Barclays: eten of gegeten worden

Barclays heeft een sterke positie in binnen- en buitenland. Angst om zelf overgenomen te worden speelt een rol bij de toenadering tot ABN Amro.

Aan ambitie ontbreekt het niet bij Barclays, de op twee na grootste bank van Groot-Brittannië, na HSBC en Royal Bank of Scotland. Maar anders dan veel concurrenten heeft de 300 jaar oude bank steeds ambivalent gestaan tegenover buitenlandse overnames of fusies.

Topman John Varley heeft meer dan eens onderstreept dat het beter is op eigen kracht te groeien dan door allerlei overnames.

Dat wil niet zeggen dat Barclays zich nooit heeft gewaagd aan overnames. In 2000 nam de bank voor 5,4 miljard pond Woolwich, een kleinere Britse concurrent, over. De integratie verliep echter moeizamer dan verwacht. Reden wellicht waardoor het geruime tijd duurde voor er nieuwe stappen in deze richting volgden.

Barclays kan vanouds rekenen op een sterke thuisbasis. De bank heeft volgens eigen cijfers in Groot-Brittannië alleen al 14 miljoen particulieren als klant, terwijl zij ook financiële diensten verleent aan 780.000 bedrijven.

Tegelijk was het de strategie van Varley, topman sinds 2004, om juist in het buitenland meer voet aan de grond te krijgen. In die opzet is de bank beter geslaagd dan velen voor mogelijk hadden gehouden. Dat is vooral te danken aan de snelle groei van de investeringstak, Barclays Capital. BarCap, dat zijn omzet voor bijna tweederde deel uit het buitenland haalt, was in 2006 goed voor 2,2 miljard pond winst (3,2 miljard euro), 43 procent van de concernwinst.

Dankzij enkele kleinere overnames in het buitenland – het Spaanse Zaragozano in 2003 en het Zuid-Afrikaanse Absa in 2005 – was Barclays tevens in staat zijn buitenlandse activiteiten uit te breiden. Vorig jaar opende Barclays 150 filialen in het buitenland, dit jaar volgen er nog eens 350 in onder meer Portugal, Italië, de Verenigde Emiraten en Afrika.

De nadruk op buitenlandse activiteiten kreeg vorig jaar een nieuwe impuls met het aantreden van de Nederlander Frits Seegers, die voordien bij Citigroup werkte. Als hoofd van de wereldwijde retail en commerciële activiteiten van Barclays gaf Seegers alvast zijn visitekaartje af met de recente aankoop van het Zuid-Koreaanse creditcardbedrijf LG Card.

Dankzij alle buitenlandse activiteiten kon Varley vorige maand bij de presentatie van de verrassend gunstige cijfers met voldoening vaststellen dat voor het eerst ruim de helft van de winst van Barclays uit het buitenland kwam.

Problemen kent Barclays intussen wel degelijk. Met name Barclaycard, met bijna tien miljoen klanten het grootste creditcardbedrijf van Groot-Brittannië, zit in het slop. De winst van die tak daalde vorig jaar met 40 procent tot 382 miljoen pond, mede doordat veel Britten niet in staat waren hun schulden tijdig af te lossen.

Een potentieel ernstiger probleem is dat Barclays door zijn nadruk op organische groei in omvang is achtergebleven bij veel concurrenten. Daardoor bekleedt de bank nu de vijftiende plaats op de wereldranglijst.

Dit betekent weer dat de bank zelf ook rekening moet houden met overnamepogingen. Dit risico heeft ongetwijfeld meegespeeld bij Barclays’ pogingen om ABN Amro over te nemen. Een kwestie van eten of gegeten worden, zoals Britse commentatoren vanmorgen droogjes vaststelden.