Plussen en minnen om zetels in de senaat

Als jij nou met mij samengaat, dan krijgen zij een extra zetel.

Zo marchanderen partijen over lijstverbindingen en stemstrategieën voor de Eerste Kamerverkiezingen van 29 mei.

Ondemocratisch? „Natuurlijk”, zegt fractievoorzitter in de Eerste Kamer Egbert Schuurman (ChristenUnie) meteen. Zijn collega Uri Rosenthal heeft het over „regenteske rekenarij”. Maar, voegt hij eraan toe, „we zijn gedwongen eraan mee te werken, als je niet aan het kortste eind wil trekken”.

Op de avond dat de uitslagen van de verkiezingen van de Provinciale Staten binnenkwamen, begon in Den Haag het eerste rekenwerk. Hoe ziet de Eerste Kamer er straks uit? De regeringspartijen in de Tweede Kamer waren opgelucht, zij behielden een meerderheid in de Eerste Kamer. Dat is belangrijk, omdat de oppositie anders wetsvoorstellen in de senaat kan torpederen.

Op 29 mei stellen de nieuwe Statenleden in de provinciehuizen de zetelverdeling vast. Zij zullen vrijwel allemaal naar politieke kleur stemmen: CDA’ers op het CDA, D66’ers op D66, leden van regionale partijen zullen vrijwel allemaal voor de Onafhankelijke Senaatsfractie kiezen.

Toch is twee weken na de verkiezingen nog geen zinnig woord te zeggen over de exacte samenstelling van de Eerste Kamer. Er zijn nog restzetels te verdelen. En elke partij kan nog een zetel winnen of verliezen. Partijen mogen nog lijstverbindingen aangaan en op die manier extra zetels binnenhalen. Het is nu zaak de slimste verbinding te verzinnen, waarmee partijen zichzelf of een politieke geestverwant kunnen helpen.

„De verdeling van de senaatszetels lijkt het meest op een pokerspel”, zegt voormalig gewestelijk PvdA-bestuurder Hylke ten Cate. Hij is ook betrokken geweest bij Leefbaar Nederland. „Met democratie heeft het niets te maken, het is een wedstrijd wie het slimst kan rekenen.” Om de partijen te helpen, heeft Ten Cate een rekenmodel gemaakt dat de gevolgen van alle lijstverbindingen toont. Vroeger deed hij dat alleen voor de PvdA, nu mogen alle partijen er gebruik van maken. De ChristenUnie heeft al wat berekeningen opgevraagd.

Bij de vorige verkiezingen vormden CDA, ChristenUnie en SGP een lijstverbinding. Daar komt nu wellicht de PvdA bij. Dit monsterverbond kan voor de coalitiepartijen gunstig uitwerken in de senaat. Als de PvdA daaraan meewerkt, zou een zetel van de VVD afgepakt worden, die vervolgens bij de ChristenUnie terechtkomt – een gunst aan de coalitiepartner dus. De VVD praat op haar beurt met D66 en de Onafhankelijke Senaatsfractie over de voordelen van een lijstcombinatie.

Het wringt, zeggen de senatoren Schuurman en Rosenthal. Bij verkiezingen voor de Tweede Kamer komen ook lijstverbindingen voor. Maar die zijn al bekend voor de verkiezingen, die worden niet na afloop berekend. Bovendien: partijen in de Tweede Kamer zoeken geestverwanten op voor lijstverbindingen. Aan de ‘overkant’, in de Eerste Kamer, beslist de rekenmachine. „Elke partij heeft wel iemand die zit te rekenen, met hun rekenmachines proberen die jongens elkaar een loer te draaien”, zegt de Groningse hoogleraar staatsrecht Douwe-Jan Elzinga.

Hij vindt dat er in 1983 een „fout” is gemaakt. Toen is besloten de Eerste Kamer voortaan in zijn geheel te vervangen. Daarvoor werd elke drie jaar de helft van de senatoren opnieuw gekozen. „Politieke verhoudingen sijpelden toen veel langzamer door in de senaat dan nu.” De senaatsverkiezingen zijn een ‘verkiezingspoll’ geworden over de regering, vindt Elzinga. En omdat de relatie met de coalitie in de Tweede Kamer zichtbaarder is geworden, is ook „al dat gedoe over die restzetels” belangrijker. „De Eerste Kamer is politieker geworden.”

Partijen maken ook op provinciaal niveau afspraken over het stemgedrag van Statenleden. Om het risico op verrassingen in de verkiezingen van 29 mei helemaal uit te sluiten – „er kan er altijd ergens een in de file staan”, zegt SGP-woordvoerder Menno de Bruyne – heeft de SGP bij vorige verkiezingen afspraken gemaakt met het CDA en de ChristenUnie. Zij vormden toen een lijstverbinding. Om het meest gunstige resultaat te behalen, krijgen de Statenleden te horen op wie ze geacht worden te stemmen. „We willen het wat regisseren. Het kan gebeuren dat, om de einduitslag kloppend te maken, een CDA’er op de ChristenUnie stemt, of omgekeerd.” Volgens De Bruyne zullen de „rekenmeesters in Den Haag” beslissen welk Statenlid op welke partij gaat stemmen.

Henk Kummeling, voorzitter van de Kiesraad, weet dat er „druk gerekend” wordt en ook dat dat soms tot „opvallende constructies” leidt. Maar nieuw is het niet, zegt Kummeling. „Het gebeurt alleen steeds meer in de openbaarheid.”

Volgens Kummeling is er niet zo veel mis mee: „De wet maakt dit mogelijk”, zegt hij. „Het is zelfs zo dat bewust is gekozen de lijstverbindingen pas na de Provinciale Statenverkiezingen vast te stellen. Dan weten partijen pas wat de gunstigste verbinding is.” Dat is niet ondemocratisch, zegt hij. Althans, „vaak wordt de indruk gewekt dat burgers de Eerste Kamer kiezen. Maar het is juist de bedoeling dat zij geen directe invloed hebben. Als de senaat net als de Tweede Kamer direct gekozen zou worden, zouden ze dezelfde legitimatie en het gewicht hebben om heel politiek naar wetten te kijken. En dat is juist niet de bedoeling.”