De schizofrenie van zwarte schim Reznor

Concert: Nine Inch Nails. Gehoord: 16/3, 013, Tilburg. Herhaling: 21/3 en 22/3, Paradiso, Amsterdam (uitverkocht).

Wie niet beter wist, had kunnen denken dat er een ouderwets gabberfeest begon, vrijdag in 013. Een rookmachine maakte het publiek onzichtbaar, de stroboscopen gingen aan en er knalden 180 beats per minuut uit de speakers.

Zodra de rook optrok, verschenen vijf mannen in het zwart: Nine Inch Nails. Thuis in Los Angeles is NIN de industrial eenmansband van Trent Reznor. Buiten de studio selecteert hij telkens een vers gezelschap muzikanten.

Met hoge snelheid slingerden ze Mr. Self Destruct de zaal in. Onder continu geknars van synthesizers wisselden daarna Prince-achtige beats, gevoelige pianostukken en keihard gebeuk elkaar af. Dat volgende maand de nieuwe plaat Year Zero verschijnt, was nauwelijks te horen. De set leunde vooral op nummers als March of the pigs, afkomstig uit de jaren negentig, toen Reznor nog niet was ingehaald door zijn koekoeksjong, shockrocker Marilyn Manson.

De stroboscopen en schijnwerpers achter hem schenen recht in het gezicht van de bezoekers, zodat Reznor de zwarte schim bleef die hij graag wil zijn. In die hoedanigheid ontpopte hij zich tot een schizofreen wezen. Soms was hij de theatrale romanticus, dan weer doemt de hysterische rockposer op die gitaren, microfoons en de voorste rij fans deed vrezen voor geweld. Eén gitaar overleed.

Reznors stemmingswisselingen waren ook terug te horen. ,,I wanna fuck you like an animal”, schreeuwde hij als een door de duivel bezeten Gerard Reve: ,,You get me closer to god.” Om even later vanachter een keyboard hartverscheurend verslag te doen van een junkenbestaan in het door Johnny Cash meesterlijk gecoverde Hurt. Toen de muisstille zaal dat beloonde met gejuich keek hij zowaar op om naar de balkons te zwaaien.