Buiten de ‘bloemetjestram’ broeit onvrede

Montpellier is van oudsher links, een stad van studenten en migranten. Maar bij veel autochtone inwoners leeft onvrede over de immigranten. „Pas als Le Pen gekozen wordt, komt er verandering in dit land.”

MONTPELLIER, 20 MAART. - Dat de mensen in Montpellier boos zijn, zie je niet meteen in tramlijn 2. Hij ziet er vrolijk uit, de tram. Gele en rode bloemen van buiten. Het interieur is pastelgroen met stemmig donkerrood. Alles fonkelnieuw. De ‘bloemetjestram’ rijdt nog maar drie maanden. Van het rijke Jacou naar het rijke Saint-Jean-de-Védas in minder dan een uur.

Hij komt dwars door de volkswijk van Marie Honoré (52), Croix d’Argent. Zij neemt hem niet. „Vlak bij de halte is een stil plekje waar ze altijd staan”, legt ze uit op een parkeerplaats tussen een paar oude flats. „Ze hebben honden bij zich. Ik ben er overvallen.”

Wie ‘ze’ zijn, maakt Honoré snel duidelijk: de ‘Arabieren’. De Noord-Afrikaanse immigranten die haar en haar geestelijk gehandicapte zoon van 30 „alles afpakken”. Zoals haar vrijwilligersbaan bij een katholieke stichting: „Rare katholieken, die liever met Arabieren werken.” Ook van de maatschappelijk werkers krijgen Arabieren volgens haar voorrang boven haar zoon. „Terwijl hij niet zonder hulp kan.”

Bij de komende verkiezingen stemt Honoré hetzelfde als altijd: op de extreem-rechtse kandidaat Jean-Marie Le Pen. „Pas als Le Pen gekozen wordt, komt er verandering in dit land.”

Montpellier is van oudsher links, een stad van studenten en migranten. Veel Spaanse namen, en pieds-noirs, nakomelingen van Fransen die na de onafhankelijkheid van Algerije terugkeerden. En harki’s, Algerijnen die aan Franse zijde vochten. De lokale chef is Georges Frêche, tot 2004 27 jaar burgemeester en sindsdien regiopresident. Hij werd vorige maand uit de socialistische partij PS gezet, omdat hij had gezegd dat er te veel zwarten in het Franse voetbalelftal spelen. Eerder noemde hij harki’s „ondermensen”. Soms wordt hij een „linkse Le Pen” genoemd.

Georges Frêche „zegt wat de mensen denken”, verklaart Claude Martinez (61). Samen met zijn schoonmoeder staat hij te kijken bij de opening van een serie nieuwbouwflats in Croix d’Argent. Op het plein staan enkele tientallen lokale notabelen rond tafels met champagne. Marie Zenati (75) begint te schelden. „Stelletje rotzakken. Vriendjespolitiek!” Martinez stelt zijn schoonmoeder gerust. „Je stem is het enige dat echt pijn doet. Je weet wat je te doen staat!”

Schoonmoeder woont nu zestig jaar in een intussen vervallen flat in de wijk. Ze was een van de eerste bewoners, maar komt niet in aanmerking voor de nieuwbouw. „Altijd gaan anderen voor. Mensen die hier helemaal niet lang wonen”, zegt Zenati bitter. „Wat hebben zij meer dan ik?”

Zij zijn het helemaal eens met Nicolas Sarkozy, de rechtse kandidaat die vorige week pleitte voor een apart ministerie van Immigratie en Nationale Identiteit. Die laatste toevoeging zorgde voor politieke ophef. Runner-up François Bayrou meende dat Sarkozy „een grens overschreden” had. De PS verweet Sarkozy „flirten met Le Pen”. Claude Martinez zou willen dat links het ook over immigratie had. Hij voerde ooit campagne voor de PS, toen hij zelf contacten nodig had voor een goedkope woning. Die tijd is voorbij.

Ook bakker Francis Calvayrac (43) vindt het „heel goed” dat Nicolas Sarkozy over immigratie is begonnen, zegt hij in zijn bakkerij Le Gourmet aan het einde van lijn 2, op een pleintje met veel beton in Saint-Jean-de-Védas.

Een jaar geleden zijn Francis Calvayrac en zijn vrouw Nell (28) uit Parijs gekomen. Zij hadden geld verdiend in de muzieksector, nu wilden zij eigen baas worden. Eerst dachten ze aan een fastfoodwinkel in Montpellier. Maar in de stad was het „een jungle”, zegt Nell. Ze zouden de hele dag bezig zijn geweest dieven te weren. „Immigratie was voor ons een motief om ons niet de stad te vestigen”, legt Francis uit.

Nu prijzen Francis en Nell zich gelukkig dat ze voor een bakkerij in Saint-Jean-de-Védas hebben gekozen. Ze delen 9.000 inwoners met drie andere bakkers, en er komen nog 4.000 mensen bij. Het dorp telt weinig immigranten, de huizenprijzen rond Montpellier zijn de laatste jaren explosief gestegen. Niemand maakt meer de sprong van dé immigrantenwijk van Montpellier, La Paillade, of de volkswijk Croix d’Argent, naar Saint-Jean-de-Védas.

Behalve voor even, met de tram. „De oudjes klagen dat de tram het uitschot hierheen brengt”, zegt Francis Calvayrac. „Eigenlijk” zou hij dit jaar het liefst net als vijf jaar geleden Le Pen stemmen. „Omdat ik er zo genoeg van heb.” Maar hij heeft veel met zijn schoonfamilie gepraat. Le Pen is „rechts als Hitler”, begrijpt hij. Niet goed. Dit jaar wordt het Sarkozy.

Tien minuten verder, met bus 33, is het verhaal anders. René Alauzet (81), voormalig handelsreiziger in landbouwmachines, zit te puffen op een stoepje in het dorp Fabrègues. In de verte zie je de woontorens van Montpellier. Er zijn te veel buitenlanders, zegt ook Alauzet. Maar hij begrijpt dat ze naar Frankrijk willen.

Alauzet graaft even in zijn eigen leven. Ooit stond hij aan de poorten van de hemel, na een verkeersongeluk. Het paradijs zat tijdelijk vol, hij mocht zelf een wachtkamer uitzoeken. Alauzet koos een ruimte waar een mooi meisje klaarstond met een fles pastis. „Doe dat nou niet, zei God tegen mij. In de fles zit een gat en het meisje wil niks met je. Hij beloofde me de beste plek na het paradijs.”

Zo kwam René Alauzet terug in Fabrègues. De verkiezingen zullen weinig veranderen, zegt hij nu. De veranderingen komen met tram 2, die over een paar jaar wordt doorgetrokken naar Fabrègues. Maar Alauzet maakt dat niet meer mee. Moeizaam hijst hij zich omhoog. Binnenkort, zegt hij, gaat hij naar de enige plaats die beter is dan Frankrijk. Maar eerst heeft hij nog een afspraak. Met de tandarts.