ABP en PGGM geven openheid

Vier van de grootste Nederlandse pensioenfondsen gaan hun beursgenoteerde aandelenbeleggingen openbaar maken. Het grootste fonds, ABP (leraren en ambtenaren), met meer dan 200 miljard euro belegd vermogen, zei gisteravond bij de publicatie van zijn jaarverslag op 10 april de namen van ongeveer 4.000 bedrijven te publiceren waarin het fonds geld steekt.

Directeur Peter Borgdorff van de branchevereniging VB, de club van bedrijfstakpensioenfondsen zoals ABP, vertelde gisteravond in het tv-programma Pauw & Witteman dat ook PGGM (zorg en welzijn), het Spoorwegpensioenfonds en het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Metalektro (PME) openheid zullen geven.

De plotselinge ommekeer in de opstelling van de grote pensioenfondsen is veroorzaakt door politieke verontwaardiging na een Zembla-uitzending. Het tv-programma gaf zondagavond details over beleggingen van diverse grote Nederlandse pensioenfondsen in Amerikaanse producenten van clusterbommen en landmijnen.

„De sociale partners hebben zitten slapen”, zegt woordvoerder Staf Depla van de Tweede Kamerfractie van de PvdA. De vakbonden en werkgevers besturen de grote pensioenfondsen waarbij werknemers verplicht zijn aangesloten.

ABP kondigt aan dat het bestuur van het fonds zich gaat beraden op zijn beleggingsbeleid bij ondernemingen met verwerpelijke producten, zoals clusterbommen. Verder wil het fonds zijn rol als ethische en maatschappelijke belegger versterken met extra investeringen in voorbereiding en uitvoering van het beleid.

Nederlandse pensioenfondsen beleggen samen zo’n 700 miljard euro, waarvan ongeveer 300 miljard in aandelen van internationale bedrijven. De vier betrokken fondsen zijn samen goed voor bijna de helft van alle pensioenbeleggingen. De pensioenwereld geeft traditioneel weinig openheid over de beleggingen.