Caféterras bedreigt oorlogsmonument

In Denekamp moet een oorlogsmonument wijken voor een horecaterras. Inwoners protesteren met een stille tocht. „Nu past zwijgen.”

Een groep vmbo-leerlingen stort zich met pen en papier op het Vrijheidsmonument in Denekamp. Ze moeten de joodse geschiedenis van de Twentse grensplaats onderzoeken en nemen dat wel erg letterlijk. „Niet op zitten, het is heilig”, roept iemand. Maar al snel zitten ze op een betonnen muurtje met jaartallen. Een ander klimt in de twee metalen palen die als zonnewijzer fungeren. Gedurende de dag worden zo de historische jaartallen belicht, om te herinneren aan oorlogsslachtoffers. De leerlingen zijn zich bewust van de betekenis van het monument. „Mijn opa zegt dat hier de joden werden afgevoerd”, vertelt Bas Aveskamp. De jongeren vinden het geen goed idee dat de gemeente het plan heeft om het te verplaatsen, naar de tuin van de katholieke kerk, honderd meter verderop. „Het hoort hier”, zeggen ze.

De voorgestelde verplaatsing verdeelt Denekamp in voor- en tegenstanders. Een zwarte granieten plaat - het derde element van het monument - is tegen de achterzijde van het oude raadhuis bevestigd. Dit gebouw krijgt, als het aan het college van B en W ligt, een horecabestemming. Precies op de plek van het monument zou een serre met terras moeten komen. Verschillende inwoners, kunstenaar Frans Peeters - de maker van het monument - en organisaties van oud-Indiëgangers, Vrouwen voor Vrede en de Protestantse Kerk, verzetten zich tegen verplaatsing. Ze organiseren donderdag uit protest een stille tocht. „Er zijn zo veel woorden gebruikt, nu past zwijgen”, zegt actievoerder Adrie Saris. Hij plakt een pamflet op het graniet: „Dit monument past in ons hart”. Het zijn bijna letterlijk de woorden die de burgemeester in 1994 sprak bij de onthulling door Prins Bernhard. Samen met collega-actievoerder Sjouke Wynia wijst hij erop dat het oude raadhuis tijdens de Tweede Wereldoorlog het hoofdkantoor was van „het verfoeilijke regime”. Aan de zijkant van het pleintje staat het voormalige verenigingsgebouw waaruit in 1942 de laatste dertig joodse inwoners zijn weggevoerd. Een plaquette op een muur, gemaakt door Saris, herinnert hieraan. „Er zaten joodse klasgenoten en speelkameraadjes van mij bij’, zegt Wynia (79). Hij vindt het ongepast dat het monument moet wijken voor horeca en vraagt zich af waarom er geen culturele bestemming voor het raadhuis mogelijk is. „Het economisch belang prevaleert boven het ethisch belang.”

Als dat zo is, zou Denekamp vanwege de hogere opbrengst het raadhuis aan een advocatenkantoor verkopen, reageert wethouder Eric Kleissen (CDA) van de gemeente Dinkelland. „We hebben er als gemeente bewust voor gekozen om hier een bruisend horecaplein te maken, maar zonder terras is het niet exploitabel.” Het college heeft daarom vorige week besloten het monument te verplaatsen, maar vanwege de gevoeligheid wordt dat vanavond voorgelegd aan de gemeenteraad. De fractie van oppositiepartij Lokaal Dinkelland wil heroverweging van het besluit. Kleissen wijst erop dat de plannen uitvoerig zijn besproken met de bevolking en dat ook de Dorpsraad instemt met verplaatsing van het monument. De actievoerders verdraaien volgens hem de feiten door te stellen dat de huidige locatie onlosmakelijk verbonden is met de slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog. „Er is geen enkele link met de joodse inwoners. In het raadhuis zit vanwege een oude doorbraak een lelijk stuk muur. Dat is door het monument aan het zicht onttrokken. Een praktische oplossing.” In de pastorietuin, die veranderd wordt in een openbare herdenkingsplek, komt het monument volgens Kleissen beter tot zijn recht. „Dat wordt een plek om respectvol te kunnen herdenken.”