Pfeijffers politieke satire is te weinig verrassend

De eeuw van mijn dochter van Ilja Leonard Pfeijffer, door Annette

Speelt. Tournee t/m 16 mei. Inl. www.annettespeelt.nl **

Terwijl de dochter met doorgesneden keel op de ontbijttafel ligt, lezen mevrouw Balkenende en premier Jeroen Krabbé ongestoord verder.

Een tekenend beeld uit het toneelstuk De eeuw van mijn dochter, het toneeldebuut van Ilja Leonard Pfeijffer, opgevoerd door toneelgroep Annette Speelt. Volgens de schrijver is dit Nederland: de natie die knus rond de tafel zit, moedwillig de ogen sluitend voor de doden die er onder haar ogen vallen.

De politieke satire begint in de toekomst, bij het graf van premier Balkenende, waar zijn ‘vriend’, de acteur Jeroen Krabbé, een ijdele grafrede houdt. Niet snel daarna trouwt Krabbé met de weduwe, om zelf premier te worden. De stuurse dochter – een explosief mengsel van Hamlet, Elektra, Kassandra en Lolita – tracht dit te voorkomen, gesteund door drie Griekse goden.

Pfeijffers beginsituatie is ijzersterk en geestig. Zijn tweede grote troef is de taal. Virtuoos dichtte hij tongbrekende berijmde alexandrijnen die de satire enige allure geven. Regisseuse Annie van Hoof heeft haar acteurs uitstekend geregisseerd: Jaap Spijkers, die Krabbé speelt, en Nettie Blanken als de weduwe, tonen zich grote komieken die veel halen uit hun karikaturale karakters. De jonge Lidewij Mahler vult de rol van dochter buitengewoon dwingend in.

Maar veel verder dan de geestige beginsituatie is Pfeijffer niet gekomen. Er zit vrijwel geen drama in. Daarbij komt dat Pfeijffer in alles het kunstmatige van het toneelstuk benadrukt. Dat past mooi bij de thematiek, die over liegen, ontkennen, ensceneren en veinzen gaat, maar het plaatst de toch al dramaloze voorstelling op grote afstand.

Eén zaak neemt Pfeijffer wel zeer serieus en dat is zijn politieke boodschap. En die boodschap, met veel herhalingen erin geramd, is te simpel: het kleine, benepen, bange, in zichzelf gekeerde, conservatieve nepdorpje dat premier Balkenende van Nederland heeft gemaakt, zal uiteindelijk blind in de zee zinken! Tenzij wij tot inkeer komen! Als Pfeijffer die boodschap op de opiniepagina van deze krant verkondigt, is ze al clichématig en weinig verrassend, als onderwerp van een politieke satire is ze helemaal teleurstellend.