Verwarring over cijfers schooluitval

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het ministerie van Onderwijs hebben binnen een paar weken zeer uiteenlopende cijfers over het aantal voortijdig schoolverlaters gepubliceerd.

Het CBS maakte vanochtend bekend dat één op de twintig leerlingen op het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) in het schooljaar 2004-2005 de school heeft verlaten zonder diploma. In absolute aantallen zouden dat er 88.050 zijn. Maar volgens een woordvoerster van het CBS gaat het om „voorlopige cijfers” die lager zullen uitvallen. „We hebben alle leerlingen waarvan we nog geen gegevens hebben, meegeteld als voortijdig schoolverlater.”

Het ministerie van Onderwijs publiceerde enkele weken geleden veel lagere aantallen schoolverlaters. In hetzelfde schooljaar (2004-2005) zou het aantal uitvallers 62.500 bedragen; een schooljaar later (2005-2006) zou dit aantal verder zijn gedaald, naar 56.500.

Een woordvoerster van staatssecretaris Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) benadrukt dat het aantal door het ministerie getelde voortijdig schoolverlaters het aantal leerlingen onder de 23 is dat nog geen startkwalificatie heeft gehaald. Het kabinet vindt dat jongeren pas gekwalificeerd zijn voor de arbeidsmarkt als ze minstens een havo-diploma of een mbo-diploma op niveau 2 hebben gehaald. Het CBS, aldus de woordvoerster van Van Bijsterveldt, komt onder meer op een hoger aantal schoolverlaters uit door ook de leerlingen ouder dan 23 mee te tellen.

Het verminderen van het aantal voortijdig schoolverlaters is een van de grote prioriteiten van het kabinet. In 2010 moet het aantal uitvallers van 2002 (71.000) zijn gehalveerd. Met het aantal door het ministerie getelde voortijdig schoolverlaters zou het kabinet relatief goed op koers liggen om in 2010 het aantal uitvallers te hebben gehalveerd.

Het ministerie van Onderwijs en het CBS zijn momenteel in overleg om te bespreken hoe hun cijfers beter op elkaar kunnen worden afgestemd, zegt de woordvoerster van Van Bijsterveldt.