Citigroup betere partner voor ABN

Er zijn dertien zakenbanken betrokken bij de mogelijke fusie tussen ABN Amro en het Britse Barclays. Grote afwezige in dit gezelschap is Citigroup – een teken dat ’s werelds grootste bank de optie wil openhouden om zelf een bod op ABN Amro uit te brengen. Maar een overname van het hele concern zou een brug te ver zijn voor Citigroup-topman Chuck Prince, die al moeite genoeg heeft om aan te tonen dat de omvang van zijn eigen bank tot superieure winstgevendheid leidt.

In theorie zou een overeenkomst zinvol kunnen zijn. Door haar geografische vertakkingen lijkt ABN Amro een soort mini-Citigroup. Daardoor zou de Amerikaanse bank aanzienlijke synergievoordelen kunnen verwezenlijken. Een verlaging van de operationele kosten bij de Europese en Aziatische divisies van ABN Amro met 10 procent zou neerkomen op 500 miljoen euro per jaar. Door de grotere overlappingen met de activiteiten van ABN Amro in Latijns-Amerika zou Citigroup daar wellicht 15 procent op de kosten kunnen besparen, wat 230 miljoen euro zou opleveren. Een combinatie met LaSalle, de in Chicago gevestigde bank die eigendom is van ABN Amro, zou zelfs bezuinigingen van 30 procent kunnen genereren, ofwel 515 miljoen euro.

Dan zijn er nog de kapitaalmarkten en ABN Amro’s divisies voor zakenbankieren en private banking, terreinen waarop Citigroup al marktleider is. Kostenbesparingen van 20 procent bij deze divisies zouden 900 miljoen euro kunnen binnenbrengen, na belastingen. Alles bij elkaar is dat een bedrag van 2,15 miljard euro aan synergievoordelen. Vermenigvuldig dat met een factor 10 – de standaardfactor die beleggers toepassen om bezuinigingen te waarderen – en de overeenkomst zou mogelijk een extra waarde van 21,5 miljard euro kunnen opleveren.

En dat is nog niet alles. Citigroup zou ook de divisie voor vermogensbeheer van ABN Amro kunnen afstoten. Als we ervan uitgaan dat dat het gebruikelijke bedrag van 2,5 procent van het beheerd vermogen zou opbrengen, betekent dat nog eens 4 miljard euro er bovenop. Citigroup zou dus in theorie 25 miljard euro extra voor ABN Amro kunnen neertellen, een premie van 50 procent ten opzichte van de slotkoers van vrijdag. Uiteraard zou Citigroup wel gek zijn om al die extra waarde aan de aandeelhouders van ABN Amro cadeau te doen. Maar deze rekensom illustreert het vermogen van Citigroup om strijd te leveren met concurrenten om het bezit van de in Amsterdam gevestigde bank.

Maar reken er niet op dat het tot een bod komt. Veel aandeelhouders van de New Yorkse bank zouden liever zien dat Citigroup zichzelf opsplitst dan dat de bank nog groter wordt. Prince moet immers nog steeds bewijzen dat de activiteitenspreiding van de gigant tot adequate beleggingsrendementen leidt. Dat maakt het ook lastig om in te zien waarom beleggers in ABN Amro enthousiasme zouden kunnen tonen voor het inruilen van hun aandelen in een diffuus Nederlands conglomeraat voor aandelen in een nog groter Amerikaans conglomeraat.

Citigroup mag echter niet aan de zijlijn blijven staan. De Amerikaanse en Braziliaanse activiteiten van ABN Amro sluiten goed aan op die van de Amerikaanse bank. Een telefoontje naar Barclays-topman John Varley, die meer belangstelling heeft voor de Europese en Aziatische bezittingen van ABN Amro, zou wonderen kunnen doen. Een gezamenlijke opsplitsing en verdeling van ABN Amro zou zelfs de meest ontevreden aandeelhouders van Citigroup gerust kunnen stellen, door gaten te dichten in het activiteitenpakket, in de aanloop naar een opsplitsing van Citigroup zelf.

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com.Vertaling Menno Grootveld