spaanse gynaecoloog Eufemiano Fuentes. Welkom mijnheer Fuentes.

Mag ik u eraan herinneren dat ik hier niet als gynaecoloog zit.

Toch zou men u kunnen kenschetsen als de man die onvermoeibaar nieuw leven op de wereld zette.

Vindt u het erg wanneer ik dit als een misplaatste grap beschouw?

Goed, sportarts Eufemiano Fuentes, u moet een gelukkig man zijn nu de strafzaak tegen u is geseponeerd.

Dat heeft u glad mis. Ik stond te popelen om mijzelf voor de rechter te verdedigen. Goddank heeft de procureur beroep aangetekend, anders had ik het zelf gedaan.

U klinkt strijdbaar.

De procureur blijft erin volharden dat ik de gezondheid van sportmensen in gevaar heb gebracht. De man vergist zich, ik heb de gezondheid van sportmensen juist extreem bevorderd.

De kwaliteitskrant van uw land, El Pais, publiceerde vorig jaar het behandelplan van uw klant Tyler Hamilton. Ik kan u verzekeren dat de waaier hormoonpreparaten me duizelig maakte. Om nog maar te zwijgen van de reeks bloedtransfusies.

Punt 1, Hamilton was geen klant van me maar patiënt. 2. Het lek naar de krant was van een stuitend amateurisme; nog niet de helft werd vermeld. 3. In mijn handen bloeide Hamilton op tot een toonbeeld van atletisch gezag.

Maakte u uw patiënten beter, of maakte u ze beter, ha, ha?

Als ik een misverstand uit de weg mag ruimen, ik genas ze. Daar werden ze vanzelfsprekend betere wielrenners van. Dat kan niemand me aanrekenen.

Ik hoorde dat u bedragen in rekening bracht voor uw behandelingen van 30, 40 duizend euro per jaar.

Ik noem het liever donaties uit dankbaarheid. Vergis u niet, ik verlichtte fysiek en mentaal lijden.

Uw klanten, sorry, uw patiënten, traden het dopingreglement met voeten.

Dan gaat u daar toch verhaal halen. Ik ben geneesheer, geen priester.

Hoe verzon u de codenamen op de bloedzakken?

Met mijn assistenten zocht ik na een hectische dag een barretje op. Wie de mooiste namen verzon hoefde niet te betalen. Ik was meestal de klos. Gelachen hebben we wel.

Het wielermilieu reageerde teleurgesteld toen de onderzoeksrechter de zaak sloot. Daar willen ze dat ‘de valsspelers’ eruit gehaald worden. Betekent dit dat het milieu zichzelf van binnenuit nu opeens aan het zuiveren is?

Nogmaals, sportethiek is niet mijn zaak. Maar ik ga u iets geks vertellen. Wanneer ik een witte jas draag, is het me een lust mensen te genezen; als wielerliefhebber voor de televisie kan de uitputtingsslag me niet wreed genoeg zijn. De schoonheid van het lijden bezorgt me een intens genot. Begrijpt u mijn lijden en dilemma eigenlijk wel?