Energiebesluiten EU zijn reden tot zorg

De besluiten van de EU-regeringsleiders zijn reden voor ernstige bezorgdheid. De combinatie van binnen 14 jaar 20 procent minder CO2 dan in 1990 plus 20 procent van alle energie uit `hernieuwbare` bronnen, is noch realistisch noch zinvol. Het probleem is immers een te hoge emissie van CO2, niet een tekort aan traditionele energie. Dit vereist volle inzet op CO2-beperking, zonder koppeling aan dure en weinig effectieve opties als wind, zon en biomassa. Alleen fors inzetten op kernenergie kan uitzicht geven op bereiken van het doel. Maar juist kernenergie mag niet meetellen.

De gegeven reden is bizar: uranium is niet hernieuwbaar. Dat is juist, maar de winbare voorraad is voldoende voor honderdduizenden jaren wereldenergieverbruik. Thans wordt circa 1 procent gewonnen van de in uranium besloten energie, maar met de nieuwe generatie inherent veilige kweekreactoren wordt dat bijna 100 procent. Ook het besluit dat 10 procent van de motorbrandstoffen in 2020 `biologisch` moet zijn, is onwijs. Bij de huidige productietechniek, waarbij veel energie nodig is, leiden bio-ethanol en biodiesel per saldo nauwelijks tot vermindering van CO2-emissie. `Betere` technieken zijn weliswaar `in ontwikkeling`, maar zijn die ook binnen 14 jaar voldoende beschikbaar en betaalbaar?