Sms’en is een uitkomst voor de armen

Tegen de avond begint de mobiele telefoon van dorpsjournalist Andrej Skolni te piepen, en dat houdt niet meer op. Die dag bracht Skolni in zijn autootje Onze Krant rond. Nu reageren zijn lezers: boeren, gepensioneerden en schooljeugd.

In het kader van de keiharde oplagestrijd met staatskrant De Leninist stelt Skolni wekelijks een hele pagina beschikbaar voor sms-nieuws uit de dorpen. Keuterboertjes sturen gratis sms-advertenties (‘koe, zwart-wit, 5 jaar oud, te koop’), anderen nieuws over ijshockeywedstrijden, opgeknapte scholen of dansavonden in het cultuurhuis. De drie beste sms-nieuwtjes (best, megabest, superpoeper) beloont Skolni met twintig roebel (60 cent). Hetzelfde looft hij uit voor het grappigste foto-onderschrift: deze week bij een sterke man die een Lada-auto optilt als ware het een kruiwagen. De sms’jes stromen binnen. Skolni: „Ze sturen me er per week driehonderd, ik kan er maar honderd in mijn krant kwijt. Heel oude mensen weten meestal geen raad met sms, maar voor de rest is het een uitkomst.”

De sms, in Nederland hip en jeugdig, is dat in Rusland ook. Maar niet alleen jeugdig: de sms ontwikkelt zich ook tot het medium van het dorp en de armen. Communicatie voor het proletariaat. Russische telecombedrijven hebben geen onderzoek gedaan naar telefoongebruik van deze commercieel oninteressante groepen. „Een gepensioneerde tractorbestuurder met een mobiele telefoon in een verlaten dorp? Ik kan me daarbij niks voorstellen,” zegt voorlichtster Olga van MTS.

Toch zag ik die tractorbestuurder met eigen ogen. Steeds grotere delen van het Russische platteland worden namelijk gedekt door telecombedrijven Megafon, BeeLine en MTS en steeds meer Russen hebben een mobieltje: twee procent in 2001, 58 procent dit jaar, aldus peilingbureau Levada. Van die abonnees heeft 63 procent een salaris van honderd euro of minder en 20 procent een salaris van 30 euro of minder, per maand. Wat doen die tientallen miljoenen arme Russen toch met hun mobiele telefoon?

Simpel: wachten tot ze gebeld worden of sms’jes sturen van een halve roebel per stuk (2 cent). Een uitkomst, want ook de vaste telefoon wordt steeds duurder.

Zo trof ik Tanja, schoonmaakster van dit kantoor, druk aan de sms, en dat in de baas zijn tijd. Waar ging het over? Tanja is onderwijzeres die haar dorpsschooltje bij Koertsjakov verliet om het geluk en het grote geld te zoeken in Moskou: beter poetsvrouw hier dan onderwijzeres daar. Het hoofd van haar school gelastte Tanja naar school terug te keren. Tanja weigerde. Het schoolhoofd sms’te dreigend over contractbreuk en juridische stappen. Tanja weigerde. Het schoolhoofd werkte op haar gemoed: hoe moest het nu verder met kleine Aljonka? Tanja bleef weigeren. Het sms-verkeer zette zich dagenlang voort, de statige epistels van het schoolhoofd besloegen soms vele telefoonschermen, zo zag ik.

Rond hoofddorp Maina is sms’en evenzeer ingeburgerd. Maina ligt in een Wolgaregio die zo verpauperd is dat een rechter enkele jaren geleden een bejaarde in het gelijk stelde toen hij een dief doodschoot die zijn volkstuintje plunderde. Zonder eigen aardappelen zou het schietgrage oudje de winter niet overleven, redeneerde de rechter. Dus was het noodweer. Met veertig euro per maand ben je bijna bourgeois in Maina.

In het desolate gehucht Kadikovka ontmoeten we gepensioneerd tractorbestuurder Viktor (72). Ruim tweehonderd zielen telde zijn dorp ooit, nu nog tien. „Iedereen is dood of weg”, klaagt Viktor. „De winkel is dicht, al brengen ze mij wel brood.” Is Viktor niet bang ziek te worden of een been te breken, vragen we. Wie vindt hem dan? Viktor tovert een mobiele telefoon uit zijn groezelige broek: gekregen van zijn zoon die in de grote stad Oeljanovsk werkt. „Ik mag hem alleen in noodgevallen bellen, anders is het te duur”, zegt Viktor. „Sms’en mag wel. Dat doe ik heel soms, maar ik ben niet zo’n schrijver en die knopjes zijn zo klein. Kijk eens naar mijn handen.”

Viktor toont paar grote, eeltige boerenknuisten. Grotere mobieltjes, dat heeft het proletariaat nodig.