Bijleenregeling vooral voor scheidende stellen lastig

De Belastingdienst maakt er dreigende reclame voor: bij de aangifte over 2006 zal ze extra streng controleren op de bijleenregeling. Dat wordt opletten dus voor degenen die in 2006 een woning hebben gekocht. Want hoe zat het ook al weer met die bijleenregeling?

Starters

Allereerst het goede nieuws voor starters: zij laten geen huis achter en hebben daarom bij de aangifte inkomstenbelasting niets te maken met bijleenregeling. Deze werd in 2004 ingevoerd en bepaalt dat de overwaarde van het oude huis bij verkoop in de nieuwe woning moet worden geïnvesteerd. Dit wordt bereikt doordat er over het bedrag van de overwaarde geen aftrek van de hypotheekrente meer kan plaatsvinden bij de aankoop van een nieuw – duurder – huis. Aan het afsluiten van een hypothecaire lening verandert dus niets. Het gaat om de aftrekbaarheid van de rente.

Goedkoper

Degenen die vorig jaar een goedkoper huis kochten dan het huis dat ze hebben achtergelaten zullen ook weinig last hebben van de regeling. De wet bepaalt dat de renteaftrek over de bestaande schuld mag worden gehandhaafd, mits de waarde van de woning gelijk is aan of hoger is dan die schuld. Leen je echter binnen 5 jaar opnieuw, dan gebruikt de fiscus het bedrag van de overwaarde wel voor de bepaling van de renteaftrek.

Verkocht je een huis met overwaarde, dan wil de fiscus dat deze wordt gebruikt om een duurder nieuw huis te financieren. Door dit eigen geld in te brengen daalt de hypotheekschuld.

Is het nieuwe huis echter toch volledig gefinancierd, dan betekent dit dat de renteaftrek wordt beperkt. Het gedeelte van de schuld dat de maximale aftrek te boven gaat valt dan in box 3. Hierover is de rente niet aftrekbaar.

Scheiding

Wie in 2006 gescheiden is en een eigen woning bezit, krijgt ook te maken met de bijleenregeling. En hoe. Wordt het huis na de scheiding verkocht, dan krijgt elke partner de helft van de overwaarde mee. En over dit bedrag is bij de aankoop van een nieuw duurder huis geen renteaftrek. Trekt u tijdelijk in een huurwoning, dan blijft de eigenwoningreserve staan. Bij de aankoop van een nieuwe woning binnen de komende vijf jaar duikt dit bedrag weer op.

Complex wordt de aangifte als na een scheiding een van de partners met de kinderen in de woning blijft. Koopt de vertrekkende partner een nieuw huis, dan wordt de oude echtelijke woning in fiscale zin niet langer als eigen woning gezien. Door de overgangsregeling kan de hypotheekrente op beide huizen nog twee jaar worden afgetrokken.

Maar het aflopen van de overgangsregeling heeft verstrekkende gevolgen. Kort gezegd valt het oude huis, waarin de ex-partner dus nog woont, als een ‘tweede’ woning in box 3. Niet alleen is daardoor de hypotheekrente niet meer aftrekbaar, de fiscus zal door de verschuiving van het huis van box 1 naar box 3 bovendien aannemen dat de overwaarde is gerealiseerd.

Dit betekent dat de vertrekkende partner te maken krijgt met een ernstige beperking in de renteaftrek in zijn nieuwe huis. Dit terwijl hij de papieren overwaarde op de echtelijke woning niet kan inzetten. Voor stellen met een eigen woning die in of na 2004 zijn gescheiden is alertheid daarom op zijn plaats. Voor hen lijkt het verwerken van deze materie in de aangifte bij uitstek werk voor fiscaal specialisten.

Cleo Scheerboom

Op www.belastingdienst.nl staat een rekenprogramma waarmee het effect van de bijleenregeling kan worden berekend.