De cirkelgang van de mens vlak voor het opstaan

Graham Swift: Morgen Vertaald door Else Hoog, De Bezige Bij, €18,50. De Engelstalige versie, Tomorrow verschijnt in mei bij Picador, € 22,99

De uren dat een mens nog net wakker is, zijn zeer kostbaar en zeer privé. Alles is stil, niemand stoort je. Je zweeft in half bewustzijn, deels droom, deels denken.

Een lumineus idee dus van de Britse schrijver Graham Swift (1949) om in zijn achtste roman Tomorrow zijn hoofdpersoon wakker te laten liggen en niets anders dan dat. De 49-jarige Paulie Hook ligt in bed, haar man Mike ligt naast haar, en elders in huis slaapt hun 16-jarige tweeling. Morgen is de dag dat de ouders de kinderen een groot geheim zullen vertellen, waarna hun leven voorgoed zal veranderen. Paulie maakt de balans op, in de kalme cirkelgang die de gedachten van een mens-in-bed vaak aannemen, en die door Swift feilloos is getroffen.

Ook in andere boeken van Graham Swift, zoals het Booker-prijswinnende Last Orders, kijken de hoofdpersonen in interne monologen terug op hun leven. Het statische van deze vertelvorm – alles is voltooid, het personage beschouwt achteraf – compenseert Swift dan door zijn verschillende vertellers een specifiek milieu mee te geven. Maar Paulie is kunsthandelaar, een gevoelige, gearticuleerde vrouw, die denkt in weemoedige zinnen. Een vrouw met een geheim, dat wel, maar geen opmerkelijk literair personage. En Tomorrow is het verhaal van bestendig huwelijks- en moedergeluk – ook niet spectaculair.

Het lijkt kortom wat weinig, voor een hele roman, en dat is het ook. Zo achteraf verteld, heen draaiend om kleine gebeurtenissen (een weggelopen kat, een picknick met champagne), komt dat nog duidelijker naar voren. Vandaar dat Swift erg zijn best doet om dit kleine verhaal grote betekenissen te geven.

Via het beroep van Mike, bioloog, probeert hij bijvoorbeeld duidelijk te maken dat het hem gaat om de grilligheid van genen en de oerkracht van de natuur. Zet de mens de natuur naar zijn hand of omgekeerd? Dat laatste, lijkt Swift te zeggen als hij schrijft over de seksuele vonk tussen twee mensen, over tweelingen die ‘met een touwtje aan elkaar lijken vast te zitten’, over vaders die de frons van hun zonen overnemen. Swift haalt er zelfs de angstwekkende toestand van het milieu bij en – anno 1995 – de opwarming van de aarde. Heeft de mens niet alle reden de natuur dankbaar te zijn? En wat vernietigt hij, als hij de natuur vernietigt?

Dat alles brengt Swift samen. Maar paradoxaal genoeg haalt juist dat schrijversvertoon ieder spoortje van leven uit zijn boek. Paulies huwelijk en de kinderen blijven abstract. Uren denkt ze bijvoorbeeld na over de conceptie van haar tweeling, maar zij heeft kennelijk nauwelijks herinneringen aan haar zwangerschap. De voorvallen die zij zich wél herinnert, zijn zo zwanger van metaforiek dat ze het verhaal nog verder vertragen en verzwaren. Er was bijvoorbeeld die vakantie in Cornwall, waar de tweeling bijna in zee verdronk en als het ware opnieuw geboren werd toen hun vader ze uit de golven viste.

Telkens verzucht Paulie hoeveel ze van haar man en kinderen houdt, maar een sprekend detail over één van hen verschaft ze ons niet. Zij komt niet veel verder dan de verzuchting dat haar kinderen ‘a mystery, a joy, an anguish’ zijn – ja, precies, zo ongeveer als de natuur dus.

De mooie stijl en het thema vol mogelijkheden kunnen niet verhullen dat het hier gaat om een krampachtig opgeblazen kort verhaal.

Maartje Somers